donderdag 29 september 2022

A.L. Snijders: De taal is een hond

A.L. Snijders: De taal is een hond (Nederland, 2008): 283 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
Net zoals in de bundel "Ik leef aan de rand van de wereld" die ik kortgeleden van Snijders las, gaat het ook in "De taal is een hond" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "De taal is een hond" zijn geschreven tussen februari 1992 en september 1996.
 
Citaten:
- En ik houd van schrijven, echt lekker ouderwets schrijven, bedoel ik, met een pen op wit papier, aan een kleine tafel voor een raam - en daarbuiten vetbolletjes en pindanetjes voor de rumoerige mezen. Als ik even niet verder kan, kijk ik naar ze, en verwonder me erover dat de kleine pimpelmees het in the struggle for life soms wint van de grote en brutale koolmees. (Voor de volledigheid: glazig staren naar een beeldscherm, weerstandsloze toetsen bevingeren, je gedachten op een floppy, dat is natuurlijk geen schrijven.)
 
- Toen ik op school zat, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, zette ik op een papiertje. Een proefwerk. Als de meester vond dat het voldoende was, gaf hij me een voldoende. Toen ik studeerde, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, vertelde ik aan een professor. Een tentamen. Als die man vond dat het voldoende was, gat hij me een voldoende. Nu ik leraar ben, lees ik in boeken. En wat ik lees, vertel ik aan mijn leerlingen. Die zetten het op papier. Een proefwerk. Als ik vind dat het voldoende is, geef ik ze een voldoende. Mijn leven bestaat uit boeken en papier. Ik verteer papier in mijn boekmaag, en ik braak kennis uit. Daarvoor ontvang ik geld. Dat is mijn leven.
 
- Horizontale voorgeleiding is een politieterm die leerlingen soms gebruiken om mij te treiteren. Eerst sla je een verdachte plat, daarna draag je hem met zijn tweeën het bureau binnen. Ik weet niet of het vaak voorkomt, ik weet niets van de politie, en ik kan er ook niet achter komen want mijn collega's beschouwen me als een kind, praten sussend tegen me, leggen hun hand op mijn schouder, schudden hun politiehoofden en zeggen vriendelijk: Laat dat nou maar aan ons over, hou jij je nou maar bezig met de d'tjes en de t'tjes. (Ze spreken nooit over taal, alleen over d'tjes en t'tjes.)

- Jaren geleden moest ik van de school een Turks meisje bijspijkeren, zes uur per week. Na een tijdje kende ze enige spellingsregels. Ze wist dat in "moeder heeft boontjes gedop ..." een t moest worden ingevuld, volgens de regels van 't kofschip. 
 Maar ze wist niet wat moeder deed, wat was dat, boontjes doppen?
 
- Ik tel onder mijn vrienden en kennissen natuurlijk veel neerlandici. En ik ben banger voor hen dan voor gewone mensen, want de een weet meer van grammatica dan ik, de ander begrijpt meer van de literatuur, een derde is deskundiger op het terrein van de stijl, terwijl de vierde gespecialiseerd is in metaforen. En tel je ze bij elkaar, dan vormen ze een reus van kennis en smaak die op mij neerkijkt.
 
- In 1990 heb ik een opmerking van Scelsi opgeschreven: "Toelichtingen bij muziek zijn vervelend. Men moet luisteren en na afloop klappen of fluiten."

- Ik hoop natuurlijk dat U mij handhaaft als stukjesschrijver bij Uw krant, want de wekelijkse discipline stimuleert me en het geld kan ik ook goed gebruiken. (Mijn vijf kinderen mogen er één voor één hun rijbewijs van halen.)

- Die ochtend heb ik nu en dan zachtjes in de klas zitten grienen, op een voor mij kenmerkende manier: niemand mocht het zien. Pas veel later heb ik gehoord dat een man best in het openbaar mag huilen, dat het je zelfs siert als je dat kunt, maar voor mij kwam deze culturele koerswijziging te laat, ik verberg mijn verdriet, ik ben een man uit een ander tijdperk.

- Een jongen deed de oefening en maakte vermijdbare fouten. Ik zei: "Het staat toch in de theorie?" Hij zei: "Ik heb eerst de oefening gemaakt en toen de theorie bestudeerd." Ik zei: "Dat doe ik ook altijd, ik denk dat het te maken heeft met de angst voor het woord en ongeduldige liefde voor het handwerk. Eerst de cv-ketel aansluiten, dan het gas erop, dan de lucifer erbij, dan boem, het dak van het huis, en dan het instructieboekje bestuderen. Zo heb ik mijn eerste echtgenote verloren."
 
- In dit pandemonium vertelt mij ook nog iemand dat Karel van het Reve Gods liefde heeft vergeleken met de KGB die iedere ochtend aan je deur klopt om te vertellen dat je die dag niet gearresteerd wordt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

2 opmerkingen:

  1. deze ga ik maar eens op het lijstje zetten

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Hella, A.L. Snijders heeft veel gepubliceerd, dus ik kan gelukkig nog een tijdje vooruit. Ik houd daar wel van, iemand die over de "kleine" dingen van het leven schrijft. Groetjes, Erik

      Verwijderen