Ik had twee ooms die missionaris waren. Oom Lambert was missionaris in Indonesië en oom Peter was missionaris in Oeganda. Ik heb nog een derde oom, oom Jozue, die ook naar het seminarie (de opleiding voor priesters) wilde, maar die werd niet toegelaten omdat hij te eigenwijs was. Achteraf gezien kan ik ze daar volkomen gelijk in geven. Oom Lambert is kortgeleden overleden en oom Peter vorig jaar. Oom Jozue leeft nog.
Rond de jaren 30 van de vorige eeuw was het grootste deel van Nederland calvinistisch. Alleen in Noord-Brabant en in Limburg was de meerderheid katholiek. De katholieken hielden er in onze ogen onzinnige praktijken op na inzake de voortplanting. Als je als goedgezind katholiek niet ten minste 10 kinderen had, dan telde je niet mee. Erger nog, als je als vrouw een jaar eens geen kind kreeg, dan kwam de pastoor langs om te vragen of er wat aan de hand was.
Ook mijn ouders kwamen uit grote gezinnen. Mijn moeder had 6 broers en 3 zussen en mijn vader had 1 broer en 3 zussen. Dat het nog erger kan bewijst een neef P. van mij. Zijn vader, broer van mijn moeder kwam dus uit een gezin met 10 kinderen. Zijn moeder kwam uit een gezin met 13 kinderen. Zijn vrouw A. had een vader en moeder die allebei ook uit een gezin met meer dan 10 kinderen kwamen. Omdat van al die kinderen vrijwel iedereen getrouwd was, hadden mijn neef en zijn vrouw 80 mensen die ze oom en tante konden noemen.
Hoe overzichtelijk is het nu. De kinderen van mijn zus hebben slechts 2 ooms en 2 tantes en ook maar 2 neefjes (van mijn broer). De kinderen van mijn broer hebben 3 ooms en 1 tante en een neefje en een nichtje.
Oom Lambert was geboren in 1930 en was de oudste van de kinderen uit het gezin van mijn opa en oma van moederskant. Al op jonge leeftijd bleek hij goed te kunnen leren en werd hij aangekomen op het seminarie. Op het seminarie schaamde hij zich voor zijn boerenafkomst. Hij werd altijd met een boerenkar naar het seminarie gebracht, maar het laatste stukje liep hij, ze mochten eens weten.
Lambert ging na het seminarie in opleiding bij de jezuïeten. Halverwege de jaren 50 ging hij naar Indonesië, in eerste instantie naar Solo (nu Surakarta). Na een paar jaar kreeg hij de keus van de Indonesische regering: of hij zou als Nederlander het land uitgezet worden, of hij moest de Indonesische nationaliteit aannemen. Hij koos voor het laatste.
Lambert boerde goed in Indonesië en na een aantal jaren kwam hij terecht in de hoofdstad, Djakarta (nu Jakarta). Hij had inmiddels ook zijn naam aangepast. In het Nederlands heette hij van den Heuvel. Op zijn Indonesisch maakte hij hiervan Sugiri (is Indonesisch voor goede berg). In Djakarta werd hij leider van de charismatische beweging en werd hij zelfs de belangrijkste katholieke functionaris van Indonesië. Hij werd niet voor niets de paus van Jakarta genoemd.
Mijn oom Lambert hield van het goede leven. Hij had ontzettend veel gereisd en had over de hele wereld vrienden zitten. Hij had ook veel interesses, hij hield van kunst, van lekker eten, hij tenniste en volgens mij hield hij ook van vrouwen, hoewel ik nooit gehoord heb dat hij er een relatie op na hield. Het kwam hem ook goed uit dat hij veel contacten had met hooggeplaatste christelijke families. Hij was ook beslist geen kwezel, de laatste keer dat hij bij mij op bezoek was, kon hij zitten genieten van een boek met mooie naaktfoto's van jonge vrouwen, dat was ook het leven zei hij.
Oom Peter was een heel ander soort man. Hij zat niet bij de jezuïeten, maar bij de witte paters. Hij ging begin jaren 60 naar Oeganda. Toen ging het nog redelijk in Oeganda, maar later onder het bewind van Idi Amin heerste er terreur en willekeur. Oom Peter leefde in armoede tussen de armen. Hij heeft zijn hele leven geprobeerd ervoor te zorgen dat de allerarmsten het wat beter kregen. Daarvoor moesten ze dan wel christenen worden.
Terwijl oom Lambert zeer smakelijk over zijn belevenissen kon vertellen, was oom Peter altijd uiterst zwijgzaam. Toen hij een keer op bezoek in Nederland was, heb ik hem eens opgezocht bij het missiehuis van de witte paters en heeft hij vrijwel niets verteld over zijn belevenissen in Oeganda, terwijl hij toch wel heel wat meegemaakt moet hebben.
Binnen onze familie waren de meningen over beide ooms verdeeld. De ene helft van de familie was het meest enthousiast over oom Peter, een bescheiden, zwijgzame en deugdzame, maar ook saaie man die er altijd voor zorgde dat hij niemand tot last was. De andere helft van de familie (waaronder ikzelf) was veel enthousiaster over oom Lambert die overal in geïnteresseerd was en heel enthousiast kon vertellen. Ik ben in 1992 ook bij oom Lambert in Jakarta op bezoek geweest en ben daar als een vorst ontvangen.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
Hoi Erik,
BeantwoordenVerwijderenWat leuk dat je weer een artikel hebt geplaatst. En wat een interessant verhaal, je zou er een roman over kunnen schrijven! De paus van Jakarta en de bescheiden pater Peter... Ze zullen beiden heel interessante levens hebben gehad.
Groetjes, Marieke
Hoi Marieke, ik denk inderdaad dat er zonder probleem een roman te schrijven valt over het leven van beide ooms. Ik heb daar te weinig materiaal over en ook niet de interesse om dat te gaan doen. Waarschijnlijk blijft het hierbij. Groetjes, Erik
VerwijderenOja, mijn echtgenoot heeft ook zo veel ooms en tantes dat we het bijna niet kunnen bij houden. De families zijn niet katholiek maar gereformeerd vrijgemaakt. We kenden elkaar al jaren toen de naam van een oom werd genoemd waar ik nog nooit van had gehoord. En laatst ontdekte ik dat hij wel drie ooms heeft die Henk heten. Van het grootste gezin is na het overlijden van oma een boek gemaakt, waarin we voortaan kunnen opzoeken hoe alle ooms en tantes en neven en nichten heten. Die oma had tegen de 100 kleinkinderen.
BeantwoordenVerwijderenWel mooi dat je nog contact houdt met je ooms en tantes. Vaak verwatert dat toch als je ouder wordt.
Oh wacht ik moet niet overdrijven, die bijna 100 kinderen zijn inclusief partners en achterkleinkinderen ;-)
VerwijderenHoi Barbara ik dacht al, 100 kleinkinderen lijkt mij wel een beetje veel, ook in sterk religieuze families. Ik heb nog met een paar tantes en een paar neven met hun gezinnen contact. Bij de familie van mijn moeder was ik altijd onvoorwaardelijk welkom, bij de familie van mijn vader voelde ik mij veel minder welkom. Groetjes, Erik
VerwijderenWat een geweldig verhaal Erik! Daar kan ik echt van genieten. Interessant en prettig leesbaar. Ikzelf heb geen ooms en tantes: mijn moeder was enig kind en mijn vader verloor zijn zuster door een ongeluk toen ze 27 was en nog geen kinderen had. Ik heb dan ook geen neefjes en nichtjes. Mijn ouders zijn beide overleden. Van de oudere generatie heb ik alleen nog een nichtje van mijn vader over. Zij is nu 87, haar man 90. Ze wonen in Friesland, ver hier vandaan. Maar ik zoek ze nog elk jaar een keer op: ze zijn het enige contact waarmee ik nog over het vroeger van mijn vader en moeder kan praten. Ze zijn gelukkig beiden nog heel alert en redelijk gezond.
BeantwoordenVerwijderenHoi Jannie, dank je. Voor iemand van uw generatie is het toch wel heel bijzonder dat u geen ooms en tantes en neefjes en nichtjes heeft. Dat lijkt mij toch wel bijzonder alleen. Ik ben erg blij dat ik een redelijk grote familie heb en dan met name met het contact met mijn zus en mijn broer en hun gezinnen. Groetjes, Erik
VerwijderenHet waren de omstandigheden Erik. Mijn moeder had geen broers en zussen, omdat mijn oma een uitzonderlijke bloedgroep had (O met negatieve rhesusfactor) iets waar men destijds niets vanaf wist en alle babies met ander bloed dan de moeder stierven. Mijn moeder had hetzelfde bloed, dus die bleef in leven. Mijn vader had dus maar een zus (die verongelukte), maar mijn grootouders kozen bewust voor een klein gezin. Ze waren niet gelovig, maar socialistisch en idealistisch. In een klein gezin hadden de kinderen meer kansen, begrepen ze. En konden ze ze meer opleiding e.d. geven van een beperkt inkomen. Ik wist niet beter, maar nu vind ik het wel jammer dat ik zo weinig familie heb. Gelukkig heb ik 3 kinderen, 3 schoonkinderen en 6 kleindochters. En een echtgenoot natuurlijk. En een broer en schoonzus met hun aanhang. Komt dus alsnog helemaal goed. Groetjes, Jannie.
VerwijderenOverigens: mijn man komt uit een gezin van 12 kinderen, ook niet gelovig. Is dus niet altijd het verband.
Hoi Jannie, kinderen en kleinkinderen die zijn natuurlijk echt helemaal van jezelf. Dat is nog belangrijker dan het hebben van broers of zussen of verder weg ooms, tantes, neven en nichten. Je hebt natuurlijk wel altijd zorgen over je kinderen en kleinkinderen, over het algemeen veel meer dan je dat over een broer of zus zou hebben. Groetjes, Erik
VerwijderenWooow, wat een geschiedenis en wat zullen die mensen veel hebben meegemaakt. Ook gezien de digitale revolutie. Bijna niet voor te stellen van met de boerenkar naar het seminar gebracht tot videobellen. En dat in een leven.
BeantwoordenVerwijderenWat aantal kinderen betreft, mijn moeder kwam uit een gezin van 14 kinderen. Haar moeder waarschuwde haar om dat absoluut niet ook te doen. Twee bleken genoeg.
Hoi Niek, ja de veranderingen in de samenleving vanaf de jaren 30 zijn enorm geweest. Heb jij een broer of een zus? Ik heb jou er nog nooit over gehoord. Groetjes, Erik
VerwijderenDaar is (nog) niet eerder aanleiding voor geweest, denk ik. :-) Ik heb een twee jaar oudere broer en die woont sinds eind jaren negentig in Nieuw Zeeland met zijn vrouw.
VerwijderenMijn ouders leven niet meer en zowel mijn broer als ik hebben bewust geen kinderen. Wel hebben we alle twee hele fijne levensliefjes. Ik heb nooit zo aan familie gehecht dus mis het ook niet echt.