zaterdag 14 maart 2020

J.J. Voskuil: Meneer Beerta

J.J. Voskuil: Meneer Beerta (Nederland, 1996): 766 blz: Uitgeverij G.A. van Oorschot

Het bureau 1 - Meneer BeertaIn 1963 publiceerde Voskuil zijn eerste roman "Bij nader inzien", een pil van 1200 blz waarin hij zeer gedetailleerd het leven van een groep studenten beschrijft in Amsterdam in de jaren vlak na de oorlog. Deze roman werd nauwelijks opgemerkt en was eigenlijk al vergeten toen er eind jaren 80 een televisieserie naar de roman werd gemaakt en men het boek weer begon te lezen.

Wat was dat voor een man, een schrijver die als eerste roman zo'n enorme pil schrijft en vervolgens nooit meer iets van zich laat horen. Schreef hij nog? In 1995 kwam Voskuil met een manuscript van een kleine 5000 blz aan bij de uitgever Wouter van Oorschot. Die zal zich even achter de oren hebben gekrabd, maar hij was zo enthousiast dat hij besloot om "Het bureau" in 7 delen uit te geven. Ik dacht 5000 blz, daar zal ik nooit aan beginnen.

Toch was ik nieuwsgierig en las ik in 1997 "Bij nader inzien" en was razend enthousiast. Meningen verschillen want ik gaf het aan mijn moeder om te lezen, maar die vond er niets aan. Misschien dat ik ooit aan "Het bureau" zou beginnen. In het voorjaar van 2000 las ik "De moeder van Nicolien", een korte roman van 200 blz waarin die fragmenten uit "Het bureau" staan die betrekking hebben op de schoonmoeder van Maarten de Koning, de hoofdpersoon van de roman. Opnieuw was ik erg enthousiast.

"Het bureau" beschrijft het leven aan een kantoor waarin de mensen zich bezighouden met de volkscultuur, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar de verspreiding van het geloof in kabouters in Nederland, gedurende de periode 1957-1987.

Voskuil beschrijft het leven aan het Bureau. Er is geen sprake van een plot, interessante ideeën of spanning. Integendeel, Voskuil beschrijft zeer realistisch hoe het werk op een kantoor er aan toe gaat, mensen die zich vervelen en tegen hun zin hun werk doen, grapjes die gemaakt worden, ergernissen die er over en weer zijn. Ik kan me zeer goed in die sfeer inleven en ik vermoed dat dat voor mensen die zelf op een kantoor werken nog meer opgaat.

In het begin van "Meneer Beerta" neemt Beerta Maarten de Koning aan op het Bureau, een instituut voor het onderzoek van volkscultuur. Het boek beschrijft de jaren 1957-1965 en de belevenissen in het Bureau gezien door de hoofdpersoon Maarten de Koning.

We maken kennis met de mensen die op het Bureau werken, de gesprekken die ze met elkaar voeren en de onderlinge pesterijtjes.

Wat ik zo bijzonder aan het boek vind, is dat een groot deel van het boek in de vorm van een dialoog tussen verschillende personen is geschreven en dat deze dialoog ook echt overkomt. Ik denk steeds bij mezelf zo heeft ie het inderdaad gezegd. In het boek worden zelden grote thema's aangesneden, maar je krijgt wel een zeer goed beeld van een aantal doorsnee mensen die op een doorsnee manier hun tijd volmaken. Ik vind het zeer geschikt om er elke dag een half uurtje in te lezen. Ik heb "Het Bureau" in 2000 in ruim 2 maanden tijd uitgelezen.

Toen ik "Het Bureau" in 2000 las, maakte ik nog geen aantekeningen in de boeken die ik las. In 2012 heb ik "Bij nader inzien" herlezen, en 3 of 4 jaar geleden heb ik het eerste deel van "Het Bureau" herlezen "Meneer Beerta".

Ik heb toen geen bespreking van "Meneer Beerta" geschreven. Wel had ik een groot aantal potloodstreepjes in de kantlijn gezegd en de meest sprekende stukjes tekst genummerd. Op die manier kon ik de afgelopen dagen alsnog de mooiste citaten uitzoeken en een nieuwe bespreking schrijven van dit toch wel prachtige boek.

Hieronder volgt een aantal van de voor mij meest sprekende citaten:

- Maarten lachte. "Ik heb de pest aan mensen die een proefschrift schrijven alleen om de titel. Als je wat te vertellen hebt, kun je dat ook wel zonder proefschrift. En ik heb niets te vertellen."

- Maarten had het gevoel dat ze dit gesprek nu al wel honderdmaal gevoerd hadden, in ongeveer dezelfde bewoordingen. Van de illusie dat je jong blijft door voor een volstrekt onkritisch publiek opbeurende praatjes over hun toekomst te houden, was in het jaar dat hij leraar was geweest niets over gebleven, als hij haar ooit gehad had. Bovendien was hij tot de overtuiging gekomen dat je met het verplicht toedienen van op maat gesneden, geprogrammeerde kennis meer kwaad dan goed doet ...

- Beerta had zich opgericht en keek hem strak aan. "Dag meneer Meierink," zei hij afgemeten. "U bent te laat." "Het spijt me, meneer Beerta," hij had een wat zeurderige stem, alsof hij te moe was om te praten, "maar het is gisterenavond weer laat geworden en toen had ik moeite met mijn bed uitkomen." "Voor mij is het ook laat geworden," zei Beerta koel, "maar ik ben wel op tijd." "Ja, u kunt daar misschien tegen, maar ik heb er moeite mee."

- "Ik geloof nergens in," antwoordde Maarten gemelijk. "Een borrel drinken en met vrienden praten, dat is het enige."

- "U zoekt mij, Meneer Beerta?" vroeg Hein de Boer. "Ja," zei Beerta. Hij trok zijn stoel met een paar rukken scheef, zodat hij hem kon aankijken. "Je bent weer te laat vanochtend." "Toch maar vijf minuten." Hij was bij de deur blijven staan. "Vijf minuten zijn vijf minuten. We beginnen hier om negen uur." "Gisteren was ik vijf minuten te vroeg." "Of je te vroeg bent kan me niet schelen." "Maar vindt u dan niet dat het al beter gaat?" "Nee, dat vind ik niet." "Want eergisteren was ik tien minuten te laat." "Dat weet ik, daar heb ik dan ook een aanmerking op gemaakt." "Vijf minuten is toch beter dan tien minuten?" "Dat is het niet! Het wordt pas beter als je elke ochtend op tijd bent!"

- "Ik werk dus. Ik doe het zo goed mogelijk. Maar ik geloof er niet in en het geeft me geen voldoening," vatte hij zijn situatie samen. "Het enige goede wat je ervan zeggen kunt, is dat niemand het serieus neemt. Het is de grootste onzin die je je voor kunt stellen. De herkomst van kabouters, en zo."

- Beerta schudde zijn hoofd. "Je moet je toch eens abonneren op de NRC. Een intellectueel hoort geabonneerd te zijn op de NRC." "Ik ben geen intellectueel. Ik ben kantoorbediende." "Sommige kantoorbedienden zijn ook intellectuelen."

- "Daar komt natuurlijk nog bij," zei Maarten na een stilte, "of misschien hangt het er wel mee samen, dat ik het werk van zo'n boer zinnig vind en wat wij doen volstrekt zinloos. Wie heeft er in godsnaam wat aan dat ik me weet ik hoelang met kabouters of met de nageboorte van het paard bezighoud."

- Beerta keek er hebberig naar, maar hij drong niet aan. "Als je zo'n knipsel dateert dan moet je niet 59 maar 1959 zetten, anders weten ze over tweehonderd jaar niet van wanneer dat knipsel precies was," zei hij.

- "Kennen jullie die mop over Brigitte Bardot die op audiëntie kwam bij de Paus?" vroeg zijn vader. "Nee," zei Maarten. Hij stelde zich er niets van voor. Hij kon zich ook niet herinneren dat hij zijn vader wel eens eerder een mop had horen vertellen. "Brigitte Bardot is op audiëntie bij de Paus," hij lachte, een beetje scheef, wat verlegen lachje. "Ze maakt een buiging," hij boog zich wat naar voren met zijn pijp in zijn mond, alsof hij in het decolleté van Brigitte Bardot naar binnen loerde. "Hij kijkt en kijkt en zegt dan: Mon Dieu, mon Dieu. En als ze weggaat opnieuw. Hij buigt zich naar voren," hij deed dat opnieuw na, "en kijkt en kijkt en zegt nog eens: Mon Dieu. Ze gaat weg. Hij kijkt om. God staat achter hem. De Paus schrikt, maar dan zegt God: Jij bent nog eens een Paus! Je roept me tenminste als er iets te zien is." Hij lachte besmuikt.

- "Hendrik vindt de wetenschap flauwekul," zei Maarten lachend tegen Nicolien. "Nou!" zei Ansing. "Dat gaat toch wel ver!" "Maar het is toch flauwekul?" zei Maarten. "Het is toch idioot dat tien mensen, waarvan de helft tegen een riant salaris, de hobbies van Beerta onderhouden? Net alsof je met zijn tienen voor een ander postzegels verzamelt. Ik zie het verschil niet. Behalve dan dat je daar niet voor betaald zou worden."

- "Heb je sigaren bij je?" vroeg Beerta. "Moet dat?" vroeg Maarten. "Je moet altijd sigaren bij je hebben en een rol flikken. Dan presenteer je zo'n man een sigaar en je geeft zijn vrouw een flikje."

- Maarten schakelde de bandrecorder in en keek naar het oplichten van het groene oog. "Dà van dien Roomsen knech," begreep de vrouw. "Joa, da's een mooi verhaol." ze bladerde in het schrift tot ze het gevonden had. "Dà was van nen Protestantsen timmerman, die had 'n Roomsen knech," ze hield haar blik gericht op de bladzijde voor haar. "En de afsproak was, dà d'r nooit ovver het geleuf 'esprook'n zol worren. En dà gong joar'n good, moar toen een keer met Kassemis, toen de knech noar de nachmis wol, dat numden de Roomsen het keendjewieg'n, toen was het weer zo bar, het was kold en het sneide, dat de boas die zei: Zol je neet leewer in bed blieven, Anton? Moar die knech gink toch. En de volgende dag zee ie: Boas, ik goa! Want die boas had toch ovver het geleuf 'esprook'n." Ze keek op. "Is dà geen mooi verhoal?" Ze was ontroerd.

- "Meneer De Gruiter is ernstig ontstemd over je gedrag," zei Beerta. "Wat heb ik gedaan?" "Je hebt verzuimd een kartonnetje te zetten op de plaats waar je een boek hebt weggehaald. Hij heeft mij de plaats laten zien." "Dat komt niet te pas," gaf Maarten toe.

- "En als je het dan toch verandert," zei Balk, "haal dan ook dat Hooggeleerde Heren weg. In een ambtelijke brief gebruik je geen aanhef en bovendien is tenminste een van de bestuursleden niet hooggeleerd, maar zeergeleerd."

- "Iedere vergadering is belangrijk. Je ziet weer interessante mensen en bovendien hebben ze bij de vergaderingen van de Maatschappij altijd van die lekkere koekjes."

- "Als jullie niet naar de kerk gaat, wat doen jullie dan zo'n oudejaarsavond als ik vragen mag?" vroeg Beerta. "We hebben Mens erger je niet gespeeld met mijn schoonmoeder en oliebollen gegeten en bisschopswijn gedronken. Ik heb verloren."

- "Veel gevraagd?" zei Maarten verontwaardigd. "Je mag van een mens met enige intelligentie toch wel verwachten dat hij inziet dat het volstrekt zinloos is wat hij doet?"

Men zou "Het Bureau" af kunnen doen als het geneuzel van een saaie man die saai werk doet op een saai kantoor met saaie collega's die saaie gesprekken voeren en saaie dingen meemaken. Maar al dat geneuzel is wel zo opgeschreven dat het uiterst vermakelijk is om te lezen!

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

12 opmerkingen:

  1. Ik vond deze serie geweldig! Er is zoveel herkenbaars bij, niet alleen hoe het gaat op een kantoor maar ook de gedachtes van Maarten Koning. Zelf heb ik alleen het zevende deel hier in de kast staan, dat ik extra langzaam heb gelezen, omdat ik het wel jammer vond dat het afgelopen was. 'De moeder van Nicolien' en 'De buurman' ga ik nog zeker lezen. 'Bij nader inzien' trekt me minder.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Barbara, "De buurman" vond ik erg tegenvallen. Wat mij betreft is dat een duidelijk minder boek van Voskuil. "Bij nader inzien" vond ik wel geweldig. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat is goed om te weten, dan laat ik 'Bij nader inzien' toch gewoon op mijn lijstje staan, wie weet kom ik er ooit aan toe...

      Verwijderen
  3. Wat een mooie bespreking Erik. Ik heb nu twee delen uit, de andere staan nog te wachten. Even een pauze vond ik beter. Overigens vond ik De buurman ook wel geslaagd.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, dank je! Ik vind "Het Bureau" bij uitstek een serie waar een gewone bespreking niet volstaat. Je moet gewoon een aantal citaten geven voor een indruk van het boek. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  4. Bij het lezen van de citaten zit ik hier opnieuw te lachen en te genieten. Wat een boek(en)!
    Ook zijn andere boeken vind ik zeer aangenaam om te lezen maar Het Bureau zelf is wel zo uniek dat daar voor mij niets bovenuit kan komen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Niek, ja die citaten van mij zijn altijd zorgvuldig uitgezocht. Ze moeten de sfeer van het boek weergeven, liefst niet al te lang zijn en bij voorkeur ook nog humoristisch. Zo te lezen ben ik daarin geslaagd. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  5. Mooi artikel! Ik heb al langer lopen twijfelen of deze serie iets voor mij was maar toevallig heb ik gisteren de complete serie besteld. Zal wel een keer een project worden weer dus ben benieuwd :)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Koen, de meningen over het schrijverschap van Voskuil en zijn "Het Bureau" zijn nogal verdeeld. Een flink aantal mensen vindt het geweldig, anderen vinden het stomvervelend. Als de citaten je aanspreken dan zou het wat voor je kunnen zijn. Ik denk dat de door mij uitgekozen citaten een behoorlijk goed beeld geven van de tekst als geheel, geen grootse ideeën, maar volop kleine observaties die in ieder geval mij vaak doen glimlachen. Groetjes, Erik

      Verwijderen
    2. Ze spreken mij zeker aan dus ik zie er wel naar uit. Weet nog niet wanneer ik er aan begin, kan best nog even duren maar ik kon aan een mooi gebonden set komen waar ook "Bij nader inzien", "Requiem voor een vriend", "De Buurman" en "Ingang tot het bureau" nog bij zaten dus ik ben meteen aardig voorzien :)

      Verwijderen
    3. Hoi Koen, volgens mij heb je dan meteen alles op zijn reisdagboeken na dan, maar die schijnen toch een stuk minder te zijn. Veel plezier, voor als je eraan begint! Groetjes, Erik

      Verwijderen