Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland,
1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum
- Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
Citaten:
- De prins was gezegend met een zelfs voor prinsen uitzonderlijk krachtig gestel; hij deed zoveel aan sport en was zo gespitst op een goede lichaamsverzorging dat hij niettegenstaande zijn neiging om geen maat te houden bij de geneugten des levens fris bleef als een grote groene glimmende Hollandse komkommer.
Vronski over de prins:
- "Stom stuk vreten! Ben ik echt net zo?" dacht hij.
- Opnieuw deed Anna haar man, ondanks zichzelf, na:
""Jij, ma chère, jij, Anna!" Het is geen man, geen mens, het is een pop! Niemand ziet dat, maar ik wel! O, als ik, of wie dan ook, hem was geweest dan had ik zo'n vrouw als ik allang vermoord, aan stukken gescheurd, in plaats van "ma chère, Anna" te neuzelen. Het is geen mens maar een ministeriële machine. Hij snapt niet dat ik jouw vrouw ben, dat hij een vreemde is, te veel is ... Ik wil er niet meer over praten, alsjeblieft!"
- "Een vreemde pief!" zei Oblonski tegen zijn vrouw.
-
Oblonski hield van eten en nog meer van etentjes organiseren, in
intieme kring, met een verfijning die zowel tot uiting kwam in de
gerechten en de wijn als in de samenstelling van de disgenoten.
-
"... Aan de ideeën die ik heb ontwikkeld hecht ik de grootste waarde,
maar in werkelijkheid stellen ze helemaal niks voor, net zo weinig als
zo'n beer in de luren leggen. Dat is het leven, een beetje jagen,
werken, alles om maar niet aan de dood te hoeven denken."
-
De verklaring die Ljovin Kitty verschuldigd was vormde de enige
pijnlijke herinnering aan zijn verloving. Hij pleegde overleg met de
oude vorst en verkreeg diens toestemming om Kitty zijn dagboek te laten
lezen, waarin hij alles had vastgelegd dat zijn geweten bezwaarde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten