vrijdag 17 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 21 (1998-2000)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 21 (1998-2000) ( Nederland, 2009): 357 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Hoewel Hans er niet veel meer om geeft, worden er nog steeds uitstapjes gemaakt en ook wordt er meer kunst gekocht dan ooit tevoren. Dit deel geeft een ontluisterend beeld van de steeds verdere aftakeling van Hans. Ze zien zelden nog andere mensen.

- 1 april 1998 Het lijkt wel of de mensen steeds mooier gaan zingen, of ligt dat aan de weergave en de ruimere keuze? Het geldt ook voor instrumentalisten en sportlieden, ze worden steeds volmaakter en beter. Helaas geldt het niet voor kunstenaars, die lijken aldoor slechter te worden.

- 19 april 1998 Terwijl ik mijn siësta lag te doen, kwam M. overstuur binnen. Hij had met de motormaaier een egel doodgereden. Ik ben direct komen kijken en we hebben het diertje begraven, er hing wel anderhalve meter darm uit. Het enige wat nog een beetje troostte: het beest moet op slag dood zijn geweest. Hoe ik M. ook verzekerde dat hij er niets aan kon doen, ik zie aan zijn gezicht - terwijl het nu al een uur geleden is - dat hij helemaal van streek is.

- 31 mei 1998 Ik schaam me er niet voor dat m'n aftakeling blijkt uit deze steeds onnozeler wordende aantekeningen. Ik verknoei hele dagen, weken. Ik kan urenlang zomaar wat zitten suffen, tot ik merk dat ik kwijl en in slaap ben gevallen. Niets heb ik te zeggen en ik wil toch alles vasthouden, zolang ik ademhaal.

- 9 juli 1998 Dagboek, houvast, als ik jou niet had, zou ik waarschijnlijk gek worden. Laat me maar in je leuteren, tegenover jou hoef ik geen schijn op te houden. De eentonigheid van mijn leven, de herhaling, het oppervlakkige gezeur. Af en toe eens een vonkje, verder banaliteit, het is verpletterend. Praat ik misschien te weinig met andere mensen? Er gaan weken voorbij dat ik alleen met M. praat. De buren zie ik nooit. Bezoek weren we zoveel mogelijk. Ik hoop dat wie deze aantekeningen persklaar maakt, streng zal zijn. Ben jij het, Mario? Wees ongenadig. En bent u het geachte onbekende: wees nóg ongenadiger. Laat desnoods, die slome stemming even heersen, maar schrap, schrap, schrap.

- 1 augustus 1998 Eigenlijk ben ik heel m'n leven in alles een dilettant gebleven, in de kunst, in de literatuur. Alles oppervlakkig, maar met veel liefde en plezier, en misschien straalt dat er soms een beetje van af.

- 7 november 1998 De liefde bedreven bij het ontwaken. Het gaat nog steeds, maar vrij moeizaam, weinig zaad leek me, en weinig genot. Mijn lichaam wil niet meer. Ik verlies elk moment m'n evenwicht, m'n ogen trillen, mijn anus gaat steeds verder kapot, ik weet het niet schoon te krijgen. Ik verlies drolletjs in m'n slip, plas een beetje in m'n broek. M. is zo'n goeierd en zo'n lieverd, hij moet het moeilijk hebben met een sukkelende oude zeur als ik.

- 7 februari 1999 M. ziet het vertalen van Plato als een van de weinige dingen waarmee hij na mijn dood verder kan. Ik zei hem dat hij overal aan de slag zou kunnen, zeker op een uitgeverij. Dat hij jaren vooruit kon met mijn dagboek. Dat hij als de nood aan de man zou komen altijd iets van de verzameling kon verkopen. Hij zei iets wat me ontroerde: "Denk je dat ik iets zou verkwanselen? Nooit, nooit!" En hij huilde weer hopeloos verder.

- 23 maart 1999 Als automatisch pak ik m'n dagboek. Ik heb weinig te zeggen, maar ik word door M. in de gaten gehouden. Al te vaak krijg ik een verwijt: wat heb je vandaag al gedaan? En ik reciteer: "Geleden, nagedacht, geluierd, geslapen, geteuteld."

- 5 juni 1999 Vanmorgen had M. weer zo'n aanval. De douche werkte niet en daar begon het. De goot lekte over de volle twintig meter en de muren waren beschimmeld en de lambriseringen uitgehold door houtwurm en het huis zakte in en alles was zwart, zwart, zwart. Alles ging hier kapot, en ik deed niets, en godver hier en daar.

- 4 augustus 1999 De enige broek die me nog een beetje past moet naar de stomerij, ik heb hem denk ik wel een jaar gedragen. Vest dito, dat slijt aan randen en mouwen, en stinkt naar een jaar koken. Ik voel me onthand zonder die vertrouwde kleren, maar durf geen nieuwe te kopen. ... Dit rare, verzwegen leed moet veel voorkomen bij oudere mensen. Een kast vol kleren, niets past meer, en je geneert je naar de winkel te gaan wegens je wanstaltigheid. Wat zou ik gelukkig zijn met een paar goed zittende broeken en een behoorlijk vest.

- 30 januari 2000 M. wilde me het koken besparen en hij haalde eten bij een afvalChinees (sorry, dit is écht een verschrijving), maar het smaakte zelfs hem niet.

- 21 maart 2000 Ik werd pas wakker doordat M. het gras maaide. Er volgde een klaaglied, zelfs als ik dood lig, zal hij m'n lijk nog verwijten dat het niet werkt en voor eeuwig vakantie heeft.

- 10 april 2000 In de auto die voor ons stond op de veerpont naar Vlissingen zag ik een merkwaardig staaltje van positieve discriminatie. Het was een grote Citroën, bestuurd door een heer van middelbare leeftijd. Naast hem zijn echtgenote. Op de achterbank twee jonge vrouwen, een jongeman tussen hen in, een neger. Bij het uitstappen bleek ons pas dat er nóg een meisje in de, zeer ruime, kofferruimte was geïnstalleerd. De knapste en de jongste van het gezelschap, maar toch ook al een eindje in de twintig. Bij het aanleggen in Vlissingen zagen we hoe ze weer in de kofferbak werd gepropt, en dat de neger weer op de bank plaatsnam. Toen daagde het pas bij me. Je kunt moeilijk een neger in de kofferruimte opbergen.

- 20 juli 2000 Vanmorgen weer eens in m'n broek gescheten, ik haalde de wc niet. Het liep wondergoed af, ik kon de drol zó uit m'n slip in de closetpot wippen.

Lees verder deel 22

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

4 opmerkingen:

  1. Het begint nu echt triestig te worden. En dan lees ik nog alleen maar jouw citaten. Is het niet deprimerend alles te lezen? 375 blz.nog wel!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, het is inderdaad deprimerend om te lezen. Maar zoals Hans Warren zelf zegt: de aftakeling hoort ook bij het leven. In het laatste deel wordt het nog een stuk erger. Hans takelt steeds verder af en Mario is eigenlijk niet geschikt om voor hem te zorgen. Uit onmacht ontstaan dan talloze ruzies, waarbij ze elkaar de huid vol schelden. Ik denk niet dat er veel schrijvers zijn die zo onbarmhartig over hun eigen verval hebben geschreven als juist Hans Warren in zijn "Geheim dagboek". Groetjes, Erik

      Verwijderen
  2. Ergens vind ik het wel heel erg bemoedigend dat ook een schrijver als Hans Warren het schrijven in zijn dagboek heeft ervaren als eindeloos over hetzelfde zeuren. Dat heb ik vaak ook bij mijn eigen dagelijkse aantekeningen. En toch verandert er langzaamaan het een en ander. Dat is het wonderlijke.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Niek, eindeloos hetzelfde vind ik bij Hans Warren vooral zijn wekelijkse dagtochtjes. Iedere week weer gaat hij met Mario op pad, benoemt de plaatsen waar ze langs gereden zijn, bezoekt een of meer musea en schrijft daarbij op wat hij van de tentoongestelde kunst vindt en wat hij heeft gekocht en vervolgens krijgen we het restaurant en het menu van die dag. Ik vind Hans Warren een goed schrijver, maar de beschrijvingen van die dagtochtjes lijken allemaal op elkaar. Groetjes, Erik

      Verwijderen