Tolstoj:
Oorlog en vrede (Rusland, 1867-1869): 2 delen: 1552 blz: Vertaald door
Yolanda Bloemen & Marja Wiebes (2006): Uitgeverij van Oorschot: de
Russische bibliotheek
Citaten deel 3:
- Nadat de tsaar op 13 juni, om twee uur 's nachts Balasjov bij zich had geroepen en hem zijn brief aan Napoleon had voorgelezen, droeg hij hem op de brief mee te nemen en hem persoonlijk aan de Franse keizer te overhandigen. Toen hij Balasjov wegzond, herhaalde de tsaar nogmaals dat hij geen vrede zou sluiten zolang er nog één gewapende vijand op Russische bodem rondliep, en hij beval hem uitdrukkelijk deze woorden aan Napoleon over te brengen. De tsaar had deze woorden niet in zijn brief opgenomen omdat hij met de hem eigen tact aanvoelde dat het niet verstandig was die te gebruiken op het moment dat hij een laatste poging tot verzoening deed ...Een beschrijving van Napoleon:
-
Hij had zich zojuist gekleed voor zijn rijtoer. Hij droeg een
openvallende blauwe uniformjas over een wit vest, dat zijn ronde buik
bedekte, een witte chamois rijbroek die om de dikke dijen van zijn korte
benen spande en hoge laarzen. Zijn korte haar was kennelijk net gekamd,
maar één lok hing over het midden van zijn brede voorhoofd naar
beneden. Zijn mollige witte hals stak scherp af tegen de zwarte kraag
van zijn uniformjas, er hing een geur van eau de cologne om hem heen. Op
zijn jeugdige volle gezicht met de naar voren stekende kin lag een
uitdrukking van minzaam, plechtig, keizerlijk welkom.
Hij
kwam binnen, waarbij hij bij iedere stap een snelle schokkende beweging
maakte en zijn hoofd enigszins achterover hield. Zijn hele gedrongen,
gezette figuur met de brede dikke schouders en de onbewust naar voren
gestoken buik en borst hadden dat statige en indrukwekkende, dat
goedverzorgde veertigers vaak hebben.
- En toen Napoleon hoorde dat Moskou meer dan tweehonderd kerken had, zei hij:
"Waarom zo veel?"
"De Russen zijn erg vroom," antwoordde Balasjov.
"Overigens
is een grote hoeveelheid kloosters en kerken altijd een teken van
achterlijkheid van een volk," zei Napoleon, terwijl hij omkeek naar
Caulaincourt voor waardering voor deze uitspraak.
- Een goede legeraanvoerder heeft niet alleen helemaal geen genialiteit en geen bijzondere kwaliteiten van node, integendeel, hij is beter af met het ontbreken van de hoogste en beste menselijke eigenschappen; zoals liefde, poëzie, tederheid, onderzoekende filosofische twijfel. Hij moet beperkt zijn, er vast van overtuigd zijn dat wat hij doet erg belangrijk is (anders verliest hij zijn geduld) en pas dan zal hij een dappere legeraanvoerder zijn. God verhoede dat hij een mens is, dat hij iemand liefheeft, medelijden kent of erover nadenkt wat juist is of niet.
- Wat hadden Sonja, de graaf en de gravin gemoeten, als ze alleen maar naar de zwakke, wegkwijnende Natasja hadden kunnen kijken, zonder iets te doen, als die pillen die om de paar uur ingenomen moesten worden er niet waren geweest, of die warme drankjes, die gehaktballetjes van kip, en al die andere dingetjes die de dokter voorschreef, die de mensen om haar heen een bezigheid en een troost verschaften?
-
Het stof hing nog net zo onbeweeglijk boven het geroezemoes van de
rustende soldaten. Er was geen wind. Toen hij over de dam reed rook
vorst Andrej de slijkerige, frisse geur van de vijver. Hij had zin om
het water in te gaan, hoe modderig dat ook was. Hij keek eens naar de
vijver waarvandaan kreten en gelach opstegen. Het water in de kleine,
troebele groene vijver was duidelijk zo'n dertig centimeter gestegen en
stroomde over de dam heen, omdat er allemaal naakte, witte
soldatenlijven met steenrode handen, nekken en gezichten in
rondspartelden. Al dat naakte witte mensenvlees spartelde lachend en
schreeuwend rond in die modderpoel, als karpers in een visemmer. Er zat
iets vrolijks in dat gespartel en dat gaf het iets bijzonder weemoedigs.
- Vorst Vasili zei fluisterend:
"Ik weet zeker dat Koetoezov als uitdrukkelijke voorwaarde heeft gesteld dat de tsarevitsj niet bij het leger zal zijn: vous savez qu'il a dit à l'Empereur?"
En vorst Vasili herhaalde de woorden die Koetoezov tegen de tsaar
gesproken zou hebben: "Ik kan hem niet straffen als hij iets verkeerd
doet en hem niet belonen als hij iets goed doet."
- Zo'n dertig jaar lang lang was Bogoetsjarovo bestuurd door de dorpsoudste Dron, die de oude vorst altijd Dronoesjka had genoemd.
Dron was een van die lichamelijk en geestelijk sterke boeren die zodra ze volwassen zijn hun baard laten staan en die zo, zonder te veranderen, zestig of zeventig worden, zonder een haartje grijs of één rotte tand, en die op hun zestigste nog net zo recht en sterk zijn als op hun dertigste.
- "Maar ze zeggen dat hij een bekwaam veldheer is," zei Pierre.
"Ik weet niet wat je onder een bekwaam veldheer verstaat," zei vorst Andrej spottend.
"Een bekwaam veldheer," zei Pierre "is iemand die alle eventualiteiten voorziet ... die de plannen van zijn tegenstander doorziet."
"Dat is onmogelijk," zei vorst Andrej, alsof het om een al lang besliste kwestie ging.
- "Geen gevangenen maken," vervolgde vorst Andrej. "Dat alleen al zou de hele oorlog veranderen en minder wreed maken. Tot nu toe hebben we oorlogje gespeeld, en dat is mensonterend, we doen of we grootmoedig zijn en dat soort dingen. Die grootmoedigheid en die gevoeligheid zijn als de grootmoedigheid en gevoeligheid van een adellijke dame die flauwvalt als ze een kalf ziet slachten; ze is zo gevoelig dat ze geen bloed kan zien, maar ze eet met smaak kalfsvlees met saus."
- Pierre merkte dat na iedere kogel die doel trof, na ieder verlies de algemene vrolijkheid toenam.
-
Wie de wanordelijke achterhoede van het Russische leger zou hebben
gezien, zou gezegd hebben dat de Fransen nog maar één kleine inspanning
behoefden te leveren en het Russische leger zou verdwenen zijn in het
niets; en wie de Franse achterhoede zou hebben gezien zou gezegd hebben
dat de Russen nog maar één kleine inspanning behoefden te leveren en de
Fransen zouden vernietigd zijn. Maar de Fransen noch de Russen konden
die inspanning opbrengen, en de vlam van de veldslag doofde langzaam
uit.
- Er waren slechts twee aanwijzingen voor de toestand waarin Moskou zich bevond: het grauw, dat wil zeggen de vele armen op straat en de prijzen. Fabrieksarbeiders, huisbedienden en boeren waren 's ochtends vroeg in groten getale, samen met ambtenaren, seminaristen en edellieden, opgetrokken naar Tri Gory. Nadat men daar tevergeefs op Rastoptsjin had gewacht en tot de overtuiging was gekomen dat Moskou prijsgegeven zou worden, verspreidde de menigte zich over de stad, over de taveernes en kroegen. De prijzen gaven op die dag ook de stand van zaken aan. De prijzen van wapens, goud, van paarden en wagens gingen steeds verder omhoog, terwijl de waarde van papiergeld en van stadsgoederen steeds lager werd, zodat het 's middags wel voorkwam dat vrachtrijders die kostbare zaken, zoals laken vervoerden de helft van hun vracht als betaling kregen, terwijl er voor een boerenpaard vijfhonderd roebels werd betaald en meubels, spiegels en bronzen beelden werden weggegeven.
- Iedere bestuurder denkt in rustige, vreedzame tijden dat de hele onder zijn jurisdictie vallende bevolking slechts door zijn inspanning vooruitgang boekt, en in dit besef van de eigen onvervangbaarheid ligt voor elke bestuurder de beloning voor zijn moeite en inspanning.
Lees verder in deel 5 van mijn bespreking: citaten uit Oorlog en vrede deel 4.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten