Pieter Waterdrinker: Tsjaikovskistraat 40: Een autobiografische vertelling uit Rusland (Nederland, 2017): 430 blz: Uitgeverij Nijgh & van Ditmar
Ik kreeg afgelopen zaterdag het boek "Tsjaikovskistraat 40" als verlaat verjaardagscadeau van een vriend. Ik had begrepen dat het boek goede kritieken had gekregen en was benieuwd, te meer daar het boek gaat over Rusland, het land van veel van mijn favoriete schrijvers, en de schrijver daar woont en er erg veel over weet.
Zoals de ondertitel aangeeft is dit een soort van autobiografie, waarschijnlijk wel wat opgeleukt, gezien het in kleine rode letters geschreven woord Roman boven de naam van de auteur, zodat we beter van autobiografictie kunnen spreken, een term die ik bij het onlangs gelezen "Boud" over het leven van Boudewijn Büch vandaan haal.
Pieter woont al jarenlang met zijn Russische vriendin Julia en hun drie poezen op het adres van de titel. Het boek opent met een sterk verhaal dat Pieter 7000 bijbels moet afleveren in Rusland. Het boek staat sowieso bol van de sterke verhalen. Nu geloof ik wel dat als je in Rusland woont, veel mee zult maken, meer dan als je bijvoorbeeld in West Europa woont, maar de verhalen over bijvoorbeeld een koffertje met 1 miljoen dollars erin en een kompaan die dood wordt aangetroffen met een stel kogelgaten in zijn lijf lijken me toch ietwat overdreven.
Het boek leest lekker weg, maar eerlijk gezegd ben ik niet zo onder de indruk van de stijl van Waterdrinker. Je vindt weinig mooi geformuleerde zinnen, verrassende opmerkingen of originele gedachten. Mij in ieder geval bekruipt het gevoel dat ik het allemaal al eerder heb gelezen en dat er tienduizenden, zo niet honderdduizenden boeken van dezelfde of hogere kwaliteit zijn.
Hier een aantal van de mooiste citaten:
- Echte schrijvers konden leven van hun werk, werden uitgenodigd voor lezingen, verdienden met praatjes over hun boeken bijkans meer dan met de boeken zelf.
- Westerse goederen waren baar goud. Voor zes blikjes geïmporteerd Carlsberg-bier (die ik in de valutawinkel naast het hotel waar ik woonde voor tien dollar kon kopen) tankte ik soms onderweg voor de chauffeur van mijn toeristenbus driehonderd liter diesel.
- Slechts één keer was ik tussendoor een weekje thuis geweest. Urenlang had ik doorgebracht in Haarlemse en Amsterdamse winkels om de zaken aan te schaffen die mijn Russische relaties me hadden opgegeven: de gebruikelijke medicijnen, koffie, thee, ondergoed, spijkerbroeken, videobanden, tampons, tandpasta, blouses en jurken, schoenen, winterlaarzen - alles gespecificeerd op kleur, vorm en maat - benevens een espressoapparaat, een spelcomputer, een laptop en een fax, alsook zaken die ik zelf nodig had - drop, kaas, preservatieven - met op het laatst op Schiphol zoveel mogelijk flessen Johnnie Walker (Black label) die ik in het land waar ik mijn heil had gezocht vrijwel alle deuren konden openen, zelfs die van strafkampen en gevangeniscellen.
- De eerste avond dat ik bij Julia bleef slapen, had ik vol walging de communale badkamer betreden waar de wit emaillen kuip bijna geheel bruin was geworden door het roestige water, wasgoed aan een myriade van lijnen te drogen hing, kakkerlakken van alle kanten wegschoten en zowel de muur als het plafond een atoomramplandschap vormde van vochtplekken, verfpokken en oranje schimmels.
- Ik dacht aan de pijpenla waarin mijn vriendin op dat moment verbleef, aan de schimmel in de gemeenschappelijke badkamer, aan het weerzinwekkende compacte ploffen waarmee de ratten zich vanuit de dakgoten op de vuilcontainers beneden op de binnenplaats lieten vallen. En ook aan de lege schappen in de winkels, het algemene gebrek, de rijen, aan de grauwe, goeddeels in vodden gehulde, muf geurende mensenmassa met inmiddels volkomen gedesillusioneerde gezichten.
- ... scheermesjes waren hun gewicht in goud waard. Er was een subtiel onderscheid tussen hen die ten volle van de nieuwe tijd profiteerden en zij die toch nog achterbleven. Bij mannen lag dat onder meer bij het al dan niet bezitten van gladde kaken, bij vrouwen vooral in de toon hunner lippenstift, parfums, de snit en de kleur van hun kleding.
- Toen mij op een dag eersteklas stroperskaviaar werd aangeboden kocht ik zeven blikken van een kilo, en zette deze weg in het ijskastje naast mijn bureau. Zelf was ik geen liefhebber, maar dikwijls zat Julia tegen het middaguur met een houten lepel een half onsje weg te snoepen, haar ogen halfgesloten, stralend van stil geluk.
- "Weet je wat Chinees vlees is?" had ze neergeschreven. "Dat zal ik eens haarfijn uit de doeken doen: de lijken van de geëxecuteerden geeft de Tsjeka, zoals bekend, als voer aan de beesten in de dierentuin. Zowel hier als in Moskou. De executies worden uitgevoerd door Chinezen. Ze geven niet alle lijken uit handen: de lijken van de wat jongere mensen houden ze achter en die verkopen ze als kalfsvlees. Hier en ook in Moskou."
Zoals de ondertitel aangeeft is dit een soort van autobiografie, waarschijnlijk wel wat opgeleukt, gezien het in kleine rode letters geschreven woord Roman boven de naam van de auteur, zodat we beter van autobiografictie kunnen spreken, een term die ik bij het onlangs gelezen "Boud" over het leven van Boudewijn Büch vandaan haal.
Pieter woont al jarenlang met zijn Russische vriendin Julia en hun drie poezen op het adres van de titel. Het boek opent met een sterk verhaal dat Pieter 7000 bijbels moet afleveren in Rusland. Het boek staat sowieso bol van de sterke verhalen. Nu geloof ik wel dat als je in Rusland woont, veel mee zult maken, meer dan als je bijvoorbeeld in West Europa woont, maar de verhalen over bijvoorbeeld een koffertje met 1 miljoen dollars erin en een kompaan die dood wordt aangetroffen met een stel kogelgaten in zijn lijf lijken me toch ietwat overdreven.
Het boek leest lekker weg, maar eerlijk gezegd ben ik niet zo onder de indruk van de stijl van Waterdrinker. Je vindt weinig mooi geformuleerde zinnen, verrassende opmerkingen of originele gedachten. Mij in ieder geval bekruipt het gevoel dat ik het allemaal al eerder heb gelezen en dat er tienduizenden, zo niet honderdduizenden boeken van dezelfde of hogere kwaliteit zijn.
Hier een aantal van de mooiste citaten:
- Echte schrijvers konden leven van hun werk, werden uitgenodigd voor lezingen, verdienden met praatjes over hun boeken bijkans meer dan met de boeken zelf.
- Westerse goederen waren baar goud. Voor zes blikjes geïmporteerd Carlsberg-bier (die ik in de valutawinkel naast het hotel waar ik woonde voor tien dollar kon kopen) tankte ik soms onderweg voor de chauffeur van mijn toeristenbus driehonderd liter diesel.
- Slechts één keer was ik tussendoor een weekje thuis geweest. Urenlang had ik doorgebracht in Haarlemse en Amsterdamse winkels om de zaken aan te schaffen die mijn Russische relaties me hadden opgegeven: de gebruikelijke medicijnen, koffie, thee, ondergoed, spijkerbroeken, videobanden, tampons, tandpasta, blouses en jurken, schoenen, winterlaarzen - alles gespecificeerd op kleur, vorm en maat - benevens een espressoapparaat, een spelcomputer, een laptop en een fax, alsook zaken die ik zelf nodig had - drop, kaas, preservatieven - met op het laatst op Schiphol zoveel mogelijk flessen Johnnie Walker (Black label) die ik in het land waar ik mijn heil had gezocht vrijwel alle deuren konden openen, zelfs die van strafkampen en gevangeniscellen.
- De eerste avond dat ik bij Julia bleef slapen, had ik vol walging de communale badkamer betreden waar de wit emaillen kuip bijna geheel bruin was geworden door het roestige water, wasgoed aan een myriade van lijnen te drogen hing, kakkerlakken van alle kanten wegschoten en zowel de muur als het plafond een atoomramplandschap vormde van vochtplekken, verfpokken en oranje schimmels.
- Ik dacht aan de pijpenla waarin mijn vriendin op dat moment verbleef, aan de schimmel in de gemeenschappelijke badkamer, aan het weerzinwekkende compacte ploffen waarmee de ratten zich vanuit de dakgoten op de vuilcontainers beneden op de binnenplaats lieten vallen. En ook aan de lege schappen in de winkels, het algemene gebrek, de rijen, aan de grauwe, goeddeels in vodden gehulde, muf geurende mensenmassa met inmiddels volkomen gedesillusioneerde gezichten.
- ... scheermesjes waren hun gewicht in goud waard. Er was een subtiel onderscheid tussen hen die ten volle van de nieuwe tijd profiteerden en zij die toch nog achterbleven. Bij mannen lag dat onder meer bij het al dan niet bezitten van gladde kaken, bij vrouwen vooral in de toon hunner lippenstift, parfums, de snit en de kleur van hun kleding.
- Toen mij op een dag eersteklas stroperskaviaar werd aangeboden kocht ik zeven blikken van een kilo, en zette deze weg in het ijskastje naast mijn bureau. Zelf was ik geen liefhebber, maar dikwijls zat Julia tegen het middaguur met een houten lepel een half onsje weg te snoepen, haar ogen halfgesloten, stralend van stil geluk.
- "Weet je wat Chinees vlees is?" had ze neergeschreven. "Dat zal ik eens haarfijn uit de doeken doen: de lijken van de geëxecuteerden geeft de Tsjeka, zoals bekend, als voer aan de beesten in de dierentuin. Zowel hier als in Moskou. De executies worden uitgevoerd door Chinezen. Ze geven niet alle lijken uit handen: de lijken van de wat jongere mensen houden ze achter en die verkopen ze als kalfsvlees. Hier en ook in Moskou."
Leuk om jouw bespreking te lezen! Ik vond het een erg mooi boek, maar ik werd dan ook helemaal meegenomen in alle avonturen, zag het ook helemaal vóór me. Tuurlijk moet je alles met een paar flinke korrels zout nemen, maar ik vond dat geen bezwaar. En ik vond Julia en de poezen geweldig!
BeantwoordenVerwijderenGroetjes,
Hoi Bettina, dat jou als poezenliefhebster de poezen in het boek je aanspreken, dat begrijp ik wel. En Julia is zonder meer een sympathiek personage. Mijn bezwaren tegen het boek richten zich dan ook niet zozeer op de inhoud, die is boeiend genoeg, maar de wat gewone schrijfstijl. Ik val blijkbaar toch meer voor boeken waarin wat meer gespeeld wordt met de taal, hoewel ik ook weer niet echt van experimentele boeken houd. Groetjes, Erik
Verwijderen