Lieve Joris: Het uur van de rebellen (België, 2006): 246 blz: Uitgeverij Augustus
Het
is knap als je een roman kunt schrijven. Als je een roman kunt
schrijven die van het begin tot het einde boeit en geloofwaardig is dan
is dat heel knap. Als je dan ook nog een geslaagde roman kunt schrijven
over iemand die niet uit je eigen cultuur komt, dan is dat wel
bijzonder knap.
"Het
uur van de rebellen" is het eerste boek waarin Lieve Joris is afgeweken
van haar vertrouwde vorm: de literaire reisreportage. Het boek gaat
over de woelige periode in de Congolese geschiedenis tussen 1990 en
2003. Je zou het een eigentijdse historische roman kunnen noemen, een
oorlogsroman of een biografische roman.
Lieve
Joris heeft er bijzonder veel aandacht aan besteed dat alle details van
het boek authentiek overkomen. Ik heb bij "Het uur van de rebellen" wel
de gebruikelijke reserves die ik heb bij een historische roman: wat is
waargebeurd, en wat is verzonnen door de schrijver?
Ik
vind zoals gezegd "Het uur van de rebellen" een zeer knappe roman, maar
ik geef duidelijk de voorkeur aan de literaire reportages van Lieve
Joris.
- De mobutisten hielden zich in die dagen gedeisd, maar inmiddels waren ze weer present. Van heinde en ver waren ze aan komen vliegen en al hadden de zorgen van de voorbije jaren sporen achtergelaten op hun gezicht, hun pakken waren geperst, Mont Blanc-pennen staken in hun borstzakjes, ze klemden de laatste modellen mobiele telefoons in hun handen en eigenzinnige tunes - van het Congolese volkslied tot het geblaf van honden - klonken op. Ze waren gekomen om te informeren of ze hun villa's in de heuvels van de stad konden terugvorderen nu de nationale verzoening was uitgeroepen.
- Dat een chef 10 procent nam om in zijn behoeften te voorzien, kon Assani bevatten. De blanken die hem bezochten probeerden 20 procent te krijgen. Maar zijn landgenoten, die namen 80 procent! Hij begreep hen niet - ze gedroegen zich niet als burgers van een natie, ze waren als vaders die het voedsel van hun eigen kinderen stalen.
-
Niet veel later was er een bijeenkomst van ministers en officieren
waarbij ook president Kabila aanwezig was. De ministers deden wat ze
altijd deden: ze zeiden dat alles goed ging, bewierookten de president
en creëerden al doende zoveel rook dat al hun malversaties erachter
verdwenen.
-
"De Rwandezen zijn naar Congo gekomen om de moordenaars van hun
familieleden op te sporen," zei de Congolese manager van een
textielfabriek, "maar gaandeweg ontdekten ze dat ze in een
paradijselijke tuin waren beland. Waarop ze hun zoektocht staakten en de
vruchten uit het paradijs begonnen te plukken."
-
Aimée was gehecht aan haar familie. Ze wilde dat hij haar moeder belde,
dat hij haar tante leerde kennen, dat hij met haar op bezoek ging bij
een oom, dat ... Wat moest hij met al die mensen, wat hadden die met hun
tweeën te maken? Families verlamden je: iedereen hing maar aan elkaar
en vroeg elkaar maar om advies. Hij was tegen dat soort afhankelijkheid -
je werd er lui van.
Bovendien was
Aimée religieus, nog zoiets waar hij tegen was. Religie was
vervreemdend, hij zag het vaak bij gelovige mensen. God regelde alles,
ze gaven zich volledig aan hem over en waren geen meester meer over hun
eigen leven. Hij kon dat soort onderwerping niet aanvaarden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten