F.B. Hotz: De voetnoot (Nederland, 1989): 39 blz: (Uit "Het werk": Deel 2: Blz 359-397): Uitgeverij de Arbeiderspers
"De
voetnoot" gaat over een ongeluk met een van de eerste elektrische
treinen in Nederland, en ook over tante Ina, die zo graag
toneelspeelster wilde worden en die de pech had in die trein te zitten.
De eerste druk van "De voetnoot" verscheen ter gelegenheid van de
jaarwisseling 1989-1990 en was bestemd voor vrienden en relaties van de
Arbeiderspers.
- Ik wil ook kunnen houden van het eenmalige, onbetekenende verleden dat alleen nog achterhaalbaar is in de versie van een anonieme ooggetuige, opgetekend in het uur van de gebeurtenis. Liefst zonder "visie". Geschiedenis als vak is dubieus: men fantaseert en wil meer redelijkheid en samenhang aan de feiten meegeven dan ze in zich droegen. Men houdt niet van het onbegrijpelijke, en keert snel terug naar een even onduidelijk heden.
Over de fröbelschool:
- Het "onderwijs" hier was tegelijk modern en ouderwets. Vooruitstrevend was een langwerpig schriftje met dofzwarte bladzijden: daarin mochten we papierstrookjes, rechthoeken en rondjes in primaire kleuren plakken, naar eigen inzicht. Het resultaat had soms waarachtig iets weg van een Bart van der Leck. Dan was het werkelijk 1926. Maar de opvoedkundige straffen van de oude vrouw stamden uit de vorige eeuw. Een kind dat te veel kletste werd langzaam aan het hoofd omhooggetrokken uit de schoolbank, en zo verdergedragen en in de hoek gezet. En degenen die in hun broek geplast hadden moesten voor de klas gaan staan, met hun onderbroek op de hielen. Meisjes keken daarbij als vrolijke exhibitionisten; jongens staarden naar de grond met hun handen voor hun nietig kruis.
-
Op donderdag 9 september 1926 vertrok de sneltrein van 14.48 uur op
tijd van Den Haag Hollandse Spoor naar Amsterdam. Het was lauw
nazomerweer met een bedekte lucht.
De
locomotief was van de trotse 3700-serie, de grootste en sterkste van
het land. Kenners prezen de perfecte, simpele vorm van de machine: de
slanke groene ketel met de glanzend gepoetste koperen stoomdom, de vier
kleine en de zes manshoge wielen, het eenvoudige drijfwerk en de
dienstbereide kracht die hij uitstraalde. Veel mooier vond men deze
Hollandse locomotief dan de gedrongen buitenlandse machines met hun te
vele en te kleine wielen.
-
Ik vroeg wat Ina over God gezegd had. Ze had een wonderlijk geloof, zei
moeder. God eiste offers en zelfverloochening, en afzien van gewoon
geluk. Haar God was een kunstenaarsgod: alle moois in de wereld, door
mensen gemaakt, kwam rechtstreeks van hem. Men krijgt het, maar niet
voor niets, en als pijn en ongeluk tot goed acteren leidde, dan moest
die pijn aanvaard worden.
- Toen ze weg was zei vader: "Misschien kan ze ook eens een stuk zeep aan de spoorwegen vragen." Mijn zus was kwaad op hem en zei: "Je bent niks aardig voor haar; ze is toch niet minder waard omdat ze niet lopen kan?" Vader antwoordde: "Een kapotte fiets is nou eenmaal minder waard dan een hele."
- Ook vader had zich daar geërgerd. Hij had haar gevraagd waarom ze niet mooier en rechtop liep, zoals andere vrouwen. "Ik ben niet in de aanbieding," had ze geantwoord; "Ik moet het later van m'n hersens hebben, niet van m'n heupen."
In de kantine las ze Ibsen en Strindberg.
- Toen ik achttien was waren mijn ouders al jaren gescheiden en we woonden in een kleiner benedenhuis. Op een zondagmiddag was ik alleen thuis, en ik was daar blij mee. Ik zou van alles kunnen gaan doen. Eindelijk weer eens platen draaien bijvoorbeeld, zonder gezucht en opgetrokken wenkbrauwen van moeder. Of lezen zonder de blik die zegt: wel ja, midden op de dag in een stoel hangen met een boekje.
- "Toneel hoort over het gewone leven te gaan, trouwens."
-
Het is wonderlijk hoe intens kleine jongens van de wereld van de dingen
kunnen houden. Ook klagen ze niet van harte mee over de ideële gevaren
en bezwaren van de nieuwe technische wonderen. Ik had een oom die, toen
al, niets dan rijstenat dronk en een gezondheidszadel op z'n fiets
monteerde; en die auto's en spoorwegen afwees omdat ze het grootkapitaal
vertegenwoordigden.
-
Ina's manuscript was een knap werkstuk, zei haar raadsman, en hij zou
het graag bewaren om het te zijner tijd te kunnen gebruiken als een
behartenswaardige voetnoot bij de behandeling van die artikelen, in de
nieuwe druk van zijn boek over die materie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten