Eddy en Tessa Posthuma de Boer: 222 schrijvers: Literaire portretten (Nederland, 2005): 239 blz: Uitgeverij Bas Lubberhuizen
In "222 schrijvers" staan zwart-wit portretten van Nederlandse (en enkele Belgische) schrijvers, zowel van hele bekende als Mulisch, Reve (Gerard en Karel), Biesheuvel, Cremer, van Dis, als van mij totaal onbekende schrijvers. Die laatste groep is natuurlijk veruit het grootste.
Het is leuk om plaatjes te hebben bij schrijvers van wie je wel eens gehoord hebt of van wie je het werk relatief goed kent. Alle foto's in het boek zijn gemaakt door of vader Eddy of dochter Tess Posthuma de Boer. Bij iedere foto staat een citaat van de betreffende schrijver. De combinatie van foto's met citaten levert een prettig boek op, waarmee je een half uurtje kijk- en leesplezier hebt.
Puur als fotoboek vind ik "222 schrijvers" niet zo bijzonder, maar als geheel is het toch een aardig boek.
Uit "222 schrijvers" heb ik de volgende citaten gehaald:
J.M.A. Biesheuvel:
- Ik voel me helemaal geen schrijver: Poesjkin, Tsjechov, Nabokov, dat zijn schrijvers. Als ik een pagina Tsjechov lees, dan weet ik al: daar kan Biesheuveltje nooit tegenop.
Herman Brusselmans:
-
Ik heb alweer niks te melden en dat zal ik doen in een pagina of
zeshonderd à zeshonderdvijftig, we zullen zien. Dat vat mijn hele
schrijverschap samen. Want laten we eerlijk zijn: wat heb ik in godsnaam
te melden? Wat heeft om het even wie te melden? Als dat je programma
is, kun je twee dingen doen. Of je schrijft niks, omdat je toch niks te
melden hebt. Of je zegt: ik heb uiteraard niks te melden, maar dat kan
ook in zeshonderdtien pagina's. Ik gebruik daartoe alles wat zich
voordoet.
Jan Cremer:
- Ik lees niet, ik word gelezen.
Adriaan van Dis:
- Ik schrijf alleen maar over wat ik ken, over die verzameling gekken die familie heet.
Geert van Oorschot:
-
Elk verhaal wint bij rigoureuze schrappingen. De meeste verhalen kunnen
beter helemaal geschrapt worden, hetgeen ik tot mijn verlichting de
laatste jaren veelvuldig heb gedaan.
Gerard Reve:
- Als je het opschrijft, staat het meteen op papier ook.
Frank Westerman:
-
Toen ik zevenentwintig was, fietste ik eens over de gracht met een
vriendin en wees: hier woont mijn uitgever, Emile Brugman. Dat wist
Emile Brugman niet, want ik had nog niets geschreven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten