vrijdag 29 april 2022

Frank van Rijn: Vijfentwintig jaar later

Frank van Rijn: Vijfentwintig jaar later: Reizen door Afrika, Mexico, de Verenigde Staten en Centraal-Amerika (Nederland, 1995): 298 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "Vijfentwintig jaar later" beschrijft Frank van Rijn drie grote fietsreizen: een door Afrika van Caïro naar Kaapstad in 1981 en 1982, een door Mexico en de Verenigde Staten in 1988 en eentje in Centraal-Amerika in 1994 en een klein tochtje naar de Tour de Madeloc in 1994, waar hij 25 jaar eerder gestrand was.
 
Ik heb alle boeken van Frank van Rijn tenminste één keer gelezen. Ik vind zijn boeken vrij gelijkmatig van kwaliteit, maar als ik één favoriet boek van hem moet noemen, dan is het ongetwijfeld "Vijfentwintig jaar later". Frank van Rijn laat zich altijd prettig citeren en ook hier vind ik de uitgezochte citaten erg hilarisch.Dit is inmiddels het vierde boek van Frank van Rijn dat ik de afgelopen week heb besproken en het zevende in totaal. Ik ga weer eens wat anders lezen, maar de andere 9 boeken van Frank van Rijn zullen ongetwijfeld ooit nog aan bod komen. 
 
Citaten:
- "Als ik naar de Tour de Madeloc kan fietsen, kan ik ook de Andes over." Dat was wat ik 25 jaar geleden dacht, gezeten aan de voet van dat steile stuk weg. Ik herinner het me nu weer duidelijk. Geheel overtuigen deed ik mezelf echter niet en bovendien had ik die toren niet gehaald. Verder realiseerde ik mij toen al erg goed dat er heel wat meer voor een wereldreis op de fiets zou komen kijken dan alleen maar fietsen. Dat fietsen was slechts een onderdeel van de reis, waarschijnlijk zelfs maar een klein onderdeel. Met wat training in combinatie met mijn fysieke doorzettingsvermogen en met een betere fiets dan dat opgelapte geval waarvan de stuurpen op afbreken stond, zou het fietsen mij geen grote problemen opleveren, daar was ik van overtuigd. Maar kon ik ook alle spullen meeslepen die ik nodig had, mijn eten klaarmaken en mijn fiets repareren als die het toch zou begeven? En hoe moest het als ik ziek zou worden onderweg? Zou ik het voedsel en het water overal wel verdragen? Zouden de leeuwen in Afrika me opvreten of de krokodillen in Zuid-Amerika? Moest ik een pistool meenemen tegen bandieten? Dat was slechts een greep uit de vele vragen die zich aan mij opdrongen en afdoende antwoorden wist ik er vooralsnog niet op te geven. Ik had zelfs nog nooit in een tent geslapen of een aardappel opgewarmd.

- Peter keek ondertussen vol bewondering toe hoe onder mijn handen zijn achterwiel weer langzaam vorm kreeg. Mijn geachte collegafietser wist veel van Shakespeare maar had van techniek en fietsenmaken weinig verstand. Ongetwijfeld zijn de werken van Shakespeare veel interessanter dan het vlechtpatroon van een wiel, maar als in Egypte het achterwiel van je fiets afgereden wordt, begin je niet zoveel met Hendrik VIII en een Midzomernachtsdroom.

- Om dat zuiveren van water tot een minimum te beperken, aangezien een langdurig gebruik van chemicaliën niet zo goed leek voor maag en ingewanden, had ik een speciale methode uitgedacht om te bepalen of het water drinkbaar was of niet. Daartoe vulde ik mijn anderhalve liter bidon van half doorzichtig plastic met het water van dubieuze kwaliteit. Als ik dan door de opening keek en ik kon de bodem zien, was het drinkwater. Als ik de bodem niet kon zien, moest het water gezuiverd worden.

- We kookten de bonen en probeerden om de paar minuten of ze al eetbaar waren. Na 20 minuten waren ze zo ver dat we ze konden kauwen zonder de kans te lopen er een kies op te breken. Toen ik aanstalten maakte om het water af te gieten, weerhield Peter me daarvan, met de opmerking dat het sap van de bonen ook voedzaam is. Ik verdeelde de bonen over onze borden en goot het sap erover. Dat zag er echter vrij onappetijtelijk uit. Het bruine vocht leek wel modderwater. Het wás bij nader inzien modderwater, aangezien de bonen nogal stoffig waren geweest en we ze niet goed genoeg hadden gewassen met ons Nijlwater dat ook niet geheel stofvrij was. Terwijl we op de bonen kauwden kraakte het zand tussen onze tanden.
 "Ik denk dat ik dat voedzame sap er maar afgiet" zei ik, mijn bordje scheefhoudend, waardoor er een donker gekleurde straal water in het zand stroomde.
 "Misschien is het toch niet zo voedzaam als ik aanvankelijk dacht", antwoordde Peter, zijn bord ook scheef houdend.

- 's Avonds ging ik eten in Nakuru, dat een paar kilometer van de parkingang vandaan ligt. Toen ik in het donker terugkwam bij het kampeerveldje en mijn tent opzocht, zag ik dat ik niet meer de enige toerist was. Er stond een grote, zwarte, bolvormige kampeerauto naast mijn tent. Toen ik echter een praatje met mijn nieuwe buur wilde gaan maken, viel het me op dat er geen nummerbord op de kampeerwagen zat. Nog naderkomend ontdekte ik tot mijn hevige schrik dat de auto geen kampeerwagen was, maar een grazend nijlpaard!

- Ik had namelijk van meer kanten gehoord, dat de Malawische politie een hekel had aan toeristen van het "low-budget"type. Met mijn fiets in plaats van een rugzak, mijn korte haren en mijn trainingsbroek zag ik er dus helemaal geweldig uit.

- Ik houd van redelijke kaarten en nog meer van goede kaarten, want die geven je de mogelijkheid om slechte wegen op te zoeken en dat is goed, want daar zit vaak geen of weinig verkeer op. Op slechte kaarten daarentegen kun je alleen goede wegen vinden en dat is slecht want daar zit vaak veel verkeer op. Vooral in Mexico zijn de goede wegen meestal slechter dan de slechte wegen.

Bij een overval in Guatemala:
- Ik moest hen ergens mee tegemoet komen. Daarom haalde ik het mapje uit mijn achterzak dat ik sinds ik de vorige keer overvallen was, nu precies zeven jaar geleden ergens in Afrika, altijd speciaal voor een eventuele beroving bij me droeg.
 "Wil je mijn geld?" vroeg ik, het plastic mapje ophoudend.
 "Ja, geef je geld", zei de katapultman, die duidelijk de leiding van de operatie op zich genomen had. Ik gaf hem het mapje met een verlopen paspoort, een eveneens verlopen rijbewijs, een creditcard zonder krediet, 1500 Iraanse rialen, 1200 Joegoslavische dinars, 1000 Poolse zlotys en één biljet van 50.000 Zaïrese zaires. Vol begeerte haalde de man de biljetten uit het mapje tevoorschijn. Om het spel goed te spelen en geen argwaan te wekken zei ik: "Geef me in ieder geval mijn paspoort terug. Daar hebben jullie toch niets aan."

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten