donderdag 30 januari 2020

A.L. Snijders: Vijf bijlen

A.L. Snijders: Vijf bijlen: 335 ZKV'S (Nederland, 2009): 657 blz: AFdH Uitgevers

Ik heb de afgelopen weken de dikke bundel "Vijf bijlen" met daarin 335 ZKV'S (zeer korte verhalen) van A.L. Snijders gelezen. Ik had nog nooit iets van de beste man gelezen, maar wist wel dat collega-blogger Arjen van boeklog.info een groot fan van de man was.

Na 50 bladzijden had ik de neiging om het boek weg te leggen. Er gebeurde weinig bijzonders in zijn verhalen. Het zijn altijd kleine gebeurtenissen en alledaagse dingen waarover Snijders schrijft. Hij schrijft volstrekt pretentieloos, maar heeft een zeer goed oog voor de kleine dingen die ertoe doen.

Snijders is geboren in Amsterdam in 1937, maar is in 1971 verhuisd naar de Achterhoek. Hij reist wel nog vaak naar Amsterdam, vooral om zijn kinderen en kleinkinderen op te zoeken.

Toen ik wat verder kwam in het boek, merkte ik dat de alledaagsheid van de verhalen mij bijzonder aanspreekt. Nu eens niet een schrijver die de meest wilde avonturen beschrijft, maar eentje die het klein houdt, ook in de lengte van zijn verhalen.

Het is lang geleden dat ik van een boek van een Nederlandse schrijver zo onder de indruk was. Ik vermoed dat ik alle korte verhalen van Snijders nog wel eens op mijn gemak ga lezen. Alleen op basis van dit ene boek met korte verhalen beschouw ik Snijders als een van de meest interessante schrijvers uit de Nederlandse literatuur.

Het boek nodigt uit om er uitgebreid uit te citeren. Dat doe ik dus ook:

- Een van de jongens grijpt in. "Al dat diepzinnige geredeneer van jullie is in zijn soort heel aardig, maar het dient nergens toe. De gewone gang van zaken is, dat ieder kennis neemt van de mening van zijn tegenstander en bij zijn eigen overtuiging blijft." ... "Geloof me, zelfs het slechtste verhaal heeft meer waarde dan de beste redenatie."

- Zoals alle atheïsten ben ik in hevige mate geïnteresseerd in godsdienst, religie en geloof.

- De literatuur is een diep oerwoud waar je nooit rust hebt, terwijl de krant en de tv altijd dezelfde oppervlakte laten zien, politieke foefjes, overstromingen, onbereikbaar leed, orkanen en droogte.

- Pek van Andel beschrijft serendipiteit: Zoeken naar een speld in een hooiberg en er met een mooie boerenmeid uitkomen.

- Iemand had de eerste week Vrijplaats-stukjes gelezen en zei dat hij ze niet allemaal even goed vond. Ik wilde zeggen dat alleen auto's die van de lopende band komen allemaal even goed zijn, maar dat zo'n stukje steeds opnieuw moet verzonnen worden.

- Hij vraagt wat ik doe. Ik zeg: "Ik ben schrijver." Hij zegt: "Dat is iemand die aan het strand staat, een zandkorrel tussen zijn vingers bekijkt en die beschrijft. Als hij klaar is, is hij oud.Hij denkt dat hij het strand beschreven heeft." Ik zeg: "Godverdomme."

- Ik ging schrappen, het kostte me moeite, schrappen is veel moeilijker dan schrijven, want schrappen is de dood, en schrijven is het leven (om het in deze gezwollen dagen maar eens vet te zeggen).

- Ik houd van zeer kleine verhalen met zeer grote gevolgen: piekeren, tobben, verdriet en vreugde, gewoon de dingen waar het om gaat. Het toeval wil dat ik deze week twee van deze verhalen heb gehoord.
2 De gereformeerde kerkorganist W. kan door een speling van de natuur het poepen niet lang uitstellen. Na de eerste aandrang heeft hij niet meer dan een minuut. Tijdens een dienst voelt hij het komen, hij zit precies in een zeer kleine pauze. Gelukkig zit hij alleen in het afgesloten hok. Hij legt een opengeslagen bijbel in een hoek en poept erop. Broek dicht en spelen.

- De meeste patiënten op de zaal van de jongen bezoeken de dienst, hijzelf gaat niet, hij gelooft niet in God. Zijn argument: er zijn zoveel klootzakken die oud worden.
Ik vind het een eenvoudig en goed argument, zakelijk en praktisch, zoals een goed stuk gereedschap. Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, vind ik ook mooi, maar meer iets voor de poëzie, niet geschikt voor het dagelijks leven.

- Montherlant: Een jongen van achttien jaar die in niets meer gelooft is een dwaas.  Een man van zeventig die niet meer in niets gelooft is een dwaas.

- Voltaire was kwaad op Diderot, die hem in een brief geschreven had: "Het is dus heel belangrijk kervel niet met peterselie te verwarren, maar helemaal niet of men nu in God gelooft of niet."

- Ik blijf tot mijn dood op het land, de wereld bekijk ik op de televisie, de natuur in mijn tuin.

- In elke groep loert de uitsluiting, de postduivenvereniging, de tennisclub, het filologencongres, de politieke partij, maar nergens is het gif zo effectief als in de vereniging die door God gesteund wordt.

- Toen ik in 1971 in de Achterhoek op het land ging wonen, werd ik in de eerste plaats gehoond door de mensen die wisten dat ik bij mijn geboorte had beloofd dat ik altijd in Amsterdam zou blijven wonen. Maar zelf had ik ook enige twijfel. Die verdween toen ik merkte dat het zandland, de Amstel en de Boerenwetering toch belangrijker voor me waren geweest dan ik gedacht had, ik was een stadsmens met een landelijk randje. In de loop van de jaren is het accent verschoven, ik ben een buitenman met een stedelijk randje geworden. De voornaamste oorzaak hiervoor is het geluid. Ik houd meer van het geloei van koeien dan van het janken van ambulances, meer van het hanengekraai dan van het snerpen van remmen, meer van mijn eigen muziek dan van de muziek van de buren (ook al is dat mijn eigen muziek), meer van het gekwetter van mezen dan van het gekwebbel van mensen.

- Karel van het Reve vertelt over een leraar klassieke talen die in een verhaal van Evelyn Waugh aan een paar sceptische leerlingen moet uitleggen waarom het bijwonen van zijn lessen geen tijdverspilling is. Hij zegt: "Bij mij in de klas zitten en geen oude talen leren, dat is pas tijdsverspilling."

- Mijn kleindochter (17) is trots op mij omdat ik boeken schrijf. Zij vraagt aan haar lerares Nederlandse taal- en letterkunde of zij een boek van A.L. Snijders op haar lijst mag zetten. Dat mag niet, want de lerares vindt dat er alleen beroemde schrijvers op de lijst mogen.

- Het verleden is een dik boek dat gereduceerd is tot een kaft met enkele bladzijden - als je vaak over die bladzijden praat denkt men dat je een goed geheugen hebt.

- Als de grote drinker Liu Ling uitging, werd hij altijd vergezeld door een knecht met een kruik wijn en een spade. Zo had hij steeds voldoende te drinken, en kon hij, als hij dood neerviel, ter plaatse worden begraven.

- Eigenlijk ben ik altijd een heel onaangename, autoritaire leraar geweest, ik wilde nooit iets uitleggen, ik vond het genoeg de hooggezichten aan te wijzen en langs mijn wijsvinger te zeggen "dat is prachtig".

- Ik vertel dat het nooit in de literatuur is voorgekomen dat een jury op anonieme wijze een bijna unanieme beslissing heeft genomen. Ik geef de oorzaak: bij de grote prijzen is de voorzitter nooit iemand die iets van schrijven weet, Van Mierlo, Pechtold, de baas van de Spoorwegen, de penningmeester van Heineken, mensen met een brede culturele belangstelling die op literair gebied van kut noch kouwe peren weten.

- Ik heb een afkeer van perfectie, ik wil dat iedere poging ook het resultaat is.

 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

6 opmerkingen:

  1. Mooi Stuk. Ik moest ook even wennen aan de schrijfstijl en wist eerst niet goed wat ik er mee aan moest maar uiteindelijk was ik ook enthousiast

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Koen, dank je! Dat is ook precies mijn ervaring. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  2. Ooit las ik in de bieb een paar verhaaltjes en die spraken me niet direct aan, maar zo te zien moet ik het nog maar eens proberen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Barbara zoals je in mijn stuk en in de reactie van Koen kunt lezen gold voor ons hetzelfde, het kostte even om te wennen aan zijn verhalen, de manier van schrijven en de inhoud, maar eenmaal gewend vonden wij (nou ja, in ieder geval ik) het geweldig. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  3. Hier nog zo iemand. Ik las er ooit wel een paar, maar vond ze niet bijzonder. Ik zie nu in dat ik mijn mening moet heroverwegen. Het lijken me stukjes die je langzaam moet lezen en niet teveel achter elkaar. Meer zoals poëzie, af en toe een paar. Dank voor de tip.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, het gebeurt bij mij zelden dat ik 50 bladzijden van een boek lees, niet enthousiast ben en toch doorlees en vervolgens alsnog razend enthousiast word. Dit boek van A.L. Snijders is één van die weinige uitzonderingen. Voor mij waren het juist stukjes waarbij ik flink kon doorlezen. Natuurlijk zette ik dan wel af en toe een streepje in de kantlijn voor mooie citaten. Groetjes, Erik

      Verwijderen