donderdag 25 november 2021

Hans Magnus Enzensberger (tekst) & Rotraut Susanne Berner (tekeningen): De telduivel

Hans Magnus Enzensberger (tekst) & Rotraut Susanne Berner (tekeningen): De telduivel: Een hoofdkussenboek voor iedereen die bang voor wiskunde is (Duitsland, 1997): 263 blz: Vertaald door Piet Meeuse (1997): Uitgeverij de Bezige Bij:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor de meeste leerlingen van de middelbare school is wiskunde niet bepaald hun favoriete vak. Daarom is het geweldig dat de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger een zeer toegankelijk kinderboek heeft geschreven waarin hij laat zien dat wiskunde ook leuk kan zijn.
 
Van dromen had Robert schoon genoeg. Vaak werd hij opgeslokt door een enorme vis of roetsjte hij langs een eindeloze glijbaan steeds verder de diepte in.Tot op een nacht de telduivel verscheen. De telduivel legt Robert gedurende twaalf nachten allerlei dingen uit de wiskunde uit. Tot Roberts verbazing wordt hij vrienden met de telduivel en wil hij 's nachts zo snel mogelijk gaan slapen om weer te dromen.

"De telduivel" is een verrukkelijk boek voor jong volwassenen (en ook ouderen) waarin op een speelse manier wordt uitgelegd dat wiskunde ook heel leuk kan zijn. Vooral aangeraden voor jongens en meisjes die niet heel erg van wiskunde houden. De tekeningen in het boek van Rotraut Susanne Berner zorgen voor uitstekende illustraties bij de tekst.  
 
Citaten:
- Tot op een dag de telduivel verscheen.
- Wie ben jij dan wel? vroeg Robert. 
De man schreeuwde hem verrassend luid toe: - Ik ben de telduivel!
Maar Robert wou zich door zo'n dwerg niet op zijn kop laten zitten.
- Om te beginnen, zei hij, bestaat er helemaal geen telduivel.
- O nee? Waarom praat je dan met me, als ik niet eens besta?
- En verder haat ik alles wat met wiskunde te maken heeft.
- Hoe dat zo?
- "Wanneer twee bakkers in zes uur 444 krakelingen bakken, hoe lang hebben vijf bakkers dan nodig om 88 krakelingen te bakken?"
- Wat een flauwekul, foeterde Robert verder. Een idiote manier om je tijd te verdoen. Dus verdwijn! Hoepel op!
 
- Nou ja, zei de telduivel, en hij grijnsde. Geen kwaad woord over je leraar, maar met wiskunde heeft dat echt niks te maken. Zal ik je eens wat zeggen? De meeste echte wiskundigen kunnen helemaal niet rekenen. Bovendien vinden ze het zonde van de tijd. Daar heb je toch je zakjapannertje voor?
 
- Weet je, je hebt doodgewone getallen die deelbaar zijn, en je hebt andere, waarbij dat niet gaat. Die vind ik leuker. Weet je waarom? Omdat ze prima zijn. Al meer dan duizend jaar hebben de wiskundigen hun tanden daarop stukgebeten. Fantastische getallen zijn dat. Bijvoorbeeld elf of dertien of zeventien. ... Dat is juist het mooie aan de prima getallen, zei hij. Geen mens weet van tevoren hoe het verder gaat met de prima getallen. ... De grap is namelijk dat je aan een getal niet kunt zien of het prima is of niet. Geen mens kan dat van tevoren weten. Je moet het uitproberen.
 
- Jij denkt zeker dat ik de enige ben, zei de telduivel toen hij de volgende keer opdook. ...
- De enige wat? vroeg Robert.
- De enige telduivel. Maar dat is niet zo. Ik ben maar een van de vele. Waar ik vandaan kom, uit het getallenparadijs, daar zijn er massa's zoals ik. Helaas ben ik niet de grootste. De echte chefs zitten in hun kamers en denken na. ...
Een van hen, die ik erg graag mag, is Bonatsji. Die legt mij soms uit wat hij allemaal heeft uitgevonden. ... Zoals de meeste goede ideeën begint zijn uitvinding met de één - je weet wel. Preciezer gezegd: met twee enen: 1 + 1 = 2. Daarvan neemt hij nu de laatste twee getallen en telt die op en dat herhaalt hij steeds.
(noot van mij: de Fibonaccireeks: 1-1-2-3-5-8-13-21-34, enzovoort).
 
- Zoiets bestaat waarschijnlijk alleen in dromen, mompelde Robert. Als jij niet op tijd was gekomen, had ik niet meer helder kunnen denken.
- Daarom ben ik er ook. Nou, hier worden we door niemand gestoord. Wat is er aan de hand?
- Sinds de laatste keer heb ik er lang over nagedacht hoe alles wat je me hebt laten zien samenhangt. Goed, je hebt me een heleboel trucs verklapt, dat is waar. Maar ik vraag me af: waarom? Waarom komt er met die trucjes uit wat eruit komt? Bijvoorbeeld dat dekselse getal? En dan die vijf? Waarom doen die hazen net of ze weten wat een Bonatsji-getal is? Waarom houden de onverstandige getallen nooit op? En waarom klopt alles wat jij zegt altijd?
- Aha, zei de telduivel, zit dat zo! Jij wilt niet zomaar een beetje spelen met getallen? Jij wilt weten wat erachter zit? De spelregels? De zin van dat alles? Jij stelt, kortom, dezelfde vragen als een echte wiskundige.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

2 opmerkingen:

  1. Dit boek heb ik gekocht toen ik wiskunde studeerde en ik vond het zo leuk :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Barbara, het is ook een erg leuk boek dat ik inmiddels minstens drie keer heb gelezen. "De telduivel" is een schoolvoorbeeld van hoe je een moeilijk onderwerp voor vrijwel iedereen toegankelijk kunt maken. Eigenlijk zou iedereen die wiskundeschuw is dit boek moeten lezen. Groetjes, Erik

      Verwijderen