Giacomo Casanova: Leven en laten leven (Italië, 1790-1798): 323 blz: Vertaald door Theo Kars (1996): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
In
"Leven en laten leven" reist Casanova opnieuw veel en beleeft hij weer
talloze liefdesavonturen. Ook speelt hij weer veel kaart. Hij speelt
voor zijn genoegen, niet om er rijk van te worden, hoewel hij het geld
dat hij soms wint gebruikt voor het najagen van andere genoegens.
Casanova
speelt op een gegeven moment tegen iemand die wel speelt om te winnen
en met wie hij een absurde weddenschap aangaat, beide heren spelen tegen
elkaar net zolang tot een van beiden uitgeput is en niet meer verder
kan gaan.
Ik
dacht even om na het lezen van deel 7 te stoppen, maar ik ben toch
nieuwsgierig naar de overige delen, ook al heb ik de hele serie al eens
gelezen. Ik zeg het maar opnieuw: de memoires van Casanova behoren tot
de meest onderhoudende boeken die ik ooit heb gelezen.
- Ik was benieuwd naar zijn wederwaardigheden. Gedreven door de welwillende gevoelens die een jeugdvriend, en in het bijzonder een schoolvriend, bij ons oproepen, ...
-
Haar naam was Raton. Zij was pas vijftien volgens de onder actrices
gebruikelijke telmethode, waarbij altijd twee of drie jaar, en zo
mogelijk meer worden verduisterd - een zwakheid die alle vrouwen
overigens gemeen hebben, en die men hun beslist dient te vergeven,
aangezien jeugd hun sterkste troef is.
-
Ik ben er nooit voor teruggeschrokken de degens te kruisen met wie zich
daarvoor aandiende, al ben ik ook nooit uit geweest op het barbaarse
genoegen het bloed van een man te vergieten.
-
Als ik was getrouwd met een vrouw die het talent had bezeten mij te
sturen, mij te beteugelen zonder dat ik mij bewust was geweest van die
teugels, zou ik met beleid met mijn geld zijn omgegaan, kinderen gehad
hebben, en niet zijn wat ik nu ben: geheel alleen en onvermogend.
- Tijdens mijn lange loopbaan als libertijn, waarin mijn onoverwinnelijke voorliefde voor het schone geslacht mij ertoe heeft gedreven alle verleidingsmethoden te gebruiken, heb ik enkele honderden vrouwen het hoofd op hol gebracht wier bekoorlijkheden mijn verstand hadden bedwelmd. Wat mij evenwel altijd het meest van nut is geweest, is dat ik mij erop heb toegelegd bij onervaren meisjes, wier zedelijke principes of vooroordelen het succes van mijn onderneming in de weg stonden, alleen tot de aanval over te gaan als zij in gezelschap van een andere vrouw waren.
- Bovendien is het zo dat naarmate de onschuld van een meisje groter is, zij minder weet heeft van de methoden en de bedoeling van een verleider.
- Mijn leven lang heb ik mij overgegeven aan de ondeugd, terwijl ik tegelijkertijd een bewonderaar van de deugd was.
- "Als hij haar verlaat, neem ik zijn plaats in."
"Het
is verstandig van u dat u voor uw vermaak vrouwen zoekt die weten hoe
zij uw geschenken kunnen verdienen. Ik heb gehoord dat u hun deze pas
geeft nadat u duidelijke blijken van hun liefde hebt ontvangen."
"Dat is mijn stelregel."
-
De bekoorlijke Zenobia viel in mijn armen met een vurigheid die
volkomen spontaan was. Tijdens de roes van het genot zei ik wel tienmaal
tegen haar dat zij voor mij geschapen was, en niet voor haar aanstaande
echtgenoot, die niet in staat was haar bekoorlijkheden naar hun waarde
te beoordelen. Ik zei haar zonder omhaal dat zij hem naar de duivel
moest laten lopen en mij in zijn plaats moest nemen, maar - gelukkig
voor mij - geloofde zij mij niet.
- "... Wij gaan nu naar bed. Komt u vanavond bij ons langs?"
"Als ik een oppassend man was, zou ik uw gezelschap moeten mijden."
"En als ik een oppassend meisje was, zou ik u niet moeten vragen te komen."
- Te grote verlegenheid is vaak alleen domheid.
- Ik kon de situatie niet meer verdragen, stond op en ging voor een raam staan. Een raam stelt een geërgerd man in staat iemand die hem irriteert de rug toe te draaien zonder dat men hem regelrecht van onbeleefdheid kan beschuldigen, maar men begrijpt wel wat er in hem omgaat.
-
Het is niet mogelijk geen jaloezie te voelen als men het voorwerp van
zijn liefde nog niet heeft bemachtigd. Men dient er namelijk altijd
beducht voor te zijn dat iemand anders zich er meester van maakt.
-
De onderscheidingenmanie neemt met de dag toe, en niemand kan nog
beweren dat hij weet om welke orde het gaat als hij een lintje ziet,
want behalve de versierselen horend bij een aantal obscure
onderscheidingen, zijn er de fantasie-emblemen van niet-officiële
genootschappen van jagers, academici, musici, gelovigen, geliefden,
waarnaar het zelfs gevaarlijk zou zijn te informeren, omdat het om een
genootschap van samenzweerders kan gaan.
- In gegoede kringen is het nu zover dat men, als men beleefd wil zijn, iemand niet meer kan vragen uit welk land hij komt, want als hij een Normandiër of Calabrees is, dient hij u vergeving te vragen als hij dit zegt, of als hij uit Waadtland komt, is hij verplicht u te zeggen dat hij Zwitser is. U mag evenmin nog een edelman vragen wat zijn familiewapen is, want als hij de heraldieke termen niet kent, brengt u hem in verlegenheid. Men dient een man geen compliment te maken over zijn mooie haar, want als het een pruik is, zou hij kunnen denken dat u hem voor de gek houdt, en men mag de mooie tanden van een man of vrouw niet loven, want ze zouden vals kunnen zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten