donderdag 3 september 2015

Casanova 9: De school van het leven 9

De school van het leven: blz 236-278

Er bestaan in het leven situaties waaraan ik mij nooit heb kunnen aanpassen. Hoe uitgelezen een gezelschap ook is, als één enkele aanwezige mij van top tot teen opneemt, raak ik van de wijs. Dan verlies ik mijn goede humeur en mijn gevatheid. Het is een zwakheid.

Daar stond ik dus in Rome, in het bezit van een goede garderobe, genoeg geld en welvoorzien van juwelen. Ik beschikte over behoorlijk veel ervaring, had enkele goede aanbevelingsbrieven, was volkomen vrij en bezat de leeftijd waarop een man op de hulp van het lot kan rekenen als hij over enige moed beschikt en een innemend uiterlijk. Ik was niet knap, maar ik had iets wat meer telt, al weet ik niet wat dat is.

In Rome was ik echter na een week al over een aantal verrassingen heen. Er is geen katholieke stad ter wereld waar mensen geloofszaken lichter opnemen dan Rome. De Romeinen zijn als de beambten van het tabaksmonopolie, die net zoveel gratis tabak mogen meenemen als zij willen.

"Denkt u eraan dat een onberispelijke staat van gedrag inspanning vergt," zei deze wijze man. "Houdt u eveneens voor dat elke onaangenaamheid die u overkomt door niemand gezien zal worden als een ongelukkig toeval of een onvermijdelijke tegenslag; die woorden zijn inhoudsloos; het zal geheel uw fout zijn."

Ik stelde inmiddels wel vast dat hij een suffe indruk maakte en niet de vlotheid bezat van een jonge man die op het punt stond met een erg leuk meisje te trouwen, want dat was Angelica. Hij was echter eerzaam en rijk, wat veel meer waard is dan vlotheid en ontwikkeling.

Ongelukkig zijn zij die menen dat het plezier van Venus enige waarde heeft, tenzij het van twee harten komt die elkaar liefhebben en volledig harmoniëren.

Omdat ik niet wist wat ik moest zeggen, gaf ik hem de raad die alle dwazen in zulke omstandigheden geven: ik raadde hem aan haar te vergeten.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen