vrijdag 4 oktober 2024

Carolijn Visser: Shanghai Skyline

Carolijn Visser: Shanghai Skyline (Nederland, 2008): 250 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Carolijn Visser is gedurende haar reizen over de wereld in vele landen geweest, maar China is toch wel het land waar ze het meest over heeft geschreven. Na "Grijs China" en "Buigend bamboe" is "Shanghai Skyline" het derde boek van Carolijn over een reis door China. Ik vind dit nieuwe boek duidelijk het meest interessante boek van die drie en tegelijkertijd het meest interessante boek dat ik ken over een reis door China. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Op een spoor naast ons haalde een trein ons in, en verdween meteen in de verte. "Driehonderd kilometer per uur," lichtte meneer Guo toe. "Ahh!" reageerde ik bewonderend, maar dat was niet wat hij beoogde. "Van de luchthaven naar de stad kost vijftig yuan! Veel te duur!" stelde hij misnoegd vast. We kenden elkaar nog geen tien minuten en meneer Guo waakte al over mijn uitgaven alsof we oude vrienden waren. Ik had vaker Chinezen ontmoet die zo deden. Ze zagen het leven als een barre reis. Je mocht je bij hen aansluiten en samen optrekken tegen de rest van de wereld, die vol oplichters, hindernissen en valkuilen was.

- Het had altijd iets beklemmends gehad bij Chinezen thuis te komen. Met je aanwezigheid bracht je hen in gevaar ...

- Van vorige reizen wist ik nog hoe moeilijk het in China was om op het juiste moment, op de juiste wijze, het juiste cadeau te geven.

- "Hoe weet je nou of iemand de ware is?" wilde Elizabeth weten. "Dat kun je niet weten," antwoordde ik. "Soms zijn mensen twintig jaar samen en lijkt het alsof alles goed is en dan opeens gaan ze scheiden en vervloeken ze de dag dat ze elkaar ontmoet hebben. Je weet het pas op het eind." Elizabeth knikte bedachtzaam. Ze had liever een eenduidig antwoord gehad, vermoedde ik.

- In China heeft een mens familieleden nodig om zich te behoeden voor het noodlot, was haar boodschap, omdat niemand anders dat zal doen. "Een man die ik ken kreeg een acute blindedarmontsteking in een afgelegen stad. Hij wist een ziekenhuis te vinden maar moest vooruitbetalen voor de operatie en dat geld had hij gewoon niet bij zich." "En toen?" "Je weet hoe het dan gaat: niemand verroert een vin, alles stagneert. Uiteindelijk heeft hij zich halfdood naar een internationale pinautomaat laten rijden. Je moet in zo'n geval iemand hebben die alles laat vallen en naar je toe komt."

- In China heerst een intimiderende sfeer, beaamde ik. Daarom voelde ik me altijd opgelucht als ik het land weer verliet. Maar het was voor het eerst dat ik een "overzeese" Chinees als Sung ontmoette die zich zo kritisch uitliet over het moederland.

- Weer boven de grond staken we een drukke weg over. "Ik voel me veilig naast jou," zei Sung. "Iemand die eruitziet als een buitenlander rijden ze niet zomaar omver, dat geeft te veel gedoe. Als ik alleen ben moet ik echt enorm goed uitkijken. Een dode Chinees is geen ramp. Er zijn er toch zoveel."

- Meneer Xu wilde niet als kunstenaar te boek komen staan. Zijn generatie had geleerd dat het met dat soort mensen slecht afliep. Expressie, individualiteit, een eigen mening, waren begrippen die een lichte paniek deden verschijnen op meneer Xu's gezicht.

- De afgelopen jaren had ik vaak het gevoel gehad dat ik overspoeld werd door Chinese handdoeken, pannen, sokken, broeken en fietsen, of ik nu in Europa was, in Latijns-Amerika of in Laos. Nu pas realiseerde ik me wat de Chinezen zich voor de productie daarvan hadden moeten ontzeggen.

- De grootvader van Holly hield haar in die tijd van schaarste ook voor dat een mens niet veel nodig heeft. "Geluk is iets wat binnen in je zit." Maar in het huidige China werd daar anders over gedacht. "Het gaat nu alleen maar om Gezicht," mopperde Holly. Succesvolle Chinezen kleedden zich in bekende merken en aten in restaurants waar een maaltijd het maandsalaris van een arbeider kostte. "Omdat we vroeger allemaal zo arm waren," vergoelijkte Holly, "is het duurste nu nog niet goed genoeg. Het enige wat mensen kunnen bedenken is een Groot Gezicht." Dat kreeg je als je kostbare Rolex-horloges droeg of Armani-pakjes en handenvol geld uitgaf in dure restaurants.

- "Als kind droomde ik ervan ooit een heel ei te mogen eten," bekende de journaliste, maar haar ouders, ingenieurs, konden zich dat in die tijd niet veroorloven.

- Toen ik voor het eerst in China kwam was ik geschokt door wat ik zag: boeren gekleed in vodden die hersteld waren met tientallen opgenaaide lapjes, hongerige horden kinderen, een lamgeslagen economie. Mensen vertelden over jaren van verbanning, ontberingen en mishandeling tijdens de Culturele Revolutie, toen nog maar een paar jaar voorbij. De schade werd nu in razend tempo ingehaald. We zouden blij moeten zijn voor de Chinezen en dat was ik ook, maar ik wilde ook graag iets anders zien dan bouwputten.

- "En op politiek gebied," ging meneer Wang verder met een gewichtiger klinkende stem, "willen we een verantwoorde rol in de wereld spelen op het gebied van de vrede." Daarmee bedoelde hij, veronderstelde ik, dat China zich militair wilde kunnen meten met de grote wereldmachten, want wie kan beslissen over vrede, kan ook beslissen over oorlog.

- Meneer Zhao liet me de kopieën zien die hij gemaakt had van Schotmans boeken. ... "... en volgens mij beschrijft deze man wat hij zag, wie hij ontmoette en wat er gebeurde." Ik begreep niet waar hij op doelde. "Chinezen in die tijd deden dat niet," verduidelijkte meneer Zhao. "Die schreven over het gevoel dat ze hadden als ze ergens naar keken." "Bloemrijke woorden," was me nu duidelijk, "in de trant van; kraanvogels vliegen over het water, pijn doorboort mijn hart. Geen feiten." Meneer Zhao knikte ...

- "Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?" vroeg ik. Meneer Zhao Ming verzuchtte uit de grond van zijn hart: "Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik nu thuis met de deuren dicht."

- Ondernemingen verliepen volgens Clissold meestal als volgt: Er wordt een overeenkomst gesloten tussen een buitenlandse en een Chinese partner. De buitenlander levert investeringen, kennis en technici, de Chinees brengt mankracht in, land of gebouwen. De westerse investeerder komt na enkele maanden over en ziet: de fabriek, die hij zich vol machines had voorgesteld, is leeg. En het geld is op. Alles heeft tegengezeten, wordt hem verteld. Vergunningen zijn nog niet rond, de lokale autoriteiten stellen nieuwe eisen, de buitenlander krijgt het gevoel dat hij in drijfzand is gestapt. En wat blijkt dan: In een volgend dorp is een concurrerende fabriek gekomen. In hallen staat splinternieuwe apparatuur opgesteld. De eigenaar is degene met wie de westerse investeerder een contract heeft gesloten, maar dat is onmogelijk te bewijzen, want er zijn ook vele andere bij betrokken, zoals plaatselijke autoriteiten.

- " ... Maar het is tijdens de les verboden over geloof te spreken. Punt uit."Vreemd was dat wel, vond Don, want wie iets van de westerse literatuur wil begrijpen, moet enige kennis hebben van het christendom. "Dat zei ik tegen een Chinese collega van ons. Oké, reageerde ze, leg het me dan maar uit. Ik zei: Hoeveel tijd heb je? Een dag? Een week? Ze dacht dat ik het wel in een paar minuten kon uitleggen."

- Niets was vanzelfsprekend, hadden de Amerikanen geleerd in China. Alles moest worden uitgelegd. "Loop ik over de campus met een paar studenten," vertelde Don. "Ik groet de veger die ik elke dag een paar keer tegenkom. Zegt een van de studentes: "Tegen die man hoef je niet aardig te zijn, hij is maar een veger." "Nee, dat is inderdaad niet verplicht. Tegen jou hoef ik ook niet aardig te zijn. Maar ik ben het toch," reageerde ik."

- Die anekdote stelde mij gerust. Ik schatte hem begin veertig, en toen ik zijn hand schudde, vroeg ik mij even af, zoals altijd wanneer ik Chinezen van rond die leeftijd ontmoet, of hij wellicht een Rode Gardist was tijdens de Culturele Revolutie. Iemand die met het Rode Boekje in de hand leraren mishandelde of buren aangaf.

- "Zijn er ook rijke katholieken?" vroeg ik; de katholieken die ik in Shanxi ontmoet had, leken geen van allen over een hoog inkomen te beschikken. Pastoor Meng schudde beslist het hoofd. "Wie veel geld wil verdienen moet politiek bedrijven, connecties hebben, omkopen. Dat is een ander leven, een andere weg. Wij katholieken wijden ons aan ons geloof en daar word je niet rijk van."

- "En de jonge mensen in jouw land?" informeerde de vader belangstellend verder. "Waar geloven die in?" "Die zijn vooral individualistisch ingesteld," antwoordde ik. De vader knikte alsof hij zoiets wel had verwacht. "Ze geloven niet in de geest van de natie?" informeerde hij zorgelijk. "Nee," durfde ik wel te stellen. De chauffeur kwam me te hulp. "Als ze maar onderwijs volgen," zei hij, "dan komt het wel goed." "Ja," beaamde ik, "maar het probleem is dat velen hun opleiding niet afmaken en de school zonder diploma verlaten." Iedereen zoog ontzet de adem in. "Wat een schande voor hun familie!" zei Luke geschokt. De vader keek alleen maar bedroefd voor zich uit.

De slotzinnen uit het boek:
- In gedachten noteerde ik mijn verplichtingen jegens iedereen die ik gedurende dit verblijf ontmoet had. Wat kon ik doen voor wie? Op wie kon ik in de toekomst weer een beroep doen? Net als alle Chinezen moest ik nu een sociale boekhouding bijhouden.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten