woensdag 15 mei 2024

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 1: De kant van Swann

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 1: De kant van Swann (Frankrijk, 1913): 537 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (2009): Uitgeverij de Bezige Bij
 

 
"Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust wordt vrij algemeen beschouwd als één van de belangrijkste romans ooit. Ik kan het hier alleen maar mee eens zijn. Ik heb de serie 2 keer in zijn geheel gelezen, in 2005 en in 2018. "De kant van Swann" heb ik voor het eerst gelezen in 2005 in een oudere vertaling. Thérèse Cornips heeft nadat ze de delen 3 tot 7 van de serie had vertaald, "De kant van Swann" vertaald. Aan de vertaling van het tweede deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes" is ze helaas niet meer toegekomen. Na de vertaling van Thérèse Cornips is er nog een nieuwere vertaling verschenen (in de Perpetua-reeks!) van een drietal mannelijke vertalers. Deze nieuwere vertaling vind ik beduidend minder mooi dan die van Cornips. Nu heb ik de vertaling van Cornips voor de derde keer gelezen, waarmee ik het boek vijf keer heb gelezen.

Als je begint met het lezen van "De kant van Swann" lijkt het taalgebruik van Proust erg moeilijk. Hij gebruikt veel lange zinnen, met veel komma's en bijzinnen waarin hij zeer precies formuleert. Na een tijdje went het en kan ik genieten van het mooie taalgebruik. Proust vertelt zijn verhaal met een groot psychologisch inzicht. Niet wat er staat is het belangrijkste, maar vooral de manier waarop het gezegd wordt.
 
Het beroemdste fragment uit de hele "Op zoek naar de verloren tijd" staat op de bladzijden 90 tot 94 waarin beschreven wordt hoe de verteller een soort cakeje, Petites Madeleines geheten, in zijn thee doopt, de thee met cakeje opdrinkt en vervolgens een heleboel herinneringen aan vroeger krijgt, die hij op een andere manier nooit had verkregen.
 
Citaten:
- Mijn enige troost , als ik naar boven naar mijn slaapkamer ging, was dat mama mij een kus zou komen geven als ik in bed lag. Maar dat goedenachtzeggen duurde zo kort, zij ging zo vlug weer naar beneden, dat het moment waarop ik haar naar boven hoorde komen en er daarna door de gang met de openslaande deuren het zachte ruisen kwam van haar blauwe mousselinen tuinjurk, waar koordjes van gevlochten stro aan hingen, een smartelijk moment voor me was.

- Mijn moeder was genoodzaakt het gesprek af te breken, maar zelfs aan deze belemmering ontleende zij nog een fijngevoelige gedachte, zoals de tirannie van het rijm goede dichters dwingt tot de vondst van hun grootste schoonheden ...

- Ik was dan ook van plan om in de eetkamer al van te voren, als de maaltijd was begonnen en ik het ogenblik voelde naderen, van die kus die zo kort en vluchtig zou zijn alles te maken wat ik er in mijn eentje van maken kon, alvast het plekje op de wang te kiezen dat ik zou kussen, mijn gedachten erop voor te bereiden, zodat ik dankzij die mentale aanloop tot een kus de hele minuut die mama mij zou gunnen kon wijden aan het voelen van haar wang tegen mijn lippen, zoals een schilder die maar korte poseerzittingen kan krijgen zijn palet prepareert en al van tevoren uit zijn geheugen en aan de hand van zijn aantekeningen alles heeft gedaan waarvoor hij het desnoods zonder de aanwezigheid van zijn model kon stellen.
 
- Françoise was een van die gedienstigen die enerzijds, in een huishouden, bij een buitenstaander op het eerste gezicht het minst in de smaak vallen, misschien doordat zij zich niet de moeite geven hem voor zich in te nemen en niet voorkomend tegenover hem zijn, heel goed wetend dat zij hem niet nodig hebben, dat, veeleer dan dat zij ontslagen worden, hij niet langer zou worden ontvangen; en die anderzijds juist degenen zijn op wie hun baas en bazin het meest zijn gesteld omdat ze hun ware capaciteiten hebben ondervonden, en niet geven om die oppervlakkige gezelligheid, dat willige gebabbel dat op een gast een gunstige indruk maakt, maar waarachter vaak een hardleerse onbenulligheid schuilt.
 
- Want aan de vaste basis van eieren, koteletten, aardappels, vruchtengelei en biscuits, die zij ons niet eens meer aankondigde, voegde Françoise - al naar de werkzaamheden op de velden en in de boomgaarden, de opbrengst van de visserij, de wisselvalligheden van de handel, de goede gaven van de buren en haar eigen vernuft - nog iets toe, en wel zo dat ons menu, net als die dertiende-eeuwse vierpassen uitgehouwen in de steen van kathedraalportalen, enigszins het ritme van de jaargetijden en de episoden van het leven weerspiegelde: een griet omdat de marktvrouw haar gegarandeerd had dat hij vers was, een kalkoen omdat zij een mooie op de markt van Roussainville-le-Pin had gezien, kardoen met merg omdat ze die nog niet op die manier voor ons gemaakt had, een gebraden lamsbout omdat de buitenlucht hongerig maakt en hij tussen nu en zeven uur de tijd had om te zakken, spinazie voor de afwisseling, abrikozen omdat ze nog haast niet te krijgen waren, aalbessen omdat er over twee weken geen meer zouden zijn, frambozen die M. Swann speciaal was komen brengen, kersen, de eerste die van de kersenboom in de tuin kwamen nadat hij twee jaar niet had gedragen, roomkaas waar ik vroeger veel van hield, een amandeltaart omdat zij hem de vorige dag besteld had, een brioche omdat het onze beurt was om er een aan te bieden. Als dat alles op was werd ons, speciaal voor ons bereid maar meer in het bijzonder gewijd aan mijn vader die een liefhebber was, een crème au chocolat aangeboden als spontane inval, als persoonlijke attentie van Françoise, luchtig en licht als een gelegenheidsstuk waar zij al haar talent in had gelegd.

Over cocottes:
- Het leek me later dat in de rol van deze nietsdoende en leergierige vrouwen een van de ontroerende kanten was dat zij hun gulle hart, hun talent, een latent schoonheidsideaal van het gemoed - want zoals kunstenaars verwezenlijken ze het niet, geven ze het geen plaats in het kader van het gewone bestaan - en een schat die hun weinig kost, aanwenden om het ruwe, ongepolijste leven van de mannen met een kostbare, sierlijke zetting op te luisteren.
 
- Hij, Swann, probeerde niet de vrouwen met wie hij zijn tijd doorbracht mooi te vinden, maar zijn tijd door te brengen met de vrouwen die hij om te beginnen mooi had gevonden.
 
- " ... Ik vind het eigenlijk belachelijk dat een man met zijn intelligentie lijdt om een vrouw van dat slag, een die niet eens interessant is, want het moet een idioot zijn, zegt men," voegde ze eraan toe met de wijsheid van mensen die niet verliefd zijn en vinden dat een geestrijk man alleen ongelukkig zou mogen zijn om een vrouw die de moeite waard is, wat ongeveer gelijk staat met verbaasd zijn dat iemand zich verwaardigt aan de cholera te lijden door toedoen van iets zo nietigs als de kommabacil. 

- Swann was zoals veel mensen een luie denker en had weinig fantasie. Hij wist wel, als een algemeen geldend feit, dat het leven van individuen vol contrasten is, maar bij ieder in het bijzonder stelde hij zich het hele deel van diens leven dat hij niet kende voor als identiek aan het deel dat hij kende. Hij stelde zich voor wat men hem verzweeg met behulp van wat men tegen hem zei.

- Zoals, uit de verte de rotspunt vanwaar de zeeleeuw het water in duikt de kinderen die weten dat ze hem te zien zullen krijgen in vervoering brengt, zo bracht lang voor ik bij de acacia's was, hun geur, die alom uitstralend, van verre de nabijheid en de bijzonderheid verried van een machtige, lome, plantaardige persoonlijkheid, en vervolgens wanneer ik dichterbij kwam, de zichtbare top van hun luchtige, tere loof, achteloos elegant, koket van snit en dun van stof, waar honderden bloesems op waren neergestreken als gevleugelde, trillende kolonies prachtige parasieten, en zelfs hun vrouwelijke naam, passief en zacht, mijn hart aan het bonzen, maar van een werelds verlangen, zoals de walsmelodieën die alleen nog de namen bij je oproepen van de schone genodigden, aangekondigd door de livreiknecht bij de entree van een bal.
 
Ik vind het lezen van Marcel Proust prachtig. Het eerste deel "De kant van Swann" en vooral het tweede deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes" vind ik de twee mooiste delen van de cyclus. De overige vijf delen zijn ook erg mooi, maar wat mij betreft niet essentieel. De Franse striptekenaar Stéphane Heuet vond blijkbaar hetzelfde. Heuet heeft de eerste twee delen van "Op zoek naar de verloren tijd" bewerkt tot een prachtige strip waarbij hij ongeveer 10-20% van de tekst heeft gebruikt. Als het beginnen aan de hele "Op zoek naar de verloren tijd" te intimiderend lijkt, kun je altijd nog beginnen met deze strip. Grote kans dat je daarna de hele cyclus wilt lezen. 

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten