donderdag 12 juli 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 3 (1949-1951)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 3 (1949-1951) (Nederland, 1983): 239 blz: Uitgeverij Bert Bakker

De jaren 1949-1951 zijn relatief bewogen jaren in het leven van Hans Warren. Hij maakt 3 reizen naar Parijs. Gedurende de eerste reis naar Parijs reist hij verder naar het zuiden om de weduwe van Alain Fournier (schrijver van "Le grand meaulness") op te zoeken. Hij droomt ervan om door te reizen naar Noord-Afrika, maar ziet daar wegens geldgebrek van af. Tijdens de derde reis naar Parijs maakt hij kennis met de zelfkant van die stad en doet hij vele losse contacten op met vooral Arabische jongens. Hij ontmoet Mabel, zijn latere vrouw. Hij verliest zowel zijn grootmoeder op 81-jarige leeftijd, als veel erger nog zijn moeder op 57-jarige leeftijd, beiden aan kanker. De beschrijving van de laatste weken van het leven van zijn moeder, behoort tot de mooiste passages van dit deel. Verder wordt hem gevraagd om een letterkundige kroniek te gaan schrijven in de Provinciaalse Zeeuwse Courant, iets dat hij tot zijn dood in 2001 blijft doen.

- 16 juli 1949 - 19.30. - Het gaat mis met me. Een ziekelijke kooplust drijft me om kleren te kopen, nu weer een bleekrose, erg kostbare Franse pullover, zijden ondergoed, een shawl, moderne pyama's, overhemden, geklede schoenen. Maar ook vreet ik me vol, een pond bananen, een pond kersen, dan nog een paar repen chocola toe.

- 15 november 1949 Ik zoek mijn vrienden voornamelijk wegens hun schoonheid, of om datgene wat ik mooi in hen vind. Blijft die schoonheid - en dat is in menig geval zo - voor mij onbereikbaar doordat zij geen of onvoldoende homoseksuele gevoelens op kunnen brengen, dan ben ik niet tevreden met wat ik eventueel wél krijg: hun vriendschap (in wezen een veel precieuzer geschenk dan een mooi omhulsel), maar begin ik belangstelling te verliezen.

- 26 mei 1950 De natuurstemming was sterk. Lage zon, noodweer boven Zeeuws-Vlaanderen met gestreepte, ros wollige regenvlagen. Brokken hel oplichtende regenboog boven het als een Frans impressionistisch schilderij aandoende Borsselse haventje. De zee melkachtig, dofblauw, kalm, met een bleek purperen baan er in. Spitse witte zeilen tegen de horizon, en de fel wit oplichtende bruggen van grote zeeschepen, ver weg. Flikkerende ruiten van een stad aan de overzijde van de Schelde en grote witte bergeenden die zwiepend op hun spiegebeeld neerruisten. Zoele wind door avondgras.

- 16 september 1950 Ik heb niet de gave gesprekken woordelijk te memoreren. Ik kan alleen de sfeer waarin iets gedrenkt is lang navoelen, maar dat is vaag, er valt weinig over te vertellen. Meestal laat ik me in een soort welbehagen wegsoezen, luister nauwelijks. Het vreemde is dat dit vooral gebeurt bij belangrijke ontmoetingen. Terloopse praatjes, op straat of in de métro blijven me soms woordelijk bij.

- 23 september 1950 Terug naar Holland ... we rijden nog door het Noordfranse land, maar het is al zichtbaar: zware grijze regenwolken, zwart-witte koeien in omheinde weilanden, bietenvelden. Geen enkel verlangen heb ik naar Holland. Hoe goed voel ik dat ik de verkeerde kant oprijd, naar kou, wintereczeem, lasteren, kleinzieligheid, kleurloosheid. Wel verlang ik er naar, mijn ouders weer te zien, en naar de rust thuis: deze vakantie heeft me geen rust gegeven, integendeel.

- 20 oktober 1950 - 8 uur, op bed. - 29 jaar. Krabben, verstopt hoofd snuiten, uit bed sukkelen, theedrinken met zoete koek, schijten - er manifesteert zich niets groots dat een belangrijk jaar aankondigt. Nevelige, stille, zonloze morgen. Ik ben moe, ontzie alles. Kop op, boy.

- 16 april 1951 In Parijs ontving ik via Mama het bericht dat mijn ingezonden novelle niet voor een reisbeurs in aanmerking kwam. Ik heb het zo lang verwachte briefje half gelezen in de wc van het Hôtel de Normandie gedeponeerd en er op gescheten. Vulgair, afgezaagd, maar de waarheid.

- 28 mei 1950 Ik ben dankbaar dat ik deze laatste dagen alles voor haar kan doen, al kan ik geen seconde haar lijden, haar pijn, haar benauwdheid verlichten. De nachten dat we samen zijn, zijn van een grote, trouwe intimiteit. Vannacht heb ik haar voor het eerst op de ondersteek geholpen. Geen enkel woord is meer bespottelijk, het is: haar arme hoofdje, haar haartjes, haar voetjes, en als er nog liever verkleinwoord was, zou ik dat gebruiken.

- 18 september 1951 Toen ik thuiskwam in Lozère lag er daar een brief die me helemáal in een goede stemming bracht. De hoofdredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant, G. Ballintijn, vraagt me of ik met ingang van oktober een wekelijkse letterkundige kroniek in die krant wil gaan verzorgen, en of ik ook andere boeken wil bespreken over literatuur en kunst.

- 29 oktober 1951 Het is waar: ik heb vaak ondervonden dat jongens die ik schoonheden noem, zichzelf geringschatten en mij "mooi" vinden. Niemand weet beter dan ik zelf dat ik niet mooi ben.

- 30 oktober 1951 Gisteravond stond opeens Ad den Besten voor de deur ... We hebben onder hilariteit de flaptekst voor Eiland in de Stroom in elkaar gezet. Ad is bang dat men mij voor een boerenjongen aan zal zien als er staat "werd geboren te Borssele, waar hij nog steeds woont", en hij had nu iets onzuivers gefabriceerd als "waar hij hoofdzakelijk nog steeds woonachtig is". Het bleek niet zo eenvoudig daar een goede draai aan te geven, en we kwamen tot: "verdeelt zijn tijd tussen de Zeeuwse schorren en moeren en het Parijse schorremorrie, of de Parijse schorre moren".

- 2 november 1951 Een paar gedichten geschreven de laatste tijd, voor Mohamed Belmokhtar. Ad vond ze goed. Maar wat heeft de arme jongen er aan, zelfs al bereikte hij er de onsterfelijkheid mee? Hij was beter aan 80 francs voor een broodje met warme worst.

Ik heb geen citaten opgenomen over zijn erotische contacten. Die lees je vanzelf wel als je dit deel openslaat. Voor nu heb ik even genoeg van Hans Warren en ga ik een ander boek pakken. Waarschijnlijk ga ik binnenkort verder. We zullen zien!

Lees verder deel 4

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

5 opmerkingen:

  1. Ik ben verrast! Het zijn natuurlijk maar citaten en die heb je speciaal uitgezocht. Toch maken ze me nieuwsgierig. Ik zal toch maar eens iets van hem lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Jannie, dank je. Ik heb een goed uitgedacht systeem voor het verzamelen van citaten dat vrijwel altijd de beste citaten oplevert:http://erikleest.blogspot.com/2017/10/hoe-ik-aan-mijn-citaten-kom-en-het.html. Groetjes, Erik

      Verwijderen
    2. Hoi Jannie, ik moet ook zeggen dat in de dagboeken van Hans Warren heel veel citeerbare teksten staan. Dat is één van de redenen dat ik ze zo graag (her-)lees. Groetjes, Erik

      Verwijderen
  2. Mij raakt zijn schijnbare slechts op genot gerichtheid in relaties met mensen en alles verder om hem heen. Van zo'n instelling zou ik niet verwachten dat iemand kon schrijven. :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Niek, daar zeg je wat. Hans Warren is inderdaad voor het grootste deel van zijn leven bezig met het najagen van genot: met mannen, eten, drinken, verzamelen van kunst. Theo Kars had ook zo'n zelfde instelling, evenals zijn grote voorbeeld Giacomo Casanova. Die twee konden ook voortreffelijk schrijven. Van de andere kant zijn er ook zat mensen die een voorbeeldig leven leiden, maar volstrekt niet kunnen schrijven. Groetjes, Erik

      Verwijderen