Giacomo Casanova: Rust noch duur (Italië, 1790-1798): 344 blz: Vertaald door Theo Kars (1995): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
In
"Rust nog duur" reist Casanova rusteloos door Frankrijk en Italië.
Opnieuw beleeft hij talloze liefdesavonturen. In Florence ziet hij na
zestien jaar Teresa terug die een zoon van hem blijkt te hebben.
Hij heeft een ontmoeting met de paus aan wie hij een vrijbrief vraagt om weer naar Venetië te kunnen gaan.
In
Napels ontmoet hij de mooie 17-jarige Leonilda met wie hij wil trouwen.
Hij wil haar moeder om toestemming vragen voor het huwelijk. Haar
moeder blijkt Donna Lucrezia te zijn met wie Casanova achttien jaar
eerder een relatie had, en haar vader is Casanova zelf.
Citaten:
- Ik kon mij er niet van weerhouden mijzelf onder de loep te nemen, en stelde vast dat ik een gelukkig mens was. Ik verkeerde in volmaakte gezondheid, bevond mij in de bloei van mijn leven, hoefde niet vooruit te zien, beschikte over veel geld, was van niemand afhankelijk, gelukkig in het spel, vond een gunstige ontvangst bij de vrouwen die mijn belangstelling wekten, en had alle reden tegen mijzelf te zeggen "saute, marquis" ("je boft, markies").
- Elke man die vol is van een vrouw meent trouwens dat iedereen in verrukking zal raken over het voorwerp van zijn liefde.
Over Costa, die door Casanova werd aangenomen als bediende:
-
Hij amuseerde mij. Hij zei mij dat correct spellen niet vereist was,
omdat iemand die leest en een taal kent geen goede spelling nodig heeft
om een tekst te begrijpen, en dat iemand die de taal niet kent de fouten
er niet in kan zien.
- Ik nam het besluit haar nooit in de steek te laten - daartoe besluit men altijd als men verliefd is.
- Aangezien er in het leven niets echt is behalve de werkelijkheid, genoot ik ervan. Ik sloot mij af voor de beelden uit het verleden, en verfoeide de duisternis van de toekomst die altijd afschuwelijk is, aangezien de enige zekerheid die zij biedt de dood is ...
- Een vrouw in de beste kringen kan alleen verwachten succes te behalen en bijval te oogsten als zij flirt.
- Al het onaangenaams dat mij in mijn leven is overkomen, heb ik uitsluitend aan mijzelf te wijten, en bijna al het goede dat ik heb genoten, schrijf ik toe aan een gelukkige samenloop van omstandigheden.
-
Ik weet dat ik niet dom ben. Domheid treft men wel aan bij een idiote
buurman van mij die er behagen in schept mij te verkondigen dat dieren
beter redeneren dan wij. "Ik ben het met u eens dat ze beter redeneren
dan u," zei ik tegen hem, "maar niet beter dan ik." Door dit antwoord is
hij mijn vijand geworden, hoewel het voor de helft zijn stelling
ondersteunde.
-
Hoe intelligent iemand ook mag zijn, hoe goed men het type mensen ook
kent dat uitsluitend complimenten maakt, het is een aangename sensatie
als iemand uw oren streelt.
-
Wee de oude man die niet in staat is zichzelf te zien zoals hij is, en
niet beseft dat de sekse die hij heeft verleid toen hij jong was, alleen
maar minachting voor hem kan voelen als hij laat blijken dat hij nog
bepaalde rechten meent te kunnen laten gelden in weerwil van het feit
dat zijn leeftijd hem alle hoedanigheden heeft ontnomen om haar te
bekoren.
- "Dwaze daden hebben soms een fortuinlijke afloop, maar ze zijn daarom niet minder dwaas."
- Ik besef steeds duidelijker dat echte vrolijkheid voortkomt uit een zorgeloze instelling.
- Haar toon was vrolijk, en de weg van vrolijkheid naar vriendschap en openheid is maar kort.
- "Trouwen is bij uitstek de aangelegenheid waar men het meest over na dient te denken alvorens ertoe over te gaan."
- Datgene wat, naar het zich laat aanzien, het meest bevorderlijk is voor wederkerigheid in de liefde, is gelijkheid in alles: in leeftijd, maatschappelijke positie, karakter ...
- Ik zou een gelukkig leven hebben geleid met deze innemende vrouw, maar ik verafschuwde de gedachte mij ergens te vestigen. Ik zou in Napels een landgoed hebben kunnen kopen dat een rijk man van mij zou hebben gemaakt. Ik had daarvoor echter een oppassende levensstijl moeten aannemen die volkomen tegen mijn aard inging.
- Ik zei haar meteen dat zij er erg leuk uitzag en dat zij geschapen was om de man gelukkig te maken die God voor haar als echtgenoot had bestemd. Ik wist dat zij door dit compliment zou blozen. Het is wreed, maar zo begint de taal der verleiding. Een meisje van die leeftijd dat niet zou hebben gebloosd, zou óf achterlijk zijn geweest óf bedreven en doorkneed in alle vormen van bandeloosheid.
Lees verder in mijn bespreking van
Geen opmerkingen:
Een reactie posten