maandag 27 maart 2023

Tolstoj: Oorlog en vrede 3

Tolstoj: Oorlog en vrede (Rusland, 1867-1869): 2 delen: 1552 blz: Vertaald door Yolanda Bloemen & Marja Wiebes (2006): Uitgeverij van Oorschot: de Russische bibliotheek
 

 
Citaten deel 2:
- "De Franse soldaten, zei hij, moeten met hoogdravende woorden tot de strijd worden opgewekt, de Duitsers moeten er op logische wijze van overtuigd worden dat het gevaarlijker is om te vluchten dan aan te vallen, terwijl je een Russische soldaat alleen maar hoeft tegen te houden en tot kalmte te manen."
 
- Toen freule Marja terugkwam van haar vader, zat de kleine vorstin te handwerken, en ze keek freule Marja aan met die speciale uitdrukking van innerlijke, gelukkige rust die alleen zwangere vrouwen eigen is.
 
- Boris glimlachte voorzichtig en wel op zo'n manier dat zijn glimlach zowel kon doorgaan voor ironie, als voor instemming met de geestigheid, al naar gelang de grap werd opgevat.

- Tsja, jongen, zei vorst Nikolaj Andrejitsj tegen zijn zoon, terwijl hij Pierre op de schouder sloeg, die vriend van jou is een beste kerel, ik ben erg op hem gesteld! Een ander zegt allerlei verstandige dingen maar je hebt geen zin om ernaar te luisteren, en hij kletst allerlei onzin en maakt een oude man als ik weer scherp.

- Ofschoon vorst Andrej tegenover Pierre had beweerd onverschillig te staan tegenover wat er allemaal in de wereld gebeurde, volgde hij de gebeurtenissen terdege, liet hij veel boeken bezorgen en merkte hij tot zijn eigen verbazing dat, als er bij hem of zijn vader bezoekers rechtstreeks uit Petersburg, uit het brandpunt van het leven, kwamen, die mensen minder wisten van wat er allemaal in de buitenlandse en binnenlandse politiek gebeurde dan hij, die ver weg in de provincie leefde.
 
- Bovendien koketteerde Speranski, ofwel omdat hij oog had voor de talenten van vorst Andrej, ofwel omdat hij het nodig achtte hem voor zich te winnen, tegenover vorst Andrej met zijn onpartijdige, rustige oordeel, en vleide hij vorst Andrej met het subtiele, met zelfverzekerdheid gepaard gaande gefleem, dat bestaat uit de stilzwijgende veronderstelling dat je gespreksgenoot en jijzelf de enigen zijn die in staat zijn de domheid van alle anderen in te zien als ook het vernuft en de diepte van de eigen gedachten.
 
- Voor het oog van de wereld was Pierre een grand seigneur, de enigszins blinde en lachwekkende echtgenoot van een beroemde vrouw, een intelligente zonderling die niets uitvoerde maar ook niemand kwaad deed, een brave borst.
 
- Natasja vond een familieonderdonsje op een bal gênant, alsof er geen andere plaats voor familiegesprekken was dan op een bal!
 
- Zoals iedereen die in de hogere kringen is opgegroeid, vond vorst Andrej het plezierig om in die kringen iemand te treffen die niet het stempel van het mondaine leven droeg.

- Berg glimlachte in het besef van zijn superioriteit ten opzichte van zijn zwakke vrouw en zweeg even, terwijl hij bedacht dat zijn lieve echtgenote toch maar een zwakke vrouw was die niet in staat was te bevatten wat de waardigheid van een man inhoudt, wat het betekende ein Mann zu sein. Vera glimlachte tegelijkertijd, eveneens in het besef van haar superioriteit ten opzichte van haar deugdzame, goede echtgenoot die, volgens Vera, toch net als alle mannen een verkeerde kijk op het leven had. Berg ging af op zijn vrouw en beschouwde alle vrouwen als zwak en dom. Vera ging alleen af op haar man en betrok haar waarneming op alle mannen, en dacht dat alle mannen alleen zichzelf verstand toedichtten en tegelijkertijd niets begrepen en hoogmoedig en egoïstisch waren.

- Ik ken uw zuster te weinig, antwoordde vorst Andrej ... en verder heb ik opgemerkt dat een vrouw des te standvastiger is naarmate ze minder aantrekkelijk gevonden wordt ...

- "Hélène, die nooit van iets anders heeft gehouden dan van haar eigen lichaam, en die een van de domste vrouwen ter wereld is, dacht Pierre, wordt door de mensen gezien als het toppunt van intelligentie en verfijndheid, en ze wordt door iedereen geacht. ..."

- Gravin Bezoechov had niet ten onrechte de naam een fascinerende vrouw te zijn. Ze verstond de kunst om op een heel simpele en natuurlijke manier dingen te zeggen die ze niet meende, en dan vooral vleiende dingen.

 - En met die voor domme mensen zo kenmerkende voorliefde voor een conclusie waartoe ze zelf zijn gekomen herhaalde Anatole de redenering die hij Dolochov al honderdmaal had voorgehouden.
 
- En ze begon wanhopig te huilen, zoals alleen mensen huilen die voelen dat ze de oorzaak van hun eigen ellende zijn.

   

Lees verder in deel 4 van mijn bespreking: citaten uit Oorlog en vrede deel 3.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten