zondag 8 juli 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: deel 1 (1942-1944)

Hans Warren: Geheim dagboek: deel 1 (1942-1944) (Nederland, 1981): 190 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Dit eerste deel van "Geheim dagboek" loopt van 16 april 1942 tot de dag van de bevrijding van Zeeland op 30 oktober 1944. De belangrijkste onderwerpen van dit deel zijn: de oorlog, de liefde van Hans voor Sybille en zijn liefde voor de natuur. Ook komt de moeizame relatie met zijn ouders vaak ter sprake en het schilderen en het schrijven. Hoogtepunten zijn een bezoek aan de natuurkenner en beschermer Jacques Thijsse en een beschrijving van een bruiloft waarvoor Hans in eerste instantie niet was uitgenodigd, maar die hij toch mag bijwonen.
Hier een aantal citaten:

 - 16 april 1942 In mijn natuurdagboek, dat ik nu twee en een half jaar bijhoud, schreef ik soms dingen op die ik liever voor ieder verborgen wil houden. Omdat ik een uitlaatklep moest hebben voor mijn spanningen; om te praten in eenzaamheid of verdriet. Nu ga ik een tweede, geheim dagboek beginnen.
Een "dag"boek in de letterlijke betekenis van het woord, zal het wel niet worden, meer een schrift waarin ik me geregeld uiten kan als ik er behoefte toe voel. Het wordt een "geheim" dagboek, omdat ik niet wil dat iemand anders er een vermoeden van hebben zal dat het bestaat. Ik zal er zo eerlijk mogelijk in zijn, er alles in noteren, behalve de enkele dingen waarvoor ik me te diep schaam om ze ooit aan het papier toe te vertrouwen. Ik bewaar dit cahier in het afsluitbare vak van mijn boekenkast, waarvan het deurtje van nu af op slot gaat, dat deed ik anders nooit.

-  27 april 1942 Ik geloof niet dat ik van nature bijzonder slecht ben, of gemeen. Maar door verwaarlozing, eenzaamheid, vertrapping en onderdrukking zijn er van de weeromstuit veel wrede en slechte eigenschappen in me opgeschoten, als wildgroei.

- 28 april 1942 Ik heb kikkers levend gevild, of er een mes in gegooid als ze hipten, en dan hun ongelooflijke taaiheid aanschouwd. Ik trapte de ingewanden uit hun bek naar buiten, liet ze zo liggen, en zag dan hoe ze langzaam alles weer naar binnen hapten, bijkwamen en wegscharrelden.

- 19 mei 1942 Hoe dat dichten zo ineens gekomen is? Mag ik het wel ineens noemen? Waarschijnlijk was het al lang aan het groeien. Ik ben benieuwd of er werkelijk een dichter in mij schuilt. Ik besef dat wat ik nu opschrijf niet veel te betekenen heeft, maar, zoals Van der W. schreef: het belangrijkste is voorlopig het simpele feit dát je schrijft, dat je je geroepen voelt om iets onder woorden te brengen, dat er een drang is. Zou het verband houden met het feit dat ik allengs merk dat ik nooit een schilder zal kunnen worden, omdat ik niet kan tekenen of schilderen wat ik wil, zoals ik het wil?

- 12 juli 1942 Als de moffen er niet waren en mijn ouders niet zo doordrenkt waren met NSB-sympathieën, als je niet overal die smerige krantjes en blaadjes zag slingeren en elke brief-met-een-luchtje geen angst meebracht voor domme stappen van hun kant, zou ik gelukkig kunnen zijn, genieten van het leven.

- 7 december 1942 Wie weet houdt zelfs een dagboek er verband mee: hier ben ik dat doe ik, je zult van minuut tot minuut weten dat ik er ben geweest, wat ik heb gedaan, gedacht en gedroomd.

- 23 februari 1943 Gisteravond de dominee gesproken. We hadden het notabene over politiek. .... De man is niet fout, maar oliedom, en het hele christendom is sowieso tot uitsterven gedoemd. Ieder ziet nu toch wel overduidelijk de rol (en het bedrog) van alle godsdiensten. Maar goed, ik was boos. Zulke gevaarlijke dwazen leuteren er maar op los en hebben nog enige invloed in een dorpje als Borssele.

- 11 mei 1943 Schandelijke handeling voor een aspirant controleur-vogelwet: ik zag in Hollestelle een wijfjeskievit op haar nest schuiven, vond de drie kersverse eieren en had er opeens zo'n zin in dat ik ze meepakte, kookte en achter elkaar opat. Ik geneer me er voor.

- 10 augustus 1943 Ik besef dat ik weinig reden tot klagen heb. Wanneer ik mijn lot met dat van miljoenen anderen vergelijk leid ik een leven als een prins: ik sta om half acht op, vind het ontbijt klaar, ga zwemmen, doe verder wat ik wil, woon in mijn geliefde en gezonde landstreek, heb tot nu toe door het oorlogsgeweld nog vrijwel niets verloren, heb goed eten en drinken al is het geen vetpot: alles reden tot grote dankbaarheid. Diep in mijn hart ben ik ook wel dankbaar, maar de spanning dreigt me af en toe te breken.

- 26 oktober 1943 De bladzijden die ik uit dit schrift gescheurd heb. Uit angst dat toch iemand lezen zou wat ik opschrijf. En als me iets overkomt - niemand hoeft te weten hoe ik in de knoop zit, hoe bepaalde neigingen me wanhopig maken. Zelfs mijn dromen zeggen het me toch: pollutiedromen gaan altijd over jongens. Ik ben erg hartstochtelijk, ik heb lijsten aangelegd van de manieren waarop ik onaneer en van de wellustige dromen, als ik me ze herinnerde bij het ontwaken. Er komt geen meisje, geen vrouw aan te pas. Een mannelijk kruis windt me ongelooflijk op, een vrouwelijk kruis vervult me met weerzin, die lucht al, die je soms, helaas, ruikt.

- 22 januari 1944 Natuurlijk moesten we ook de oesters proeven. Er waren er niet veel meer, maar de heer Vette haalde een lange stok met een soort greep eraan, en viste er een aantal uit het bassin. Hij was heel handig in het openen en presenteerde ze glunder, verwachtend. Sybille lust eigenlijk geen oesters en liet het, beleefheidshalve, bij een paar, maar ik ben er dol op en verorberde er met smaak een dozijn; zelfs zo op de morgen zijn ze heerlijk, die frisse, zilte, met niets te vergelijken nasmaak in je hele mond, en dat zalige "water" dat in de bolle klep blijft als slokje toe.

- 5 juni 1944 In dit dagboek heb ik al eens eerder gebiecht, die bladzijden heb ik er later uitgesneden, uit angst dat iemand ze lezen zou. Een paar maal nam ik weer een aanloop, en ook nu is er weer schroom, misschien zal ik, wat volgt, opnieuw uitscheuren. Voor vrienden loop ik heet, voor vriendinnen niet, of zelden. Toch laten vrouwen me niet onverschillig, al ben ik me ervan bewust dat het meer een prestigekwestie is: ik sta bekend als een "meidengek" (door een wonderlijke omkering van de feiten) en die veronderstelling moet als camouflage van mijn ware aard blijven bestaan. Ik heb tot nu toe vrijwel alleen seksuele contacten gehad met jongens.

- 26 juni 1944 Want ik ben er nu van overtuigd dat ik zo grondig homoseksueel ben, dat er niets aan te veranderen valt. Ik ben werkelijk hartstochtelijk genoeg, maar helemaal op jongens en mannen ingesteld, laat ik er toch niet langer om heen draaien. Als ik, al is het op een paar honderd meter afstand, zie dat een jongen zijn bovenlichaam ontbloot, heb ik het al te pakken (zelfs nu, bij het opschrijven van dat simpele zinnetje) terwijl de mooiste vrouw zich naakt aan me kan vertonen en me liefkozen zonder dat het me ook maar iets doet. Niet dat ik de schoonheid van een jong vrouwenlichaam niet waardeer, maar ik kan het volkomen "platonisch"  aanzien.

Ik ben intussen al weer een flink eind gevorderd in het tweede deel.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

4 opmerkingen:

  1. Hoi Erik, ik ben ooit begonnen in het dagboek van Warren en ben gekomen tot 1956-1957, niet echt ver dus. Ik betoogde toen nog dat ik het wel zou afmaken, hoewel 'het grote gevoel' er nog niet was. Dat maak ik niet waar, ik ben niet verder gegaan, ik wil liever mijn energie in boeken steken waarvan ik denk dat ze mij eerder dat gevoel geven. Maar...ik sluit ook niks uit dus ik zal je besprekingen met belangstelling blijven volgen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Koen, ik geef je groot gelijk. Ik denk dat ik de dagboekdelen uit de jaren 1954-1957, dus deel 5 en deel 6, de meest interessante delen van de hele serie vind. Daarna gebeurt er tot begin van de jaren 70 niet veel en Warrens tweede jeugd begint in 1977 als hij een relatie met de 40! jaar jongere Mario Molegraaf krijgt. De dagboeken van de jaren met Mario zijn zeker ook interessant, maar gaan toch vooral over hun talloze museumbezoeken, lekker eten en de alsmaar groeiende kunstverzameling. We zullen zien hoever ik kom, ik mik op zijn minst op deel 6. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het is zo in het kort echt fascinerend. Voorlopig lees ik jouw samenvattingen met interesse. Je keuze voor de citaten bevalt me. Ik wacht het nog even af welk deel ik zal kiezen na jouw besprekingen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, dank je voor je compliment. Ik probeer in het algemeen bij mijn besprekingen een zeer korte beschrijving te geven met daarbij een aantal mooie citaten. Voordeel van citaten vind ik dat de schrijver in zijn woorden wat over zijn tekst zegt. Zelf ben ik als schrijver zo onbenullig, dat ik dat onmogelijk beter kan doen. Groetjes, Erik

      Verwijderen