dinsdag 1 september 2015

Casanova 8: De school van het leven 8

De school van het leven: blz 192-235

Ik had een vast voorgevoel dat ik die avond al mijn geld zou terugwinnen. Enkele jaren later heb ik mij gewroken door een pamflet te schrijven waarin ik voorgevoelens hekelde. Ik geloof dat de enige voorgevoelens waar een wijs man aandacht aan moet schenken degene zijn die hem onheil aankondigen: deze komen voort uit zijn verstand. Voorgevoelens van komend geluk worden door het hart ingegeven, en het hart is een dwaas wie het past in de Fortuin te geloven, want deze is eveneens dwaas.

Een mens in grote twijfel die door een omstandigheid opeens geen keuze meer hoeft te maken, voelt zich opgelucht, wat de omstandigheid ook mag zijn.

De monnik die vier weken met mij zou doorbrengen, rekende erop op mijn kosten te leven, terwijl hij degene was die de voorzienigheid had gestuurd om mij te onderhouden.

Zie daar hoe kappers een vreemdeling in heel Europa van nut zijn! Men moet hun echter geen vragen stellen, want dan vermengen zij waarheid en leugens en horen u uit in plaats van dat u hen uithoort.

Vijf uur lopen volstaan om een jonge man die niet gewend is te lopen volledig uit te putten, hoe sterk en gezond hij ook mag zijn.

Als ik het goed met de fransiscaan had kunnen vinden, als, als, als- door mijn hoofd gingen al de vervloekte alsen die opkomen bij een man in nood die nadenkt over zijn situatie en nog ongelukkiger wordt als hij goed heeft nagedacht. Daar staat tegenover dat hij leert te leven. Iemand die weigert na te denken, leert nooit iets.

De kinderen sliepen, de oude man hoestte. Omdat ik niet kon ontkomen en het loopse wijf mij verzekerde dat zij weg zou gaan als ik wat inschikkelijker zou zijn, besloot ik dat ik haar beter haar gang kon laten gaan. Ik merkte dat degene die zegt "Als de lamp gedoofd is zijn alle vrouwen gelijk" gelijk heeft, maar zonder liefde is dit grote gebeuren een platvloerse aangelegenheid.

Ik dacht dat ik met het vragen van aalmoezen niet in Mantorano zou kunnen komen, omdat ik door mijn voorkomen geen medelijden wekte. Ik kon alleen de belangstelling wekken van mensen die aannamen dat ik nergens gebrek aan had. Een echte bedelaar heeft daar niets aan.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen