Alfred Birney: Niemand bleef: Dagboek van Meneer B. (Nederland, 2019): 357 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 303
Alfred Birney (1951) was lange tijd een onbekende schrijver totdat in 2017 zijn roman "De tolk van Java" werd bekroond met de Librisprijs. Blijkbaar heeft uitgeverij de Arbeiderspers, vanwege de grote lof voor dit boek, ertoe besloten om in hun prestigieuze serie Privé-domein, zijn dagboeken van de jaren 2005 tot 2011 uit te geven.
Voor stoppen of doorlezen? heb ik uit "Niemand bleef" de eerste 55 bladzijden gelezen, het jaar 2005 vanaf dinsdag 1 november.
Ik
heb "Niemand bleef" gekregen van een goede vriend die het boek
gedeeltelijk had gelezen en het aan mij heeft gegeven om het te
proberen. Zelf zou ik het nooit gekocht hebben. Birney maakt hele korte
notities. Hij is nogal gefascineerd door jonge meisjes, type Lolita uit
de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov. Verschil met Humbert Humbert
is dat hij zich wel weet te beheersen.
Ik vind de notities van Birney niet zo veel om het lijf hebben en zowel qua inhoud als stilistisch niet erg interessant. Ik geef een paar citaten:
- Onlangs verscheen een biografie van Adriaan Morriën [van moet natuurlijk over zijn, Erik], een niet buitengewoon gewaardeerd schrijver maar geen onbelangrijke figuur in literaire kringen. Volgens de biograaf trok Morriën zich tot op hoge leeftijd minstens tweemaal per dag af. Een zure recensent ergert zich aan Morriëns voorkeur voor zeer jonge vriendinnen, veelal meisjes die "de weg kwijt zijn". Hij schrijft dat het niet bijdraagt aan een gevoel voor sympathie voor Morriën. Dat zegt veel over die boekbespreker, die in de middagpauze snel een boekwerk van 600 pagina's doorzapt om er tijdens het avondspitsuur in de trein even iets over neer te kunnen krabbelen, nerveus om zich heen blikkend naar zeer jonge vrouwen die in een overvolle coupé de weg kwijt zijn. Zeer jonge vriendinnen erop na houden is niets bijzonders voor een schrijver. Dat behoor je te weten als recensent.
- Literaire meesterwerken lees ik in de keuken, pulp op het strand.
-
Er waren winters waarin ik de dag niet zag. De nacht is goed voor
schrijven, maar je moet om vier uur gaan slapen, zodat je uiterlijk om
twaalf uur in de middag opstaat. Alleen dan krijg je voldoende daglicht
om de winterperiode redelijk door te komen, dat wil zeggen zonder al te
diepe depressies.
- Er is niets fijners dan bij zware regenval in je bed te blijven liggen.
Op zich vind ik de eerste 55 bladzijden van "Niemand bleef" best aardig om te lezen, maar ook niet meer dan dat. "Best aardige" boeken heb ik al veel te veel gelezen, dus dit wordt stoppen!
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten