"De hoogvlaktes" is na
het vorige boek van Lieve Joris, de roman "Het uur van de rebellen" veel
minder ambitieus van opzet. Ik vermoed dat het schrijven van "De
hoogvlaktes" haar veel minder tijd en moeite heeft gekost dan het
schrijven van "Het uur van de rebellen". Het is ook een terugkeer naar
de literaire reportage, een genre dat haar volgens mij veel beter ligt
dan de traditionele roman. Het is een vrij rechttoe rechtaan boek, maar
voor mij beduidend sterker dan haar vorige boek. In "De hoogvlaktes"
laat Lieve Joris eens te meer zien dan ze een van 's werelds beste
schrijvers is van literaire reisreportages.
Lieve
Joris heeft veel
gereisd en over die reizen geschreven. Ze is in de Golfstaten geweest,
ze heeft een verslag geschreven van de revolutie in Hongarije, ze heeft
bij een Syrische vrouw in Damascus verbleven en ze heeft een boek over
Mali geschreven. Maar het land dat haar het meeste trekt is toch wel het
voormalig Belgische Kongo, later Zaïre geheten en nu weer gewoon Congo.
"De hoogvlaktes" is het vierde boek van Lieve Joris over Congo.
"De hoogvlaktes" is een verslag van een voettocht van 5
weken door een afgelegen gebied in het oostelijk deel van Congo. Er
gebeurt niet veel tijdens de reis, maar wel krijg je als lezer een beeld
van hoe de mensen hier leven.
Als
je het werk van
Lieve Joris nog niet kent, dan zou ik niet met "De hoogvlaktes"
beginnen, maar met een van haar eerdere boeken over Congo, zoals "Terug
naar Congo" of "De dans van de luipaard". In het boek gebeurt vrij
weinig, maar het is in een trefzekere stijl geschreven en het geeft een
goede aanvulling op haar overige boeken.
-
Hoezeer het beeld van André met zijn kip ook op mijn netvlies gebrand
stond, mijn eigen bagage dijde steeds verder uit. Ik had een slaapzak,
een lakenzak, thermisch ondergoed, een fleecejack, wandelschoenen,
sportschoenen en proviand uit de stad in het dal meegebracht, maar
volgens curé Jorojoro, die mijn spullen aan een nauwkeurige inspectie
onderwierp, had ik ook rijst, suiker en thee nodig. Het menu bestond
hier uit aardappelen en melk, de mensen bij wie ik overnachtte zouden
blij zijn met iets extra's.
-
Mannen krijgen hier tot op hoge leeftijd kinderen. Als hun vrouw ziek
is leggen ze haar lot in Gods hand in plaats van een koe te verkopen om
haar naar het ziekenhuis te brengen. Na haar dood hertrouwen ze met een
jongere. Een vrouw die sterft is als een kalebas die stuk is, zeggen ze,
die moet je vervangen.
-
Bavire zuchtte. "Het is moeilijk om een geschikte vrouw te vinden. Ik
ben jaren weg geweest, het leven in het dal heeft me veranderd, terwijl
ze hier intussen ..." Wie een vrouw wilde huwen moest koeien aan haar
vader geven. Veel jongeren konden niet voldoen aan de hoge eisen van hun
schoonvader en en besloten hun vrouw te schaken.
"Schaken? Hoe doen ze dat?"
"O,
heel eenvoudig. Een jongen lokt een meisje met hulp van zijn vrienden
naar buiten, zogenaamd om een ommetje te maken. Hij neemt haar mee naar
zijn huis ..." - Bavire zocht naar woorden - "où ils se cognent," zei hij uiteindelijk. Waar ze tegen elkaar opbotsen.
Ik lachte. "Heet dat zo?"
"In
dat geval wel, ja. De schoonvader heeft dan geen keuze meer. Zodra zijn
dochter onder het dak van een vreemde man heeft geslapen, is ze niets
meer waard."
- ... Zijn blik viel op mijn Samsonite-koffer die opengeklapt op de grond lag; nieuwsgierig bestudeerde hij de inhoud.
Sigaretten, kleine flesjes whisky - er wachtte me onderweg naar beneden een keur van militaire versperringen en ik had een voorraadje ingeslagen om mijn doorgang te vergemakkelijken. Hoestbonbons, lolly's voor de kinderen - de spullen die hier boven op de markt te koop waren staken er zo grauw bij af dat mijn koffer vanzelf was veranderd in een winkel vol glimmende kostbaarheden.
- Ik ben mijn eigen dorp in een ver verleden ontvlucht, maar niets maakt me gelukkiger dan weg van huis de eenvoud van mijn jonge jaren terug te vinden.
- Zelf was hij de dag ervoor helemaal naar de markt in Ilumba gegaan om een reistas te kopen. Op de markt was hij zijn eerste verloofde tegengekomen. Terwijl hij in het dal studeerde, was ze met een ander getrouwd. In het begin was hij verdrietig geweest. "Maar nu niet meer, want mijn huidige vrouw is veel mooier." Hij keek me dromerig aan. "Net zo mooi als u."
O, o - en met dit jochie moest ik naar Uvira! Curé Jorojoro had gelijk: er zat geen kwaad bij.
-
Aangespoord door zijn vrienden vuurde Ruhuri een salvo vragen op me af.
Sebagabo was naast me neergezegen en vertaalde. Woonden de mensen in
België en Nederland in hutten met strooien daken? Waren er bij ons ook
koeien? Hoeveel stuks had een man doorgaans? Gaven goede vrienden elkaar
soms een koe? Gingen mijn landgenoten tijdens het droge seizoen op
transhumance? Hoeveel koeien betaalden zij als bruidsprijs? Waren onze
koeienhoeders zwart of blank? Waarom woonde ik niet in mijn
geboorteland?
Om al
mijn antwoorden moesten ze lachen. Wist ik niet hoeveel een koe in mijn
land kostte, alleen hoeveel ik per kilo rundvlees in de winkel
betaalde? Dan was ik net als de Bembe, die alleen geïnteresseerd waren
in de koe als biefstuk. Dat een man in mijn land geen bruidsprijs
betaalde, begrepen ze niet. Wie was dan de baas van de familie?
-
"De beste scholieren vertrekken vroeg of laat naar het dal om hun
middelbare school af te maken," zei Prosper. "Wij blijven achter met de
rest." Als een leerling niet geslaagd was, kwam zijn vader op school om
de directeur en de leraren te bedreigen. "Met het gevolg dat veel
leerlingen overgaan, waarna ze natuurlijk zakken voor het staatsexamen
in het dal." Wat hun ouders dan weer toeschreven aan het feit dat de
Banyamulenge in dit land niet geliefd waren.
- "Wat ga je daar doen? Er valt bij ons niets te beleven. Mensen lopen weggedoken in hun kraag door de heuvels en kruipen om vier uur al in bed van verveling." De waarschuwingen van mijn vrienden in het dal echoden in mijn oor. Je kon hier maar beter in beweging blijven, want zodra je halt hield, viel de tijd stil. Niemand had mij nodig, integendeel, ik stoorde: ik droeg geen paan, hield mijn wandelstok in mijn linkerhand, gaf geen getuigenis van mijn geloof, kwam geen molen of medicijnen brengen noch projecten opzetten of beurzen uitdelen - ja, wat deed ik hier eigenlijk?
- De eerste huizen doken op en mensen staarden ons aan met open mond. Een mooi stel waren we: David met zijn malle hoedje en zijn paraplu, Pacifique met zijn tasje om de lendenen, de twee dragers met hun in plastic gewikkelde bagage op het hoofd en ik, een vuile blanke met een wandelstok en een zonnehoed waaronder het zweet naar beneden gutste.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten