maandag 18 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 1

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 1: 419 blz

De essays"De essays" van Michel de Montaigne is een van die klassiekers uit de wereldliteratuur waarvan iedereen wel eens gehoord heeft, maar die maar weinig mensen hebben gelezen.

Ik heb deel 1 herlezen in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren en het moet worden gezegd: ik ben fan. Sterker nog, ik vind "De essays" een van de meest indrukwekkende boeken die ik ken. Erg de moeite waard ook om er citaten uit te plukken, ik heb er 90! genummerd in de tekst.

De naam essay komt van het Franse werkwoord essayer dat proberen betekent. Eigenlijk zijn het dus probeersels.

Montaigne leefde vanaf zijn 37e een teruggetrokken leven op zijn kasteel en landgoed, waar hij zich bezighield met schrijven. Vanaf 1570 tot 1580 zijn de essays ontstaan. In 1580 werd de eerste editie in 2 delen gepubliceerd. In 1588 verscheen de tweede uitgebreide editie. Van deze editie had Montaigne een exemplaar in bezit (het zogeheten Bordeaux-exemplaar) waarin hij tot aan zijn dood in 1892 allerlei toevoegingen schreef en zelfs een compleet derde deel met 13 nieuwe essays. In deze vertaling is terug te vinden uit welke editie de tekst stamt: de editie uit 1580 wordt aangegeven met een a in de tekst, de editie uit 1588 met een b, en het Bordeaux-exemplaar met een c.

Montaigne schrijft vooral over zichzelf. De titels van de essays zijn vaak maar een vage aanduiding van waar het essay over gaat, hij dwaalt nogal af. In feite lijkt het of een goede vriend tegen je aan praat. Montaigne is hierbij verfrissend ondogmatisch. Hij heeft zijn eigen ideeën of opvattingen, maar hij erkent daarbij tegelijkertijd dat andere mensen andere ideeën hebben, die misschien wel even juist of soms zelfs juister zijn.

Wat leuk is, is dat Montaigne steeds citaten gebruikt uit de klassieke oudheid (van auteurs als Cicero, Seneca, Caesar, Livius, Vergilius, Ovidius, Horatius, meestal schrijvers in het Latijn). Hierbij wordt in de tekst de Nederlandse vertaling van het citaat cursief weergegeven, terwijl het citaat in zijn oorspronkelijke versie met aanduiding van de herkomst in een voetnoot staan. De vorige vertaler van de essays: Frank de Graaff (zorgde ook voor een mooie vertaling) gaf de citaten in de tekst weer, met de vertaling in de voetnoten. Ik geef de voorkeur aan de methode van van Pinxteren, zo lees je lekkerder door.

Een aantal van de (mijns inziens) mooiste citaten uit de tekst:

- 6 Zodra iemand de feiten verdraait en naar zijn hand zet, kan het haast niet anders of hij zal zich in de details vergissen wanneer hij hetzelfde verhaal meer dan eens vertellen moet.

- 7 Ik weet dat veel van mijn tijdgenoten dolgraag de reputatie zouden hebben een gewiekst onderhandelaar te zijn, maar ze vergeten dat als je zo'n reputatie eenmaal hebt je niet veel meer kunt uitrichten.

- 12 Overigens is het heel nuttig als je weet hoe je je tegenover anderen gedragen moet. Want kennis van de omgangsvormen helpt ons, net als schoonheid en charme dat doen, een eerste stap te zetten op de weg naar  maatschappelijk verkeer en vriendschap, en biedt ons derhalve de mogelijkheid om te leren van de voorbeelden van anderen en om zelf een voorbeeld te stellen en uit te dragen, voorzover dat leerzaam voor anderen is.

- 13 Elke mening kan zo overtuigend zijn dat je altijd wel mensen vindt die haar ten koste van hun leven staande zullen houden.

- 15 Eén messnede van de chirurgijn voelen wij heviger dan tien zwaardhouwen in het vuur van de strijd.

- 16 Ja, de waarde van de dingen ligt voor ons niet zozeer in wat ze ons geven als wel in wat wij eraan uitgeven.

- 17 Rijk zijn is meer een kwestie van beleid dan van inkomsten.

- 27 Een koopman doet alleen goede zaken als de jeugd uit de band springt, een landbouwer als het graan duur is, een architect als er huizen instorten, gerechtsdienaren als de mensen geschillen hebben en procederen; en zelfs geestelijken kunnen alleen respect inboezemen en hun ambt uitoefenen dankzij onze zonden en onze dood.

- 28 Want de gewoonte is inderdaad een harde en verraderlijke lerares, die zonder dat wij het in de gaten hebben stukje bij beetje aan gezag wint.

- 34 Begaafde lezers ontdekken in andermans geschriften vaak parels die de schrijver zelf er niet bewust in heeft gelegd: ze verdiepen de betekenis en verrijken het inzicht.

- 35 Voorzichtigheid, met haar kiesheid en bedachtzaamheid, is de doodsvijand van grootse ondernemingen.

- 39 Misschien kun je best geleerd zijn door de geleerdheid die je bij een ander vindt, maar wijs kun je alleen maar zijn door de wijsheid die je uit jezelf haalt.

- 40 Als je iemand ziet met kapotte schoenen, zeg je wel: dat zou best een schoenmaker kunnen zijn. Zo ook blijkt uit ervaring dat een arts zijn gezondheid meer verwaarloost, dat een zielenherder minder past op zijn eigen ziel, en dat een geleerde onwijzer is dan wie ook.

- 47 Alleen dwazen kennen geen twijfel en weten alles met zekerheid.

- 48 Waarheid en reden zijn van iedereen en behoren niet méér toe aan wie ze het eerste heeft uitgesproken dan aan wie ze na hem zegt.

- 50 Betweterig en koppig bij je standpunt blijven is een banale eigenschap, die meestal opduikt bij kleingeestige lieden; maar op je standpunt terugkomen en in het heetst van de discussie je ongelijk erkennen, is een zeldzame eigenschap, een blijk van kracht en wijsheid.

- 56 Ik vraag niet van een lakei dat hij zedig is, ik wil weten of hij vlijtig is. En ik vind het minder erg dat mijn ezeldrijver gokt dan dat het een sukkel is, ik heb liever een kok die vloekt dan een die niet kan koken.

- 61 Hoe wij ons best ook doen, zelfs van het kleinste vogeltje kunnen wij het nest met zijn mooie, hechte, praktische bouw nog niet namaken, al net zomin als het web van een gewoon spinnetje. Alle dingen, zegt Plato, zijn door de natuur, het toeval of de kunst voortgebracht; de grootste en mooiste door de natuur en het toeval, de minste en onvolmaaktste door de kunst.

- 65 En de man uit de Oudheid die een steen naar een hond gooide, maar er zijn schoonmoeder mee trof en doodde, citeerde terecht de volgende versregel: De fortuin richt beter dan wij.

- 67 Het is mijn speciale wens dat elk mens op zijn eigen waarden beoordeeld wordt en niet naar modellen die voor iedereen op moeten gaan.

- 69 Als ik mijn knecht uitscheld, doe ik dat uit de grond van mijn hart, en mijn verwensingen zijn niet geveinsd maar echt. Maar als ik eenmaal stoom heb afgeblazen, zal ik, mocht hij mij nodig hebben, hem graag helpen.

- 70 Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: "Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen."

- 71 Wij moeten zo mogelijk een vrouw hebben, kinderen, bezittingen, en vooral een goede gezondheid, maar ons daar niet zó aan hechten dat ons geluk ervan afhangt.

- 76 Niet het bezitten van de dingen, maar het genieten ervan maakt ons gelukkig.

- 80 De ervaring leert dat nu eens de ene, dan weer de andere handelswijze de beste is.

- 84 Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid, of zelfs vanwege hun moeilijkheid, ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor.

Het is duidelijk, voorlopig lees ik door in de Essays. Daarna wil ik het boek van Sarah Bakewell herlezen.

Zie verder ook mijn bespreking van deel 2 van de Essays

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten