Het jaar 1954 begint voor Hans Warren en Mabel in Nanterre, een dorpje in de buurt van Parijs waar ze wonen. Hans en Mabel hebben afgesproken elkaar op erotisch gebied volkomen vrij te laten. Hans heeft ook seks met Habib en Saïd, twee jonge Arabieren van rond de 20. Dan komt Rabah, een andere Arabier van ongeveer 25 jaar oud in beeld.Hans, Rabah en Mabel krijgen een driehoeksverhouding. Wanneer Rabah op een keer ligt te neuken met de hoogzwangere Mabel, wordt Hans kwaad. Rabah's ogen zijn vol haat en hij pakt een keukenmes om daar Hans mee te vermoorden. Gelukkig voor Hans posteert Mabel zich tussen hen in en zegt zij dat hij eerst haar overhoop moet steken. Dat laat Rabah's eergevoel niet toe, maar hij zegt terug te komen om zijn werk af te maken. Hij heeft er graag een aantal jaren gevangenisstraf voor over om met zijn foto in de krant te komen. Hans staat doodsangsten uit en vlucht de volgende dag al naar Borssele.
Op 12 september 1954 wordt hun dochtertje Amanda geboren. Hans keert terug naar Nanterre, zorgvuldig er voor zorgend dat Rabah, Habib en Saïd dit niet te weten komen. Er komt iets meer normaliteit in het leven van Hans en Mabel, totdat plotseling zijn grote liefde Mohamed Iamarène op de stoep staat.
In de loop van dit deel pakt Hans Warren zijn oude hobby: het houden van zangvogels weer op. Ook brengt hij steeds vaker bezoeken aan tal van musea, waarbij hij uitgebreid vermeldt wat hij van de kunstwerken vindt. Dit zal hij de hele rest van zijn leven blijven doen, tot vervelens (voor de lezer althans) toe.
- 9 februari 1954 Zou ik gelukkig kunnen worden alleen levend in Frankrijk? Of waar dan ook? Stellig. In wezen ben ik graag alleen. Van tijd tot tijd iemand om een poos samen mee te leven, en als je moeilijkheden ziet aankomen: vaarwel!
- 4 maart 1954 Medelijden is een onzuiver gevoel, je kunt het hebben voor een wildvreemde. Je leest over iets tragisch, een afschuwelijk ongeluk of een vreselijke misdaad waarbij een onschuldig schepsel omkwam en je vergaat van mededogen. Het onschuldige schepsel was misschien een heel naar persoontje, maar je fantasie heeft het tot iets engelachtigs gemaakt dat ook nog op pad was om iets heel liefs te gaan doen. Zo werkt de menselijke geest toch? En dat is goed. Een zwangere vrouw die ook nog ongelukkig is en die babykleertjes klaarmaakt, heeft al de sympathie aan haar kant. Degene die haar ongelukkig maakt is ronduit een schoft.
- 14 maart 1954 Ik heb meestal niet de gewoonte vooruit te kijken, maar kennelijk wekt aanstaand vaderschap enig verantwoordelijkheidsgevoel.
- 26 maart 1954 Ik ben hier nu een half jaar en meer dan ooit gehecht aan dit land, de taal, aan Parijs, de musea, de straten - ik zou het verschrikkelijk vinden alles te verlaten en ik zou ook niet meer passen in het gareel op het Hollandse platteland.
- 3 april 1954 Pigalle met zijn oosterse jongens, jagen, straatslijperij, zelfkantleven heeft zo'n belangrijke invloed op mij dat ik ook een gebrandschilderd raam in een gothische kerk, een portret van Giogione, een partita van Bach niet volledig kan beleven zonder dat.
- 28 april 1954 Ik twijfel sterk aan mijn waarde en integriteit. Ik vrees dat ook dit dagboek bij lange na geen meesterwerk is zoals ik wel eens heb gehoopt maar een langdradig exhibitionistisch vertoon van een kleine ziel.
- 17 mei 1954 Ik heb Rabah nadrukkelijk gevraagd zijn "barbe en bas" te laten staan. Daarin woelen vind ik plezierig en zo'n lul kaal als een sabel, biedt een obscene aanblik. Vind ik tenminste, zelfs een volwassen jongeman gaat dan op een wanstaltige baby lijken. Waarschijnlijk om dezelfde reden doen jongens die nog geen secundaire haargroei hebben me niets. La barbe en bas, okselhaar en borstharen erotiseren in niet geringe mate. Terwijl voor mij baard en snor zelfs de meest aantrekkelijke man ontsieren. Een naakte man met volle snorbaard, hoe natuurlijk het ook mag zijn, werkt enigszins op mijn lachspieren, zeker als hij met een erectie rondloopt.
- 2 juni 1954 - Vijftig jaar geleden stierf Tsjechow. Op mijn persoonlijke kalender voor dit jaar de woorden die hij aan de vaak zo wijdlopige Gorki schreef: "Het is bevattelijk wanneer ik zeg: "de man ging in het gras zitten": dat is bevattelijk omdat het duidelijk is en de aandacht niet belemmert. Daarentegen is het niet bevattelijk en voor de hersens moeilijk te verwerken, wanneer ik zeg: "Een grote man, van middelzwaar postuur, met een smalle borst en een gemberkleurige baard, ging stilletjes, verlegen en angstig om zich heen kijken, in het groene, door wandelaars platgetreden gras zitten." Dat zet zich niet regelrecht in de hersenen vast, en belletrie moet zich onmiddellijk vastzetten, in een seconde."
- 29 augustus 1954 Waarom heeft mijn dagboek afgedaan de laatste weken? Dat ik het thans opsla komt voort uit wroeging: zou ik zelfs de hoofdlijn niet meer bijhouden dan dreigt het verband te verbreken, het geheel te verzanden. Het is een gevaar voor alle dagboekschrijvers. Hoe weinigen hielden het vol tot hun dood? En bij wie volhield zie je toch vaak grote hiaten ontstaan, zelfs jaren waarin het dagboek onderbroken werd of waar de stroom zo dun sijpelde dat het opgeven nabij leek. Het zou intrigerend zijn na te gaan waarom.
- 13 september 1954 Gisteren (zondagmorgen) om 2.40 is ons dochtertje Amanda geboren in de Maternité Cognacq-Jay, 15 Rue Eugène Millon, Paris XV. Bij de geboorte woog zij 3 kilogram 890 gram. Het is een mooi kind, helemaal gaaf, met een zeer fijne huid en een heleboel donker haar waar gisteren al een scheidinkje in gekamd was. Ze heeft op een beentje net zo'n rode wijnvlek als ik.
- 16 januari 1955 Ik schrijf regelmatig gedichten. Het verbaast me, want als ik niet verliefd ben valt de poëtische motor snel stil bij mij. Liefde, verliefdheid is mijn drijfveer.
- 19 juni 1955 Soms voel ik verlangen naar Borssele. Ik denk dan aan mijn vrijgezellenbestaan in het groen van de polders. Mijn geboortehuis, ik kon het niet missen - ik werd eruit gezet. Mijn moeder, ik kon haar niet missen - ze stierf. Zeeland, ik kan het eigenlijk niet missen - ik heb het verlaten.
- 19 juni 1955 Aan de andere kant, hoe ijdel is roem. Het heeft geen enkel belang dichter te zijn zonder erkenning te vinden, maar ook met de onsterfelijke glorie schiet je weinig op. Je bent beter met een goed maal, een mooi pak, een heerlijke minnaar tijdens je leven.
- 3 september 1955 Ik heb me vast voorgenomen me niet meer te bedrinken als het niet zeer noodzakelijk dan wel de moeite waard is om het te doen.
Deel 6 heb ik ook al weer uit.
Lees verder deel 6
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Ik heb de Verzamelde gedichten van Hans Warren in de kast staan. Ooit in een opwelling gekocht omdat ik er enkele las die me goed bevielen. Misschien hoog tijd om er weer eens een paar te lezen.
BeantwoordenVerwijderenHoi Jannie, zoals ik eerder al geschreven heb, heb ik niets met gedichten. Toch zal ik eens wat gedichten van Hans Warren gaan lezen omdat zijn "Geheim dagboek" en ook zijn vertalingen me zo aanspreken. Groetjes, Erik
VerwijderenLezen over hoe anderen kunst ervaren, kan mij zeker wel boeien. Behalve als het vervalt in het breien van abstracte woorden. Ik denk uit jouw tekst op te kunnen maken dat je Hans Warren zijn manier van kunst bespreken onaangenaam vindt. Wat stoort je er precies aan? Daar ben ik dan wel benieuwd naar. Ik ken zelfs zijn teksten hierover niet.
BeantwoordenVerwijderenHoi Niek, het is niet zozeer dat ik de manier van kunst bespreken van Hans Warren onaangenaam vind. Het is meer dat met name in de tijd met Mario, Hans en Mario het ene na het andere museum bezoeken en dat Hans het nodig vindt om van ieder afzonderlijk kunstwerk te zeggen wat hij er van vindt, zonder dat dat voor de lezer enige toegevoegde waarde heeft. Ik denk dat in de laatste 7 delen van "Geheim dagboek", meer dan driekwart van de tekst gaat over hun museumbezoeken en lekker eten, en dat is wat eentonig. Groetjes, Erik
VerwijderenAha, op de die manier. Te veel van hetzelfde.
Verwijderen