A.L. Snijders: De taal is een hond (Nederland, 2008): 283 blz: Uitgeverij Thomas Rap
Net zoals in de bundel "Ik leef aan de rand van de wereld" die
ik kortgeleden van Snijders las, gaat het ook in "De taal is een hond" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de
schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij
regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De
verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij
ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms
voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die
blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "De taal is een hond" zijn geschreven tussen februari 1992 en september 1996.
Citaten:
- En ik houd van schrijven, echt lekker ouderwets schrijven, bedoel ik, met een pen op wit papier, aan een kleine tafel voor een raam - en daarbuiten vetbolletjes en pindanetjes voor de rumoerige mezen. Als ik even niet verder kan, kijk ik naar ze, en verwonder me erover dat de kleine pimpelmees het in the struggle for life soms wint van de grote en brutale koolmees. (Voor de volledigheid: glazig staren naar een beeldscherm, weerstandsloze toetsen bevingeren, je gedachten op een floppy, dat is natuurlijk geen schrijven.)
-
Toen ik op school zat, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, zette ik
op een papiertje. Een proefwerk. Als de meester vond dat het voldoende
was, gaf hij me een voldoende. Toen ik studeerde, las ik in boeken. En
wat ik gelezen had, vertelde ik aan een professor. Een tentamen. Als die
man vond dat het voldoende was, gat hij me een voldoende. Nu ik leraar
ben, lees ik in boeken. En wat ik lees, vertel ik aan mijn leerlingen.
Die zetten het op papier. Een proefwerk. Als ik vind dat het voldoende
is, geef ik ze een voldoende. Mijn leven bestaat uit boeken en papier.
Ik verteer papier in mijn boekmaag, en ik braak kennis uit. Daarvoor
ontvang ik geld. Dat is mijn leven.
- Horizontale voorgeleiding is een politieterm die leerlingen soms gebruiken om mij te treiteren. Eerst sla je een verdachte plat, daarna draag je hem met zijn tweeën het bureau binnen. Ik weet niet of het vaak voorkomt, ik weet niets van de politie, en ik kan er ook niet achter komen want mijn collega's beschouwen me als een kind, praten sussend tegen me, leggen hun hand op mijn schouder, schudden hun politiehoofden en zeggen vriendelijk: Laat dat nou maar aan ons over, hou jij je nou maar bezig met de d'tjes en de t'tjes. (Ze spreken nooit over taal, alleen over d'tjes en t'tjes.)
Maar ze wist niet wat moeder deed, wat was dat, boontjes doppen?
-
Ik tel onder mijn vrienden en kennissen natuurlijk veel neerlandici. En
ik ben banger voor hen dan voor gewone mensen, want de een weet meer
van grammatica dan ik, de ander begrijpt meer van de literatuur, een
derde is deskundiger op het terrein van de stijl, terwijl de vierde
gespecialiseerd is in metaforen. En tel je ze bij elkaar, dan vormen ze
een reus van kennis en smaak die op mij neerkijkt.
- In 1990 heb ik een opmerking van Scelsi opgeschreven: "Toelichtingen bij muziek zijn vervelend. Men moet luisteren en na afloop klappen of fluiten."
- Ik hoop natuurlijk dat U mij handhaaft als stukjesschrijver bij Uw krant, want de wekelijkse discipline stimuleert me en het geld kan ik ook goed gebruiken. (Mijn vijf kinderen mogen er één voor één hun rijbewijs van halen.)
-
Die ochtend heb ik nu en dan zachtjes in de klas zitten grienen, op een
voor mij kenmerkende manier: niemand mocht het zien. Pas veel later heb
ik gehoord dat een man best in het openbaar mag huilen, dat het je
zelfs siert als je dat kunt, maar voor mij kwam deze culturele
koerswijziging te laat, ik verberg mijn verdriet, ik ben een man uit een
ander tijdperk.
-
Een jongen deed de oefening en maakte vermijdbare fouten. Ik zei: "Het
staat toch in de theorie?" Hij zei: "Ik heb eerst de oefening gemaakt en
toen de theorie bestudeerd." Ik zei: "Dat doe ik ook altijd, ik denk
dat het te maken heeft met de angst voor het woord en ongeduldige liefde
voor het handwerk. Eerst de cv-ketel aansluiten, dan het gas erop, dan
de lucifer erbij, dan boem, het dak van het huis, en dan het instructieboekje bestuderen. Zo heb ik mijn eerste echtgenote verloren."
- In dit pandemonium vertelt mij ook nog iemand dat Karel van het Reve Gods liefde heeft vergeleken met de KGB die iedere ochtend aan je deur klopt om te vertellen dat je die dag niet gearresteerd wordt.
deze ga ik maar eens op het lijstje zetten
BeantwoordenVerwijderenHoi Hella, A.L. Snijders heeft veel gepubliceerd, dus ik kan gelukkig nog een tijdje vooruit. Ik houd daar wel van, iemand die over de "kleine" dingen van het leven schrijft. Groetjes, Erik
Verwijderen