vrijdag 20 juli 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 6 (1956-1957)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 6 (1956-1957) (Nederland, 1986): 204 blz: Uitgeverij Bert Bakker

1956 brengt rust in het leven van Hans en Mabel. Ze wonen nog steeds in Nanterre met hun dochter Amanda, maar bij Hans lijkt het besef doorgedrongen dat een stabiel gezinsleven mogelijk de voorkeur verdient boven een heftig liefdesleven. Hij heeft geen homo-erotische relaties meer, maar droomt daar natuurlijk nog wel altijd van.

Op 7 juni 1956 wordt hun tweede dochtertje Beryl geboren. Wegens problemen met de huisvesting verhuizen ze in juni 1957 terug naar Zeeland, de geboortegrond van Hans. Ze betrekken een klein huisje op de Pijkesweegje 1 in Kloetinge, waar Hans de rest van zijn leven zal blijven wonen. Wat opvalt in dit deel is dat het aantal dagen waarop Hans schrijft flink afneemt, maar dat hij op de dagen dat hij wel schrijft, langere stukken schrijft, vaak over zijn herinneringen aan zijn jeugdjaren. Hans lijkt ook in zijn dagboek volwassen te worden als schrijver.

- 10 februari 1956 Ik meen dat ik vrij ben van ieder vooroordeel, ik was zelfs liever als Arabier dan als Europeaan geboren wanneer ik het voor het zeggen had gehad. Er is maar één karaktereigenschap die ik boven alles haat, en dat is fanatisme. Helaas tref je die overal aan, bij alle geloven, politieke gezindten, rassen.

- 17 april 1956 Vaak heb ik me afgevraagd waarom ik zoveel belang stel juist in vogels. Urenlang kan ik naar een vogel kijken: hoe hij eet, drinkt, zingt, baadt, zijn veren poetst, het hof maakt aan zijn wijfje, de jongen grootbrengt. Voor zoogdieren, hoe graag ik ze ook zie, kan ik die belangstelling niet opbrengen. Voor bloemen evenmin.

- 17 mei 1956 Je zou altijd aan moeten tekenen wanneer een beeld, een schilderij, een muziekstuk, een gebouw je iets doet. Ten goede of ten kwade. Het heeft invloed op je, het helpt je vormen, je leven lang kan het doorwerken, ook al vergeet je het later misschien weer. Hetzelfde geldt uiteraard evengoed voor gedichten, romans. Vervolgens noteren wat herzien, herlezen je doet. Er blijft dan geen tijd meer over om te leven. En toch.

- 9 juni 1956 Op zeven juni, precies vijf jaar na de dood van mijn moeder, is om vijf voor twaalf
's nachts in de kliniek te Champlan ons tweede dochtertje Beryl geboren. Ik ben bij de bevalling aanwezig geweest.

- 15 juni 1956 Er bestaat een bekende limerick over "an old woman from Niger who smiled as she rode on a tiger" en aan het eind van het ritje zit de oude vrouw in de tijger en ligt de glimlach op de snoet van de tijger.

- 20 augustus 1956 Ik krijg hoe langer hoe meer een hekel aan geëngageerde literatuur, of liever aan het gedweep ermee....
Filosoferen heeft voor mijn gevoel snel iets overbodigs. Filosoferen met Arabische vrienden is als dromen of dronken zijn, het lijkt ongelooflijk diepzinnig maar er is kop nog staart aan te ontdekken.

- 5 oktober 1956 Het is iets eigenaardigs met kinderen. Je raakt zo aan ze gehecht dat de vele last die ze opleveren in het niet valt bij het geluk ze te hebben.

- 1 november 1956 Vanzelfsprekend heb ik in de vijf jaar dat ik kritiek uitoefen op het werk van anderen geleerd wat niet moet. Ik kan mijn verhalen lezen alsof een ander ze had geschreven. Zo zie ik de vele fouten maar ook zekere kwaliteiten, verstikt weliswaar als een rozeknop onder de bladluizen. Dat geeft me toch weer moed.

- 9 januari 1957 Een andere keer verloor ik een deel van mijn dierbaarste boeken die ik elders opgeslagen had door bluswater van een belendend perceel dat in brand stond. Het maakt dat je je onthecht van bezit, dat wel, maar ontmoedigend blijft het. Het is misschien goed, niet al te veel boeken te bewaren. Het merendeel ervan zie je nooit meer in, staat enkel in de weg, als ballast.

- 4 april 1957 Wat Mohamed in Duitsland treft nu hij zo in de ellende zit is de vreemdelingenhaat. In Arabische landen, zegt hij, en ik vermoed dat hij gelijk heeft, gaat de vreemdeling vóór - niet wat betreft administratieve aangelegenheden, papieren, visa, maar als mens, in levenskwesties. Hij stelt het mogelijk wat simpel, maar hier ligt een verschil tussen Oost en West.

- 6 april 1957 Overigens is het met inspiratie zó dat zij vaak eerder woekert, toeslaat als het nauwelijks kan, dan dat zij komt op momenten van inkeer. Zoals uit heftige botsingen, oorlogen zelfs, nieuwe ideeën ontstaan - zo ontstaat vaak kunst in ogenblikken van ondraaglijke spanning, verscheurende ellende. Vrede, geluk, ze leiden snel tot tevredenheid, gezapigheid.

- 2 juni 1957 Mijn oesternatuur, ik voorzie het, zal maken dat ik me daar aan de Schelde opnieuw vastkit, me afzonder en mijn schelpen sluit. Ik weet dat ik tevreden kan leven op een paar vierkante meter met mijn boeken, mijn gedachten, mijn piano.

- 23 juni 1957 De eerste vermelding van een kunstaankoop door Hans in zijn dagboek. Er zal later nog veel meer volgen:
Verder kocht ik bij Marcel Platt in de Rue des Petits Champs twee Griekse Tanagra-beeldjes. Het ene is Boiotisch, een zittend meisje met een lieve glimlach, een beeldje van haast museale kwaliteit. In de rokplooien is nog wat purperkleur. Het andere beeldje is ouder, archaïsch, het stelt een strak rechtop zittende Hera of Demeter voor, ze heeft grote oorlellen.

- 14 september 1957 Het is de vraag geworden welke taal we in het gezin zullen gaan spreken. Afgezien van het feit dat naar mijn mening en ervaring "de omgeving altijd wint" en je uiteindelijk de taal gaat gebruiken van het land waar je woont, zeker wanneer je kinderen hebt, is het nu gewenst dat Mabel zo snel mogelijk perfect Nederlands leert, vooral om geen hilariteit te verwekken op school. Maar de voertaal in het gezin is nog Frans.

- 18 september 1957 Enerzijds is er het verlangen om bekend te worden, je op de borst te trommelen, te genieten van roem. Anderzijds de drang om weg te kruipen, in stilte en afzondering te werken, te genieten van een kluizenaarsleven. Beide verlangens zijn oprecht in mij.

- 23 oktober 1957 Wat de een van nature heeft en krijgt, daar moet de ander voor strijden en de derde zit er misschien al naast. Het gaat snel. Hoeveel jongens en meisjes heb ik niet gekend die op zestienjarige leeftijd prachtig waren om te zien, die toen ze zesentwintig waren op geen enkele manier meer opvielen en die weer tien jaar later vervallen gedrochten waren geworden.

Ik lees nog rustig verder in "Geheim dagboek". De bespreking van deel 7 is ook al klaar en ik ben met lezen een heel eind gevorderd in deel 8.

Lees verder deel 7

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

9 opmerkingen:

  1. Ik vind het nog steeds leuk om mee te lezen. Dapper hoor om zo door te lezen. De fragmenten bevallen me wel, maar of ik een heel dagboek aan zou kunnen?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, je moet net als ik wel een beetje gek zijn om 6000 bladzijden dagboek te lezen (voor de derde keer nog wel). Ik zie het ook als een uitdaging om het grondig te bespreken, zo'n uitgebreid project om te bespreken heb ik nog nooit gedaan. Er zijn ook 2 bloemlezingen verschenen uit het "Geheim dagboek". In 2001 verscheen bij Bert Bakker "Om het behoud der eenzaamheid: Hoogtepunten uit veertig jaar Geheim dagboek", dat loopt tot 1982. In 2012 verscheen bij Prometheus de definitieve bloemlezing "Geheim dagboek 1942-2001". Het ligt in mijn bedoeling om deze bloemlezing ook nog op hun merites te beoordelen. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  2. Ik vind het ook heel knap dat je je door alle delen heenwerkt, vooral omdat ik de indruk krijg dat ik meneer Warren niet zo heel aardig zou vinden (ik krijg de neiging hem te schoppen!). Niet dat een hoofdpersoon natuurlijk altijd aardig moet zijn, maar om er zoveel over te lezen helpt het bij mij wel mee als ik iemand sympathiek vind. Ik denk dat ik het bij jouw stukjes houd! :-)

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hoi Bettina, wat mij wel vaker opvalt, en dat geldt zeker ook voor Hans Warren (en ook voor bijvoorbeeld Theo Kars), is dat mensen die zeggen uitsluitend voor hun eigen genot te leven en zich niet veel van de mening van anderen aan te trekken, vaak zulke aimabele personen zijn. Ik heb het interview van Adriaan van Dis met Hans Warren gezien (dat ga ik binnenkort ook nog bespreken) en daarin kwam Hans Warren naar voren als een uiterst vriendelijk persoon. Kennelijk zegt iemands levensbeschouwing niet veel over de vraag of hij al dan niet vriendelijk is. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hé, dat is interessant. Nu je het zegt, als ik naar mijn eigen dagboekaantekeningen kijk dan kom ik daar ook een stuk minder vriendelijk uit dan dat ik in levende lijve me gedraag. Wellicht dat in een dagboek je als schrijver alles ongenuanceerd kunt brengen terwijl je dat in het bijzijn van andere mensen niet doet. Ja, een leuk inzicht. Had ik me nog niet eerder bedacht en daarom schrok Hans Warren me ook wat af. Maar dat is dus nergens voor nodig.

      Verwijderen
    2. Hoi Niek, ik denk dat vrijwel iedereen zich in gezelschap wat aangenamer gedraagt dan als hij alleen op een eiland zit. Men zegt niet voor niets dat de mens een sociaal dier is. Groetjes, Erik

      Verwijderen
    3. Dat denk ik ook wel en gelukkig maar. Alleen had ik me dat nog niet zo gerealiseerd bij het lezen van dagboeken.

      Verwijderen
  4. Het zal ook nog verschil maken of het bij het schrijven van een dagboek al vooraf de bedoeling was het te publiceren. En dat zal bij Hans Warren niet de opzet geweest zijn. Het siert hem dat hij (waarschijnlijk) toch niets aangepast heeft toen hij wel tot publicatie besloot.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, volgens mij zijn de enige aanpassingen die Hans Warren heeft gemaakt, verbetering van stijlfouten en slecht lopende zinnen. Wat hij schreef moest wel in een onberispelijke stijl worden gepubliceerd, estheet als Hans was. Ik denk trouwens dat de meeste dagboeken die ooit gepubliceerd zijn, niet geschreven zijn met het oog op publicatie, een enkele uitzondering daargelaten. Groetjes, Erik

      Verwijderen