Carolijn Visser: Buigend bamboe: Reizen in China (Nederland, 1990); 194 blz: Uitgeverij Meulenhoff
"Buigend
bamboe" is het verslag van twee reizen die Carolijn Visser maakte in
gezelschap van een Chinese gids in mei 1988 en in mei 1989. Tijdens de
eerste reis, reisde Carolijn vooral over water in het voetspoor van de
17e-eeuwse schrijver en tekenaar Johan Nieuhof. Tijdens haar tweede reis
werd Carolijn ingehaald door de loop der gebeurtenissen en moest ze
voortijdig naar huis. Opnieuw een prachtig verslag!
- In de zomer van 1987 hoorde ik over een bijzondere tentoonstelling in het Zeeuws Museum te Middelburg. Het ging over China en de VOC werd me verteld. De expositie bleek te gaan over Johan Nieuhof, een Hollander die in 1655 met een VOC-gezelschap ... een lange reis door China maakte.
- Ik kon de voetsporen van Nieuhof door de binnenlanden van China echter niet in mijn eentje gaan volgen. Ik kende maar een paar woorden Chinees. Maar zelfs als ik de taal vloeiend zou spreken, had ik nog een Chinese begeleider nodig, een gids. Iemand die ik kon vertrouwen.
- Toen alle schalen leeg waren zei hij beleefd tegen mij: "Voordat we een boot gaan zoeken, wilde ik je nog iets voorstellen." "Ja?" "Je naam, je zou een Chinese naam moeten hebben want jouw naam is voor een Chinees niet uit te spreken." "Visser is vast wel te vertalen in het Chinees," opperde ik. "Ja, maar dat is geen naam voor een vrouw, ik had zelf iets gedacht met een bloem." Hij tekende een paar grote karakters op zijn hand: "Kijk, dit is heel mooi. Ka Lolian, als je het zo schrijft betekent het "Prachtige Ochtenddauw op Lotusblad". Heel mooi," stemde ik in, "zo wil ik erg graag heten."
- Chinezen bouwen niet graag voor de eeuwigheid, had ik ergens gelezen. Wat heeft het voor zin, grote investeringen te doen wanneer de ene omwenteling de andere opvolgt? Met het minimum aan aardse goederen het werk toch gedaan krijgen, daar zijn Chinezen meesters in.
-
Hij lachte en zelfs het matrozenechtpaar grinnikte met hem mee. "Waarom
ben je dan hier in China? Wat is er zo belangrijk aan die ouwe man?
Reizen en schrijven, dat heeft toch geen nut? Waarom help je je eigen
man niet zodat jullie een heel grote zaak kunnen maken en heel rijk
worden?" Iedereen knikte, ze waren het allemaal eens. "May we do you a suggestion?"
vroeg Hongqi in hun naam, "help je man een grote zaak op te bouwen en
neem een kind." "Wat moet ik daar nou op zeggen?" vroeg ik Hongqi
verbaasd. "Dat je hun suggestie in serieuze overweging zult nemen," zei
hij stellig. "Goed," zei ik, "zeg dat dan maar." Aan de tevreden
gezichten zag ik dat het inderdaad het juiste antwoord was.
-
Meneer Wei vond blijkbaar ook dat ik een goede gast was: als beloning
legde hij een delicatesse in mijn kom, een kippeklauw. "Specialiteit van
Nanxiong," zei hij, "die werden vroeger ook naar de keizer gebracht."
Inwendig walgend nam ik het ding tussen mijn stokjes, alle ogen waren op
mij gericht. Ik zette mijn tanden in een van de tenen. Ik verwachtte
dat zo'n klauw hard zou zijn, als een nagel, maar het proefde vettig op
een smerige manier. Zo stelde ik me de smaak voor van gekookt eelt.
- Langs de kant van het pad hoorden we een vreselijk gepiep, het was een vogel die uit het nest was gevallen. De moeder cirkelde boven ons, haar gekrijs klonk hartverscheurend. Meneer Liu had het beestje al in zijn handen. "Die zal lekker smaken," vertaalde Hongqi. De vogel werd in een tas gestopt, bij de geneeskrachtige wortel.
- Daarna wilde meneer Cheng weten welke mineralen we in Nederland hebben. Ik vertelde over ons gas en over de Noordzee, die verdeeld is in stukken, en dat alleen onder het Britse en het Noorse deel olie zit. "Ai," zuchtten de drie mannen getroffen, "wat een pech." "Maar hoe hebben jullie de economie dan ontwikkeld?" Beroemde Nederlandse Exportartikelen moest ik noemen. "Landbouwprodukten," zei ik, "die exporteren we over de hele wereld." Daar waren ze niet van onder de indruk. "Dat is iets ouderwets," zei Hongqi, iets moderns wilden ze horen, iets industrieels. "Gloeilampen," zei ik, "Philips is een heel groot bedrijf en maakt er miljoenen." Dat ging de goede kant op, maar het was wel een heel klein produkt. "Jullie maken toch ook schepen," zei Hongqi, die radeloos begon te worden en onze eer wilde ophouden, "heel grote tankers heb ik gehoord." "Die tijden zijn voorbij," kon ik niet nalaten te zeggen, "alle werven gaan failliet en de schepen worden tegenwoordig in Azië gemaakt, onder andere hier in China." De drie mannen keken alsof ze een boemerang in hun gezicht kregen.
- ... De bemanning verwachtte een verklaring en ik overwoog iets te zeggen over onze levenswijze, over Nederland, over Europa, maar bedacht me. Het had geen zin. Ze wilden niet eens geloven dat wij eieren niet per kilo kopen, maar per stuk of in een doos. Er was geen beginnen aan. Nog nooit had ik me zo ver verwijderd gevoeld van de mensen om mij heen; niet in Australië, niet in Latijns-Amerika en ook niet in Afrika. In China, op deze boot, bevond ik me op een andere planeet.
- "Life in China sometimes very boring,"
zei hij met een zucht. Daarom wilde hij graag in de Verenigde Staten
gaan werken. "Waarom juist daar?" vroeg ik. "Ik ben geïnteresseerd in
moderne technologie," verklaarde hij, "en Amerika is op dat gebied
nummer één." Ik vond het een vreemd argument, misschien omdat ik niet
zoveel waarde hecht aan techniek. Het was net zoiets als met alle geweld
in Schotland willen wonen omdat je daar zo lekker kunt vissen.
-
Meneer Kung leerde haar ook de kern van de leer van Confucius: "Wie
gelukkig wil zijn," hield hij haar voor, "moet zijn hoofd niet boven dat
van zijn buurman verheffen, want hij die dat wel doet zal vroeg of laat
worden onthoofd."
-
In Nederland had ik veel gelezen over het Keizerlijke Kanaal, de
grootste handgegraven waterweg ter wereld, maar ik was teleurgesteld.
Het land om mij heen leek verschrikkelijk veel op Zeeland, waar ik ben
opgegroeid, het Keizerlijke Kanaal was net het Kanaal door Walcheren.
- Starend over de stofweg schoot de ene sombere gedachte na de andere door mijn hoofd. De enige regels waar Chinezen zich aan houden zijn de regels die afgedwongen worden door strenge straffen. Verder houdt niemand rekening met elkaar, het is altijd: ieder voor zich.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten