maandag 23 juli 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 8 (1963-1970)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 8 (1963-1970) (Nederland, 1990): 220 blz: Uitgeverij Bert Bakker

In de jaren tussen 1963 en 1970 gebeurt er niet bijzonder veel in het leven van Hans Warren. Dichten doet hij nauwelijks nog, de dagboekaantekeningen zijn schaars, hij verzamelt antiek, hij houdt duiven en hij zorgt voor zijn gezin. Dat is het wel zo'n beetje. In het najaar van 1969 leert hij Gerrit Komrij en zijn vriend Charles kennen en leeft hij weer een beetje op.

- 20 oktober 1963 Wat me ook aangegrepen heeft is het afbreken van mijn geboortehuis op de zeedijk in Borssele. Eind augustus is het met de grond gelijkgemaakt. Als souvenir kreeg ik een van de Jugendstiltegels uit de stoep. Zolang ik leef zal dit huis in mij blijven bestaan. Ik zal er 's nachts in mijn dromen vertoeven, ik zal de luiken horen rammelen in de zeewind.

- 19 november 1963 Zoekend naar die oude foto's, bladerend in mijn dagboek word ik bijna weggezogen als in een duistere droom. Het valt me op dat ik veel vergat van wat ik opschreef. Terwijl gebeurtenissen die me nog helder voor de geest staan blijkbaar niet vermeld werden. Het lijkt wel of daar een verband tussen bestaat. Wat geboekt is mag je eventueel uit je geheugen wissen.

- 25 oktober 1964 Er is een categorie boeken die ik niet lees. Detectives, thrillers, toekomstromans, ze hebben me nimmer kunnen boeien. Hoe dat komt weet ik niet, ik verveel me ermee, zelfs al zijn ze me met de warmste aanbeveling door vrienden wier oordeel ik op prijs stel toegestopt.

- 1 april 1965 Ik heb niets tegen lijfstraf voor kinderen, ook al druist dat tegen de huidige opinie in: wie zijn kinderen slaat wordt voor een beul, een achterbuurttype versleten. Naar mijn idee kan een klap of een pak slaag zelfs een afdoende en ook doeltreffende straf zijn voor wangedrag, opluchtend voor beide partijen.

- 14 oktober 1965 Mogelijk dateert uit die dagen mijn voorliefde voor oude folianten. Voor boeken die je op een tafel, liefst op een lezenaar, voor je neer moet leggen en waarvan je de bladzijden voorzichtig omslaat, want hier liggen er  een paar half los, daar is er een ingescheurd, en de leren band is ook niet al te stevig meer, zodat je hem moet steunen bij het begin van de lectuur. Platen moet je omstandig uitplooien en de geur van zo'n oud boek, iets tussen muf en gepeperd in, is haast opwindend.

- 6 januari 1966 Een oud en bevallig huis als dit deel je constant met een schare medebewoners. Het is een lange lijst, ik ken ze niet eens allemaal. De vliegen, muggen, door het licht aangelokte nachtinsecten. Er zijn soorten bij die ik bestrijden moet omdat ze dingen kapotmaken, als ratten en diverse soorten muizen, gewone motten en papiermotten, slakken, houtwormen en houtkevers. Er zijn er die lastig zijn omdat ze smerige uitwerpselen laten vallen als de vleermuizen die in grote getale de schoorsteen bewonen of die moeilijk te verwijderen afscheidingen produceren als spinnen, maar die ik toch geen strobreed in de weg leg. Er zijn er die geen schade doen en toch niet graag gezien worden als pissebedden, duizendpoten en de kwalijk riekende oorwurmen. Er zijn er die me telkens weer verheugen, zoals de eerste dagpauwogen en vosjes die na hun winterslaap de dakspanten verlaten om hun kleurige fluwelen vleugels met een droge klap open te slaan onder een door de zon verwarmd dakraam. Welkom zijn ook de vele vogels die onder de pannen broeden of in reten van de houten wanden, de mussen, ringmussen, spreeuwen, mezen, witte kwikstaarten. De merels, lijsters, vliegenvangers en winterkoninkjes in de begroeiing tegen de muren. De boerenzwaluwen in de wc. Een probleemgeval vormen de prachtige, bloeddorstige hermelijnen die veel vogels, ook mijn duiven, doodbijten. En heel grappig zijn de salamandertjes met hun dofgouden oogjes en zachte, koele vel die na een zomerse regenbui ineens over de vloeren kunnen zigzaggen.

 - 30 maart 1966 Het gekoketteer met geldnood van schatrijke mensen is veel hinderlijker dan het pronken met een beetje weelde dat zoveel andere lieden doen.

- 30 november 1966 Toen ik naar de Lagere School moest was ik de enige jongen die geen klompen droeg, geen grote pet, geen boezeroen, geen pilobroek en die zijn haar niet gemillimeterd had met een spuuglok op 't voorhoofd. Het enige kind dat geen dialect sprak.

- 2 oktober 1967 De ontmoeting met Taïeb Ghaïeb heeft veel losgemaakt. Zekerder dan ooit voel ik dat ik enkel door mijn homoseksuele driften uit te leven weer aan de slag zal kunnen komen, dat het gezinsleven me volkomen verstikt.

- 31 juli 1968 Ik heb niet veel gereisd in mijn leven, genoeg echter om te beseffen wat ik mis en wat ik mezelf bespaar. Een avontuurlijke aanleg heb ik niet en ik pas me moeilijk aan. Het liefst ben ik in mijn vertrouwde omgeving en ik slaap graag in mijn eigen bed.

- 12 november 1968 Hoe zou het komen dat je bij het lezen van mémoires vaak denkt: dit is wel aardig, maar ik geloof er niets van? Vermoedelijk omdat bij iedereen herinneringen, vooral jeugdherinneringen zo dikwijls opgehaald zijn of zozeer werden gepolijst door het verstrijken van de tijd dat ze een bijsmaak hebben gekregen, een aroma van wat bijzonder was dat toch. Bijna altijd wil de verteller een beoogde indruk bij de lezer waarmaken.

- 13 september 1969 Vanmorgen heeft Gideon zijn B-diploma zwemmen gehaald. Na drieëneenhalf jaar. Hij heeft als beloning een hengel met alle toebehoren gekregen en hoeft nu nooit meer van ons in het water. Ik vermoed dat hij het ook nimmer meer doen zal. Toen wij vanmiddag heerlijk zwommen bij de dijkval van Kattendijke, ging hij vissen.

- 5 april 1970 Ik zou onze taal willen verrijken met onze huis-uitdrukking: amorren. Naar bed gaan met elkaar is een omslachtige en vaak onjuiste omschrijving. De liefde bedrijven bevalt me evenmin. Neuken, dat je meer en meer hoort is een prima woord, maar ik blijf het plat vinden en ongeschikt omdat het in het Zeeuws ook gewoon vallen betekent. ... Paren is zo dierlijk en potsierlijk, copuleren idem. Kortom: er is geen woord dat helemaal voldoet. Maar amorren klinkt leuk, vooral in de verleden tijd.

- 6 september 1970 Het plan een soort Voyage autour de ma chambre te schrijven, een Leven met Antiek is nog niet helemaal van de baan, maar het is zo'n mer à boire.

Lees verder deel 9

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

2 opmerkingen:

  1. Wat geboekt is mag je blijkbaar uit je geheugen wissen, zegt Warren. Joke Hermsen schrijft in Rivieren keren nooit terug, dat opgeschreven herinneringen gestold zijn. Terwijl andere herinneringen in de loop van je leven nog kunnen veranderen.
    Mooie samenvatting weer!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, ik denk dat het inderdaad zo werkt met opgeschreven herinneringen en ook met foto's. Zijn die eenmaal gemaakt, dan ligt de herinnering voor altijd vast. Aan de andere kant is het ook zo, dat de niet vastgelegde herinneringen met de loop der jaren steeds mooier kunnen worden, of juist steeds verdrietiger. Groetjes, Erik

      Verwijderen