Konstantin Paustovski: De muziek van de herfst: Verzamelde verhalen (Rusland, 1912-1966): 639 blz: Vertaald door Wim Hartog (2020): Uitgeverij van Oorschot
Mensen die al langere tijd mijn blog lezen weten dat ik een groot fan ben van de Russische schrijver Konstantin Paustovski. Wie aan Paustovski denkt, denkt automatisch ook aan Wim Hartog, zijn vaste vertaler in het Nederlands. Vermoedelijk is in het Nederlands taalgebied van geen enkele andere schrijver van het formaat van Paustovski, het beeld zozeer bepaald door één vertaler.
In al zijn boeken bezingt Paustovski Rusland en zijn onmetelijke natuur. Er staan talloze lyrische natuurbeschrijvingen in die een groot deel van de charme van zijn proza uitmaken, in ieder geval voor mij. Ook staan er volop beschrijvingen van gemoedstoestanden in.
In
"De muziek van de herfst" staan verhalen die Paustovski schreef vanaf
jonge leeftijd tot vlak voor zijn dood. Natuurlijk is niet ieder verhaal
even geweldig, maar er staan zonder meer een aantal prachtige verhalen
in het boek. Voor mij is de beste manier om de verhalen in kleine doses
tot mij te nemen, laten we zeggen niet meer dan 50 bladzijden per dag.
"De
muziek van de herfst" lijkt mij niet het boek voor een eerste
kennismaking met het werk van Paustovski, daarvoor kun je beter met het eerste deel van zijn memoires
"Verre jaren" beginnen, of desnoods
met "Wilde rozen", een kleine selectie van 5 verhalen. Maar voor
liefhebbers van het proza van Paustovski bevat "De muziek van de herfst"
erg veel moois. Zonder meer een eersteklas aanrader!
Zoals gebruikelijk ook hier weer een aantal citaten:
- Mijn leven was bizar. Dat kwam niet omdat ik mij voor de buitenwereld graag verschool achter tientallen maskers en mij daar als een kind mee amuseerde. Nee, het bizarre was dat men daar eindeloos intrapte. Dit was te danken aan mijn exceptionele geheugen en artistieke talent. De fantasieën kwamen zo natuurlijk in mij op dat ik ze moeiteloos zelf geloofde.
-
Ik zette mijn verstand op nul. Hoe ingewikkelder de dingen waren die
gebeurden, des te minder graag ik over ze nadacht. Misschien omdat ik
hield van het toeval, van een leven dat niet werd beheerst door het
stalen regelmechaniek van het verstand waarin niet ik maar iemand anders
bontgekleurde dagen met ingewikkelde patronen borduurde. Ik had altijd
geweten dat mijn wegen niet platgetreden waren, maar dat er nog heel
veel veelkleurigheid voor mij in het verschiet lag en dat daarin zowel
droefheid zou klinken als vreugde waar je je hele leven naar smacht.
- De ambtenaren dronken wodka. De drinkebroers hadden afgesproken het woord "wodka" niet in de mond te zullen nemen. Elke ochtend vond dan ook identiek hetzelfde gesprekje plaats.
"Het zou best wel lekker zijn, hè?" vroeg een van hen.
"Het zou inderdaad niet verkeerd zijn," antwoordde een van de twee anderen.
"Het lijkt jou dus ook goed uit te komen?"
"Jazeker."
"Nou, waar praten we dan nog over? Ik hol meteen even naar de hut om het te halen."
-
Een onbekende hemel en vreemde landen verblijden ons slechts voor korte
tijd, al zijn ze nog zo mooi. Uiteindelijk komt het moment waarop een
eenzame margriet langs de weg naar het ouderlijk huis ons dierbaarder
voorkomt dan de sterrenhemel boven de Grote Oceaan en het kraaien van de
haan tot stem wordt van het geboorteland dat ons terugroept naar zijn
in nevels gehulde velden en bossen.
-
Nastja, de dochter van Katerina Petrovna en het enige wezen dat haar
dierbaar was, woonde in het verre Leningrad. Ze had haar moeder drie
jaar geleden voor het laatst bezocht.
- Grotere lof kan men in de Russische taal een buitenboordmotor niet toezwaaien, dan over hem te zeggen dat hij loopt "als een naaimachine".
Katerina
Petrovna wist dat Nastja voor haar, oude vrouw, nu geen tijd had. Jonge
mensen hebben zo hun eigen zorgen, hun eigen onverklaarbare interesses,
hun eigen geluk. Je kunt ze beter maar niet storen. Katerina Petrovna
schreef Nastja dan ook hoogst zelden, maar zij dacht wel de godganse dag
aan haar, terwijl ze zo roerloos op het uiterste puntje van de
doorgezeten divan zat dat een muis, door de stilte misleid, af en toe
achter de kachel vandaan stoof, rechtop ging staan en met zijn
voorpootjes omhoog de bedompte lucht opsnoof.
- Uit mijn ervaring als schrijver weet ik dat je op het platteland veel beter werkt dan in de stad. Alles draagt daar tot concentratie bij, zelfs het knetteren van de pit in het petroleumlampje, het ruisen van de wind in de tuin en het soort volle stilte tussen deze geluiden door, waarbij het is alsof de aarde niet langer draait maar geluidloos in het wereldruim hangt.
-
Maar als wij nu, daar aan de rand van het meer, zwegen terwijl wij
gelukkig waren, dan was dat omdat ware verrukking geen luidkeelse
uitroepen en uiterlijkheden duldt.
-
Met hun paddenstoelengeur en geritsel van bladeren zijn alle bossen
mooi. Maar bossen in de bergen vlak bij zee zijn bijzonder mooi. Je kunt
er het rumoer van de branding horen. Van zee komt voortdurend nevel
aanwaaien, en door de overdaad van vocht groeit het mos er weelderig en
onstuimig. In groene strengen hangt het van de takken tot op de bodem.
... Er zijn trouwens weinig woorden om in lovende termen over een motor te spreken. Daarentegen zijn er een heleboel woorden om hem uit te foeteren, bijvoorbeeld "petroleumslurper", "rammelkast", "rookpot". Het meest beledigende scheldwoord was wel "stinkdier".
Deze staat nog op mijn verlanglijstje :-) Het lijkt mij ook een boek dat je niet te gauw moet lezen, dus echt eentje om te hebben (en niet van de bieb te lenen).
BeantwoordenVerwijderenHoi Barbara, als liefhebster van Paustovski zul je dit boek ongetwijfeld met heel veel plezier gaan lezen. Niet ieder verhaal uit het boek is even geweldig, maar er zitten een aantal prachtige verhalen tussen. De vertaling is zoals altijd geweldig en ook hier vind je weer de lyrische natuurbeschrijvingen en de beschrijvingen van gemoedstoestanden waardoor Paustovski door zo veel Nederlandse lezers zo gewaardeerd wordt.
VerwijderenAlvast heel veel leesplezier! Groetjes, Erik