maandag 11 september 2017

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen: Leven op een onbewoonbaar eiland (Verenigde Staten, 2004): 319 blz: Vertaald door Richard Kruis (2005): Uitgeverij Vassalucci: Oorspronkelijk uitgever: Broadway

Het sexleven van kannibalen : leven op een…Maarten Troost beschrijft zijn verblijf op Tarawa, een eiland in de republiek Kiribati gedurende twee jaar samen met zijn vrouw Sylvia die ontwikkelingswerker is.

Tarawa is niet wat je noemt een paradijselijk tropisch onbewoond eiland. In feite is het er overbevolkt, er zijn alleen maar hutten van stro, er is gebrek aan alle essentiële voedingsmiddelen op vis na, er is nauwelijks elektriciteit en geen stromend water en er heersen tal van tropische ziekten.

Troost beschrijft hun verblijf met een milde humor.

Hier weer een aantal citaten:

- Voor niksers is het een moeilijk te verteren realiteit dat onze wereld banen nodig heeft om er een houdbaar bestaan op na te kunnen houden. Het niksen wordt mijns inziens geweldig onderschat en door sommige mensen zelfs als des duivels beschouwd. In mijn ogen is niksen daarentegen een deugd, maar de samenleving zag dat anders zodat de noodzaak werk te zoeken bleef bestaan.

- De man voorzag onze paspoorten van een stempel. Ik was aangenaam verrast dat het slechts om een kleine, bescheiden stempel ging - de meeste ontwikkelingslanden beseften dat ze geen supermachten waren, maar dat betekende nog niet dat ze geen superstempels konden hebben die moeiteloos een hele bladzijde van je paspoort vulden, soms zelfs twee. Hoe onbeduidender en dictatorialer het land, hoe pompeuzer de stempel, en dus leek de kleine inktvlek waarvan Kiribati je paspoort voorzag te willen zeggen: Wij zijn een klein land. Wij zijn tevreden. Wij hebben geen illusies.

- Ik vroeg haar om pindakaas en zij liet mij via haar wenkbrauwen weten dat ze me had begrepen. Ook kon ze me het appel-veenbessap leveren. Toen ik weer thuis was ontdekte ik dat de houdbaarheidsdatum van het sap drie maanden geleden was verstreken en dat de pot pindakaas een mierenkolonie bevatte, opgesloten in een kleverig moeras van geplette olienoten. Het sap werd gedronken, de mieren uit de pot geschraapt, de korenwormen uit het brood geplukt en er werd een boterham met pindakaas gegeten. Ik vond het heerlijk eens een maaltje te eten waar geen vis aan te pas kwam.

- Die gedachte kwam wederom bij me boven toen me, tot mijn niet geringe afkeer, de plotselinge aanwezigheid van een groot aantal vuile luiers rond het huis begon op te vallen. Die waren daar door honden achtergelaten die ze op het rif vonden en genotvol van hun inhoud beroofden. ... Een volgescheten luier is een prachtig verpakte lekkernij voor een hond. Ze zijn er verzot op maar wat niet van hun gading is blijft in de vorm van weerzinwekkende, gore molshopen rond ons huis achter.

- De eilanden van Kiribati hadden, zoals na de vluchtigste verkenningen al vast kwam te staan, bijna niets waardevols te bieden voor de I-Matang (= vreemdelingen) aan het begin van de negentiende eeuw. Ze ontbeerden vers voedsel, goed drinkwater, goud, zilver, specerijen, bont, stoffen, sandelhout, dus zo ongeveer alles wat in die tijd als handelswaar kon worden aangemerkt. Wat Kiribati echter wel te bieden had waren vrouwen.

- Beiataaki bewoog zich naar de andere kant van de boot toen de haai eronderdoor zwom. Hij gooide grote stukken vis in het water. Ik stond daar niet achter. Het was alsof we op een vijver in het stadspark lagen en de eendjes voerden. Maar dit was geen vijver. En dat daar was zeker geen eend, maar een haai van zes meter lang.

- De oceaan ging als een razende tekeer. Zeven meter. Zo hoog waren de golven die ons tegemoet kwamen toen we het kanaal achter ons hadden gelaten. Zeven meter. Van het laagste punt tot de schuimende kop. Zeven meter. En dit waren geen rollende golven die vrolijk over elkaar heen buitelden. Dit waren steile, instortende muren van water, dicht opeengepakt door het plotselinge oprijzen van land. Geen enkele ervaring die ik ooit opdeed had me voorbereid op de aanblik van die golven.

- Hoe dan ook, wanneer je wereld is teruggebracht tot een reepje land ergens in de Stille Zuidzee krijgen je aspiraties de neiging te veranderen. Ooit wilde ik correspondent worden van The New York Times. Nu was ik erop gebrand met evenveel flair als de I-Kiribati een kokosnoot open te breken.


- De eilanden verlaten betekende koers zetten naar het onbekende. In de westerse wereld zouden we stuurloos zijn. Uiteraard was er airconditioning in die wereld en er zouden restaurants en boekhandels zijn. Er waren artsen. Ook elektriciteit en water zouden overvloedig voorradig zijn. En toiletten. Ontelbare toiletten. En we hadden er familie en vrienden.

   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten