dinsdag 26 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 2

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 2: blz 423-1011

De essaysOpvallend aan het tweede deel van de essays van Montaigne is het lange stuk van 230 bladzijden over Raymond Sebond.

Ik had nog nooit van de beste man gehoord. Volgens Arjen, een collega blogger van het zeer informatieve boeklog.info die het heeft nagezocht was Sebond een Spaanse geestelijke uit de vijftiende eeuw die  de stelling poneerde dat niet alleen de Bijbel de openbaring Gods was, maar ook alle natuur

Dit stuk vind ik het minst boeiende gedeelte van de essays, maar het levert evengoed nog wel een aantal prachtige citaten op zoals die van de hond en de kat. De overige 36 essays in dit tweede deel omvatten gemiddeld zo'n tien bladzijden.

Weer een aantal citaten:

- 3 Als ik op verschillende manieren over mijzelf spreek, komt dit omdat ik op verschillende manieren naar mijzelf kijk. Alle tegenstellingen kan ik, afhankelijk van de omstandigheden en het standpunt dat ik inneem, in mijzelf ontdekken. Verlegen, brutaal; kuis, wellustig; praatziek, zwijgzaam; ijverig, laks; intelligent, dom; humeurig, opgewekt; leugenachtig, oprecht; kundig, onwetend; vrijgevig, zuinig en verkwistend; het zijn trekken die ik allemaal in mijzelf zie, al naar ik mij wend of keer.

- 5 Iedereen tilt zwaar aan de zonden van zijn naaste, maar rekent die van hemzelf niet aan.

- 17 Als er aan een onderscheiding die slechts eervol moet zijn geld en andere voordelen worden toegevoegd, zal dit het prestige niet vergroten, maar juist verlagen en er afbreuk aan doen.

- 24 Toen de moeder van Thales hem als jongeman aanspoorde om te trouwen, antwoordde hij dat het daar nog te vroeg voor was, en toen hij al wat ouder werd, dat het daar te laat voor was. Zodra iets je niet goed uitkomt, zou je altijd moeten zeggen dat het nu niet het geschikte moment is.

- 25 Over het algemeen doe wij er volgens mij het beste aan om bij onze dood onze goederen te verdelen naar de gebruiken van het land. Daarover is door de wetgever beter nagedacht dan door ons; en je kunt beter accepteren dat de wet een verkeerde keuze maakt dan het risico nemen om in je overmoed zelf een vergissing te maken.

- 30 Vaak hebben wij geen oog voor onze fouten, maar ons denken is ziek als wij ze niet zien wanneer een ander ons erop wijst.

- 40 De natuur zelf heeft, naar ik vrees, de mens een neiging tot onmenselijkheid meegegeven. Niemand vindt het opwindend om te zien hoe dieren met elkaar spelen en paren; maar wél hoe ze elkaar verminken en verscheuren.

- 41 Ik ben, eerlijk gezegd, zo kinderlijk van aard en zo teerhartig dat het mij moeilijk valt het aanbod van mijn hond af te slaan om met hem te ravotten, als hij daar op een ongelegen moment om vraagt.

- 44 Onze geloofsijver doet wonderen ter bevordering van onze haat, wreedheid, eerzucht, hebzucht, kwaadsprekerij of opstandigheid. Maar diezelfde geloofsijver zal niet thuis geven als het erom gaat onze goedheid, naastenliefde en gematigdheid te stimuleren, tenzij iemand daar als door een wonder een speciale aanleg voor heeft.

- 45 Als ik met mijn kat speel, vermaakt ze zich misschien wel meer met mij dan ik met haar. Wij houden elkaar wederzijds voor de gek. Zoals ik naar eigen goeddunken begin of ophoud, doet zij dat ook.

- 48 Om iets aan anderen te leren heb je nog meer verstand nodig dan om zelf iets te leren.

- 50 Is er ooit een duidelijker voorbeeld van doortraptheid gegeven dan door de muilezel van de wijsgeer Thales? Toen deze met een vracht zout op zijn rug een rivier doorwaadde, struikelde hij per ongeluk, zodat de zakken die hij droeg doorweekt werden, en hij merkte dat zijn last lichter was geworden doordat het zout zich had opgelost. Nu stortte hij zich, telkens als hij bij een beek kwam, daar met last en al in, tot zijn baas realiseerde dat hij dat met opzet deed en hem een vracht wol te dragen gaf. Toen het dier merkte dat zijn last zwaarder was geworden, paste hij de list voortaan niet meer toe.

- 52 De herinnering aan doorgestane narigheid is aangenaam (citaat van Euripides uit Cicero)

- 57 Als de christenen geconfronteerd worden met iets ongelooflijks, is dat voor hen juist een grond om te geloven.

-71 Vaak als ik een boek uit mijn bibliotheek neem, stuit ik op fragmenten die ik op een eerder ogenblik prachtig heb gevonden en waar ik diep van onder de indruk was, maar die, als ik er weer naar kijk, louter woorden voor mij blijven, een massa waarin ik, hoe ik het ook wend of keer, niets herken.

- 72 Als ik (wat ik graag doe) bij wijze van oefening en tijdverdrijf de verdediging op mij neem van een mening die strijdig is met de mijne, gebeurt het vaak dat ik mij zo sterk richt en concentreer op de andere kant van de zaak dat ik vergeet wat mij bond aan mijn aanvankelijke standpunt, en dat opgeef.

- 75 Je moet niet iedereen geloven, luidt het gezegde, want iedereen kan zeggen wat hij maar wil.

-79 Toen ze de filosoof Diogenes vroegen waarom hij geen gerieflijker plaats uitzocht om te eten dan midden op straat, antwoordde hij: "Omdat ik midden op straat honger heb."

- 81 Wie geen lust heeft, vindt de wijn maar laf, wie gezond is, vindt hem lekker, en wie dorst heeft, vindt hem zalig.

- 82 Is het ooit anders gegaan dan dat ouden van dagen lovend spraken over het verleden, terwijl zij afgaven op het heden en hun eigen ellende en narigheid weten aan de wereld en de zeden en gewoontes van de mensen?

- 92 Wie niet is te vertrouwen in de waarheid, is dat ook niet in de leugen.

- 96 Wij erkennen zonder enige moeite dat anderen meer moed, fysieke kracht, ervaring, behendigheid of schoonheid hebben dan wij, maar dat iemand meer gezond verstand zou hebben, dat geven wij nooit toe.

- 99 De goede oude Lysander zei wel dat kinderen met knikkers en volwassenen met woorden spelen.

- 102 Een middelmatige intelligentie is genoeg om zaken van groot en klein belang op een evenwichtige wijze ten uitvoer te brengen. Let er maar eens op: wie zijn zaken het best beheert is het minst in staat je uit te leggen hoe hij dat doet; terwijl wie je precies vertelt hoe het moet er zelf meestal niets van terechtbrengt.

- 107 Mooie verhalen doen het altijd goed, waar je ze ook plant.

- 108 Een jongeman moet kennis verwerven, een grijsaard moet er de vruchten van plukken, zeggen de wijzen.

- 114 Iemand die goed leeft kan er kwalijke opvattingen op nahouden, en een slecht mens kan de waarheid verkondigen, zelfs als hij er zelf niet in gelooft.

- 116 Het is een grote fout, waarin niettemin de meeste mensen vervallen, dat ze maar moeilijk kunnen geloven dat een ander tot iets in staat zou zijn waar zijzelf niet toe in staat zijn of geen zin in hebben.

- 119 Caesar zei dan ook: op grote ondernemingen moet je niet broeden, je moet ze uitvoeren.

- 124 Over Homerus werd in de oudheid gezegd: er was vóór hem niemand die hij kon navolgen, zomin als er na hem iemand kwam die hém kon navolgen.

- 126 Net als Epicurus vind ik dat je genietingen moet vermijden als die je nog grotere smarten brengen, en dat je smarten na moet streven als die je daarna een groter genot brengen.

- 127 Solon zei dat ook eten een medicijn is, en wel het middel dat ons geneest van de ziekte die honger heet.

- 128 De vrees dat het zo droef met de medische wetenschap is gesteld baseer ik in de eerste plaats op ervaring, want zover ik kan overzien is er geen enkel slag mensen dat zo vlug ziek is en zo moeizaam beter wordt als wie onder toezicht van artsen staan.

Ik ben inmiddels begonnen in deel 3.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten